Home

Toen moesten we weer naar huis. ‘Kut’, zei ik op mijn beurt, want ik ben een vrouw van weinig woorden

Mensen die uitgebreid over hun vakantie vertellen zijn vervelend, (en God verhoede dat ze er foto’s bij vertonen) dus ik zal het kort houden. Er was een lieflijk-morsige datsja aan de Waal, met strandjes waar niemand komt behalve koeien, die bij warm weer statig de rivier in lopen onder witte schapenwolkjes. Een levend Ruisdael-schilderij.

Er was ook een bonafide lapjeskat, een houtoven die onberispelijke pizza’s uitspuwde en een moestuin waarin courgettes zuchtend uitgroeiden van babypinkjes tot honkbalknuppels. Er waren weemoedig koerende duiven. ‘De koeoeoekjes zijn op...de koeoeoekjes zijn op...de koeoeoekjes zijn op...kut!’

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Dit alles alleen voor ons tweeën, me and my huisgenoot P, Adam en Eva in het paradijs. Er stond zelfs een Boom der Kennis, maar wij lieten de appels gehoorzaam hangen. (Lezersbrieven van de strekking ‘de Boom der Kennis was in feite geen appelboom maar een vijgenboom’ zullen niet worden beantwoord.)

Toen moesten we weer naar huis. ‘Kut’, zei ik op mijn beurt, want ik ben een vrouw van weinig woorden. Naar huis, naar die vieze, lawaaiige rotstad vol kotsende toeristen en Zuidas-bengels op hun slinks doorgestarte doodshoofdfietsjes. Ik werd zelfs jaloers op collega Althuisius, die, het kan u niet ontgaan zijn, zojuist verhuisd is naar de provincie. ‘Misschien moeten we toch ook...’, zei ik tegen P. Hij zweeg.

Thuis sprong ik op mijn fiets (die had ik wél gemist) en reed naar de bakker (die ook). Onderweg trof ik, voor de deur van het gekkenhuis, een rijzige vrouw in een knalrode jurk die uit volle borst een lied stond te zingen: ‘Waardig het Lam, waardig het Lam! Overwinnaar zou hij zijn, over zonde, dood en pijn! Heel het rijk der duisternis weet wie Jezus Christus is!’ Het galmde door de zonnige Constantijn Huygensstraat.

Om de hoek lag een boot die ‘Natte Vlerk’ heette en er ook zo uitzag. Op het dek zat een meeuw met een nog ongedeerde croissant in zijn snavel woedend naar een hond op de kade te staren. Een straat verderop liep een jongeman in een keurig zomerpak te bellen. ‘Nu? Nee, vandaag gaat niet lukken, bro. Ik zit in New York. Loop nu over 42nd street. (...) Ja. Helaas pindakaas.’

Ik kwam thuis. In de gigantische bruine beuk achter mijn keukenraam zaten tientallen felgroene parkietjes te kwetteren. Ze staken vrolijk af tegen het donkere gebladerte. Kerstmis in augustus. De radio van de glazenwasser speelde Lovely Day van Bill Withers. (‘Then I look at you/and the world’s alright with me...)

Nee, de koek is nog lang niet op.

Source: Volkskrant

Previous

Next