Home

Adobe-oprichter John Warnock maakte printen voor iedereen mogelijk, en later met de pdf onnodig

Hij was niet zo bekend als Steve Jobs of Bill Gates. Zijn persoonlijkheid leende zich misschien minder goed voor een film of serie. Maar de invloed van de begin augustus overleden John Warnock op het dagelijks leven is even onmiskenbaar geweest.

Wie een A4’tje print, zal voor lief nemen dat er een klein wonder plaatsvindt om een fysiek object te maken van een digitaal plaatje of tekst. Dat je binnen seconden een koopakte, arbeidsovereenkomst of scriptie uit je computer laat rollen, is de normaalste zaak van de wereld. Of eigenlijk: dat was het vooral. Wie print er nog, nu we digitale documenten hebben?

Computerwetenschapper John Warnock is voor beide medeverantwoordelijk. Warnock richtte in 1982 samen met Charles Geschke het bedrijf Adobe op. Dat bedrijf maakte printen voor iedereen toegankelijk met het ontwikkelen van de computertaal PostScript. Daarna maakte Adobe het printen ook weer grotendeels overbodig, door de uitvinding van de portable document file (pdf). Een pdf ziet er bij iedereen hetzelfde uit en betekende daarmee een revolutie voor het digitale document.

Over de auteur
Joram Bolle is algemeen verslaggever van de Volkskrant.

Warnock, geboren in Salt Lake City in Utah, was naar eigen zeggen een middelmatige student. Na zijn studies wiskunde en filosofie rolde hij met wat geluk het bedrijfsleven in bij IBM. Daarna keerde Warnock terug naar de universiteit om te promoveren.

Tijdens die promotie bedacht hij een algoritme om efficiënt afbeeldingen te genereren. Kort gezegd komt het er op neer dat het Warnock-algoritme een ingewikkelde afbeelding, bijvoorbeeld met overlappende objecten, steeds verder in stukjes hakt tot het behapbaar is voor een computer. Verdeel en heers.

Stel: je hebt een plaatje met twee gekleurde figuren, die deels over elkaar heen liggen. Dan hoeft een computer niet beide figuren volledig te genereren, maar alleen de zichtbare delen. Met de kleinst mogelijke hoeveelheid informatie een zo hoog mogelijke kwaliteit bieden is een principe dat aan de basis ligt van alle hedendaagse computergraphics.

Warnock beschreef zijn algoritme in een proefschrift van maar 32 pagina’s: het kortste in de geschiedenis van de Universiteit van Utah, vertelde hij altijd. In zijn proefschrift komt geen computercode voor en amper wiskunde; Warnock maakte zijn verhaal helder met afbeeldingen. Het tekent zijn filosofie: wat Warnock deed was een probleem oplossen en dat zo praktisch mogelijk.

Ook zijn latere uitvindingen waren een toonbeeld van elegantie en efficiëntie. Zoals de printertaal PostScript. Bij printerbedrijf Xerox ontwikkelde Warnock samen met anderen een programmeertaal om de pas uitgevonden laserprinter aan te sturen. Elke fabrikant had zijn eigen manier om computerdata om te zetten in prints en Warnock zocht naar een standaard, die bovendien betere kwaliteit garandeerde.

Het leidde het vertrek in van Warnock en zijn collega Charles Geschke bij Xerox. Dat bedrijf wilde de programmeertaal alleen gebruiken voor eigen producten, maar Warnock en Geschke wilden het op de markt brengen. Daarom richtten ze in 1982 Adobe op. PostScript betekende hun doorbraak, de Apple LaserWriter was de eerste printer die werd verkocht met het programma. Later werd het op de meeste printers de standaard.

Het ingenieuze van PostScript was dat er voor de programmeertaal geen verschil was tussen een letter of een afbeelding. In plaats van met een bitmap – een vastgesteld raster met pixels voor bijvoorbeeld de letter A in grootte 12 – werkte PostScript met vectoren: wiskundige formules op basis van punten, lijnen en figuren.

Op elke printer is de afdruk daarom identiek en een vector kun je eindeloos vergroten of verkleinen. Dat maakte PostScript geschikt voor alle afdrukken van A4 tot grote reclameposters. Een PostScript-bestand kost bovendien veel minder computerkracht.

Het volgende succes van Adobe was de pdf, die onder Warnocks leiding werd ontwikkeld. Na een uniforme manier om te printen, was hij op zoek naar een manier om digitale documenten op een uniforme manier te delen. Het document moest er op elke computer precies gelijk uit zien. Een fax was van inferieure kwaliteit, vond Warnock.

In feite is de pdf een doorontwikkeling van PostScript, waarbij de code al vertaald is naar de uiteindelijke afbeelding. Een ongeprinte print dus. In tegenstelling tot een Word-document ziet het bestand er bij iedereen hetzelfde uit. Daarnaast is het makkelijk doorzoekbaar, wat bij een fax of scan niet het geval is. En het bestand is door het gebruik van vectoren relatief klein en makkelijk te delen.

Zo leidde de techniek die printen op grote schaal mogelijk maakte tot een techniek die printen deels overbodig maakte. Je kunt een pdf uiteraard printen, op een betere manier dan Word-documenten, omdat een pdf elke printer identiek aanstuurt. Maar nodig is het niet: pdf’s zijn vandaag de dag volwaardige, juridisch geaccepteerde documenten, die digitaal ondertekend kunnen worden.

Warnock zal er niet rouwig om geweest zijn dat de ene Adobe-uitvinding de andere deels verdrong. Boven alles was hij een pragmaticus die gebruikers oplossingen wilde bieden, zei hij in 1986: ‘Als ik een tijdschrift oppak, erdoorheen blader en plaatjes en advertenties zie die identiek zijn afgedrukt door een LaserWriter, geeft dat een geweldig gevoel. Ik geniet er echt van dat anderen de vruchten plukken van mijn werk. Dat geeft de ultieme voldoening.’

De naam Adobe komt van een kreek die achter Warnocks huis in Californië stroomde. Adobe is Spaans voor ongebakken kleisteen en moest daarmee de creativiteit van het bedrijf benadrukken.

Misschien wel het bekendste product van Adobe is tegenwoordig Photoshop. Dat heeft Warnock niet ontwikkeld. Wel is hij de bedenker van Illustrator, een programma voor grafisch ontwerp, dat tot stand kwam omdat Warnocks vrouw grafisch ontwerper is.

Warnock studeerde eerst wiskunde en filosofie, pas daarna informatica: ‘Als je echt succesvol wilt zijn, is het belangrijk om je eerst te hebben aangepast aan de rest van de maatschappij en daarna pas over computers te leren.’

Source: Volkskrant

Previous

Next