Ieder jaar buigt het kabinet zich halverwege augustus over de koopkrachtplaatjes. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft dan net in de augustusraming geschetst hoe de economie er de komende jaren voor staat en hoe de koopkrachtcijfers zich ontwikkelen.
Een plusje hier, een minnetje daar. Met wat geschuif van een paar 100 miljoen euro komen alle groepen op Prinsjesdag, als de begroting voor het volgende jaar wordt gepresenteerd, er min of meer gelijk uit.
De opgave is nu iets ingewikkelder. De groei van armoede wordt namelijk steeds hardnekkiger. Als het kabinet geen actie onderneemt, dan komen volgend jaar bijna een miljoen mensen onder de armoedegrens. Bijna een kwart van die groep is kind.
Die stijging komt gek genoeg deels door overheidsbeleid. Toen de prijzen voor boodschappen en energie mede door de oorlog in Oekraïne de pan uit rezen, kwam het kabinet met miljardenpakketten om de inflatie iets te dempen. Die pakketten lopen in 2024 af en er is al maanden geleden vanuit onder andere het ministerie van Financiën gewaarschuwd dat de steun niet jaren kan blijven doorgaan.
Met een koopkrachtdaling van bijna 3 procent kregen vooral mensen met een uitkering een harde financiële klap.
De armoede is niet alleen te herleiden tot de hoge inflatie. Het is sowieso ingewikkeld om te definiëren wanneer er precies sprake van armoede is. Daar heeft het CPB samen met statistiekbureau CBS en het Nibud pas dit jaar voor het eerst uitgebreid onderzoek naar gedaan.
Nu wordt niet meer alleen gekeken naar het inkomen van huishoudens, maar ook naar hun vermogen. Ook wordt rekening gehouden met wat huishoudens kwijt zijn aan wonen, energiekosten en zorg.
Een speciale commissie boog zich over de vraag wat er vervolgens moet gebeuren om de armoede te bestrijden. Het advies: een flinke verhoging van het minimumloon in combinatie met een verhoging van toeslagen of uitkeringen. De kosten: ongeveer 6 miljard euro.
Dat is veel geld voor een kabinet dat alleen op de winkel mag passen. Daar komt bij dat het CPB in de augustusraming waarschuwde dat er bij de overheid meer geld wordt uitgegeven dan dat er binnenkomt. Dat begrotingstekort loopt de komende jaren verder op en passeert - als er niets gebeurt - in 2026 de grens van wat Brussel toestaat.
Toch zal er op de korte termijn iets moeten gebeuren. Al is het maar omdat coalitiepartijen VVD, D66, CDA en CU in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 22 november niet op hun geweten willen hebben dat ze groepen zonder koopkrachtreparatie in de kou laten staan.
Demissionair premier Mark Rutte zei voor het weekend dat "de laagste inkomens wel heel ver wegzakken" en dat de huidige koopkrachtplaatjes "zo niet de uitkomst zullen zijn".
Verder hield Rutte zich op de vlakte. Zo ook bij de vraag waar het geld vandaan moet komen als het kabinet iets aan die lage inkomens wil doen. "Anders wordt het weer nieuws."
Source: Nu.nl algemeen