Home

Schaf het vrouwenschaak af, dat kan alleen maar heilzaam uitpakken

Sinds er mensen zijn die in de veronderstelling verkeren dat zij zoiets bezitten als ‘een eigen identiteit’ en die ook naar eigen inzicht kunnen veranderen, ziet de maatschappij zich gesteld voor ethische vragen die voorheen nauwelijks aan de orde waren. Een voorbeeld ligt besloten in de opkomst van de transgender. Dat is iemand die het sterke gevoel heeft dat zijn of haar biologisch geslacht niet overeenkomt met hoe hij of zij werkelijk is. Degene is als het ware in het verkeerde lichaam geboren. Als man zit je in een vrouwenlichaam en als vrouw zit je in een mannenlichaam.

Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dat genderidentiteit of psychologisch geslacht een fluïde aangelegenheid is, is een idee dat al leefde bij de Grieken. De arts Wilhelm Fliess (1858-1928), een vriend van Freud, heeft aan het eind van de 19de eeuw het idee afgestoft en er zijn ontdekking van de bioritmiek op gebaseerd. De jonge filosoof Otto Weininger (1880-1903) heeft het idee verder uitgewerkt – gestolen, vond Fliess – door aan ieder mens een bepaald percentage mannelijkheid en een bepaald percentage vrouwelijkheid toe te schrijven. Een man kan bijvoorbeeld voor 90 procent vrouw zijn en een vrouw voor 90 procent man.

In landen waar een man alleen een man kan zijn en een vrouw alleen een vrouw zijn dat geen reguliere opvattingen. Het archief van Fliess, dat zich in het Oost-Duitse deel van Berlijn bevond, is lang gesloten gebleven. Alleen met speciale toestemming ging het open, zoals ik zelf heb mogen ervaren. Overal ter wereld leven de meest stompzinnige opvattingen over geslacht en gender, maar vooral ook in het huidige Rusland, waar Poetin telkens verkondigt dat de oorlog in Oekraïne ook nodig is om de decadente opvattingen uit het Westen te bestrijden.

Niettemin zijn er werkelijke dilemma’s. Iedere man of vrouw die van geslacht wil veranderen, moet dat vooral doen. Dat is geen zaak voor politici of politie. Het wordt anders als er minderjarigen in het geding zijn en mij lijkt dat hier de grootst mogelijke terughoudendheid moet worden betracht. Je kunt kinderen nog van alles aanpraten en soms heb ik het gevoel dat zoiets ook gebeurt, maar dat is een kwestie op zichzelf.

Genderidentiteit is een hachelijke zaak en in het edele schaakspel heeft zij geleid tot een volkomen absurd conflict, zoals dat vorige week in de Volkskrant is beschreven door Maarten Albers. De wereldschaakbond Fide heeft trans vrouwen voorlopig uitgesloten van deelname aan vrouwencompetities. Albers spreekt zelfs van ‘transpaniek’. De bekende woorden woede, uitsluiting en discriminatie zijn gevallen.

Laat ik meteen duidelijk zijn: wat mij betreft wordt dat hele vrouwenschaak opgeheven. Liever nog vandaag dan morgen. Er zijn sporten waarin de fysieke verschillen tussen mannen en vrouwen zwaar tellen. Daarom is het terecht dat er aparte mannen- en vrouwencompetities bestaan bij sporten als voetbal, hockey, roeien en boksen. Die laatste twee kennen ook categorieën naar gewicht. Niemand wil verantwoordelijk zijn voor het bloedbad als Tyson Fury (wereldkampioen zwaargewicht) zou boksen tegen Julio Martinez (wereldkampioen vlieggewicht).

Maar bij schaken?

Zijn vrouwelijke hersenen soms dommer dan mannelijke hersenen? Kunnen vrouwen minder goed nadenken, zijn ze minder intelligent, of kunnen vrouwen misschien minder lang op een stoel zitten? Waar slaat die scheiding op? Tegenwoordig doen meisjes het niet alleen op de middelbare scholen vaak beter dan jongens, dus waarom zou je dan aparte competities organiseren?

Volgens Bianca de Jong-Muhren, voorzitter van de Nederlandse Schaakbond, zijn die aparte competities ‘voorlopig’ noodzakelijk, omdat het voor vrouwen ontmoedigend is dat ze vaak ‘onderaan bungelen’. Dat is een beschamende en hoogst discriminerende opvatting. Ervan afgezien dat bijna iedere sporter begint met onderaan bungelen, blijven vrouwelijke schakers juist achteraan sukkelen, omdat zij opgesloten zitten in hun eigen getto. In feite is het vrouwenschaak niets anders dan een zelf gekozen vorm van uitsluiting. Als je wilt dat vrouwen meer interesse tonen in bètavakken, moet je ze juist niet opbergen in een kleuterklas natuurkunde, maar ze mee laten doen met ‘de grote jongens’. Judit Polgár, de sterkste schaakster ooit, heeft dat goed begrepen. Ze wilde niet eens deelnemen bij de vrouwen en heeft zelfs de titel ‘wereldkampioen schaken bij de vrouwen’ links laten liggen, hoewel zij die vele malen met gemak had kunnen behalen.

Het opheffen van vrouwencompetities kan voor het vrouwenschaak alleen maar heilzaam uitpakken. In één klap is daarmee ook het probleem van de trans vrouw opgelost, die bij de vrouwen – ‘dames’, zei men vroeger – mee wil doen. Registratie van geslacht is niet meer nodig, testosteron meten evenmin, noch hoeft zij welke vernederende handeling dan ook te ondergaan. Zij kan gezellig meedoen met de hele wereld en zal door niemand worden uitgesloten. Niet voor niets luidt het motto van de Wereldschaakbond: ‘Gens una sumus’ – wij zijn allen één.

Source: Volkskrant

Previous

Next