Hij gaf zijn Tweede Kamerzetel voor de VVD op en sloot zich aan bij de Partij voor de Dieren. Daan de Neef verklaart zich nader: ‘Ik moest vaak akkoord gaan met dingen waarvan ik dacht: dit is precies wat ik níét wil.’
Bij zijn vertrek uit de VVD zei Daan de Neef (45) niet te kunnen leven met het harde migratiestandpunt van de partij, waarvan hij toen al achttien jaar lid was. In de Tweede Kamer zat hij pas anderhalf jaar toen hij in september vorig jaar zijn zetel opgaf. Kort daarna werd hij lid van de Partij voor de Dieren. Nu is hij PvdD-campagneleider voor de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. Hij serveert thee in zijn appartement in het centrum van Den Haag. Die woning deelt hij met vriendin Leonie Gerritsen, PvdD-gemeenteraadslid in de Hofstad.
‘Ik wilde journalist worden. Ik werkte daarom een tijdje voor de IJsselpost, het huis-aan-huisblad in Capelle aan den IJssel. Ik volgde als verslaggever de gemeentepolitiek. Toen viel me op dat liberalen het meest openstonden voor andersdenkenden. Ik vond progressieve politici dogmatisch. Linkse politiek was naar mijn idee vaak gebaseerd op verouderde ideeën, zoals het communisme. Ook christelijke politiek vond ik lastig. Ik zat op een christelijke basisschool en daar werden niet-christelijke leerlingen heel erg buitengesloten. Het CDA heeft me daarom nooit aangesproken. Dat gevoel van inclusie had ik ook niet bij de PvdA. Dus de liberalen waren een beetje mijn cluppie.’
‘Dat is wel een beetje zo. Maar ik zag ook dat VVD’ers hun hand uitstaken naar mensen die het minder goed hebben. Het was niet alleen maar: wij rijken zorgen goed voor onszelf. Het doel was de startstreep recht te trekken om voor iedereen gelijke kansen te creëren. Dat vond ik een heel fijn idee.’
‘Op het prikbord op school hing een vacature voor bureaumedewerker voorlichting. Als langharige, shagrokende metalhead dacht ik geen kans te maken, maar tot mijn verrassing werd ik aangenomen. Dat bevestigde mijn beeld van VVD’ers als ruimdenkend en onbevooroordeeld. Dat ze ondanks mijn uiterlijk dachten: ‘We zien iets in deze jongen.’ Er waren wel mensen die mij niet zagen zitten. De dubbele manchetten, de echte hardcore-jasje-dasje-VVD’ers. Maar in de fractie zaten ook milde figuren. Mensen als Frank de Grave en Laetitia Griffith. En toenmalig fractievoorzitter Jozias van Aartsen, dat is een heel warme man.’
‘Voor mij was dit gewoon een leuke baan. Ik vond het spannend om dagelijks in het centrum van de politieke macht te verkeren. Elke partij huldigt standpunten waar je het niet helemaal mee eens bent. Ik had weleens discussies met Gert-Jan Oplaat, die toen landbouwwoordvoerder was. Ik was al vegetariër en hij heeft natuurlijk een heel pluimvee-imperium. Dus wij stonden wel echt aan de andere kant van de lijn.’
‘Ik was het daar niet mee eens. Maar het VVD-standpunt was toen veel milder en redelijker dan nu. Niet ‘grenzen dicht’, maar proberen immigratie behapbaar te maken. Of überhaupt gewoon grip te krijgen. Dat was volgens mij meer het punt dan zeggen: we willen minder asielzoekers.’
‘Met dat standpunt heb ik altijd moeite gehad. Maar eerst stoorde me dat niet zo, omdat ik een heel andere rol had in de partij. Ik was geen politicus, maar fractiemedewerker. Ik was eerlijk gezegd niet zo bezig met migratiepolitiek. Er waren VVD’ers die daar hard rechts op waren, maar ook mensen die daar meteen op terugdrukten. Partijgenoten die wat menselijker waren.’
‘Op twee punten knarste het voor mij. Een daarvan was het altijd maar paaien van automobilisten. De VVD-fractie vond dat autobezitters overal voor de deur moesten kunnen parkeren. Dat is niet reëel in een grote stad. Verder was Breda een van de weinige steden waar Zwarte Piet nog deelnam aan de intocht van Sinterklaas. Ik vond dat echt niet meer kunnen, maar de VVD wilde de voorstanders te vriend houden.’
‘Daar ontdekte ik dat alles wat niet mag gewoon gedoogd wordt, zoals staartjes afknippen bij varkentjes. Als gemeenteraadslid kon ik weinig doen tegen dierenleed. Een hond werd bijvoorbeeld van een snikheet balkon geplukt. De eigenaar mocht dat beest later gewoon weer ophalen. Zo’n dier is zijn eigendom; die hond heeft zelf geen rechten. De wethouder zei dan: ‘We zijn gebonden aan landelijke regels. Als je iets wil veranderen, moet je naar de Tweede Kamer.’ Oké, dacht ik, dan ga ik het daar regelen.’
‘Ja. Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff was in 2020 bezig met het nieuwe VVD-verhaal. Bij een ledenvergadering zei ik tegen hem: de VVD moet meer oog hebben voor dierenwelzijn. Hij was enthousiast en vroeg mij ideeën aan te leveren voor het verkiezingsprogramma. Ik heb dat jaar ook een pamflet geschreven met dezelfde boodschap. Daarin kandideerde ik mezelf voor de Tweede Kamer. In de partij werd daar goed op gereageerd. Mensen als Dijkhoff vonden dierenwelzijn wel passen in het vernieuwde VVD-programma.’
‘Er werd inderdaad tegen me gezegd: hoe leg je dit uit aan de boerenachterban? Er zijn een paar VVD-appgroepen van mensen uit de gangbare landbouw. Daarin werd ik te kakken gezet. Zo van: die De Neef is een gevaar voor onze tak van sport. Toen het verkiezingsprogramma moest worden goedgekeurd, kwam er heftige tegenstand. Nogal wat VVD’ers vonden het onzin dat er iets over dierenwelzijn in stond. Dijkhoff moest dat echt verdedigen. Rond dit onderwerp ontstond een bange sfeer in de partij. Dus toen de portefeuilles in de nieuwe Kamerfractie verdeeld werden, zei men: we gaan jou niets met dieren geven, want de tegenstand is te groot.’
‘Omdat ik voelde dat er in de VVD een opening was om dit punt te agenderen. Natuurlijk lag mijn sympathie inhoudelijk bij de PvdD. Maar als je echt iets wilt veranderen, moet je een politieke meerderheid organiseren. De VVD brengt massa met zich mee. Ik dacht: stel dat het lukt een centrum-rechtse partij mee te krijgen in dat dierenwelzijnverhaal. Ik zag echt kans op een politieke doorbraak. Bovendien had ik met veel VVD’ers een band opgebouwd. Loyaliteit speelde ook een rol.’
‘Ik kreeg jeugdzorg en dat vind ik ook superbelangrijk. Ik baalde dat ik geen dierenwelzijn kreeg, maar ik mocht wel overleggen met de portefeuillehouders om toch inspraak te hebben. Met Peter Valstar ging dat prima, die is heel redelijk.’
‘Precies. Voor mij werd het echt lastig toen ik daar achter kwam. Op fractiestandpunten over de veehouderij had ik nul invloed. De PvdD diende een motie in om veetransporten te verbieden bij temperaturen boven de 30 graden. Ik was het daar natuurlijk mee eens. Maar landbouwwoordvoerder Thom van Campen stond lijnrecht tegenover mij. Hij houdt vooral het boerenbelang in de smiezen.’
‘Waarom denk je dat ik niet meer bij de VVD zit? Bij de RDA heb ik gezien dat wat er achter staldeuren gebeurt gewoon een drama is. Dat was voor mij de enige reden om überhaupt de Tweede Kamer in te willen. Om daar het verschil te kunnen maken. Maar toen ik Kamerlid was, moest ik vaak akkoord gaan met dingen waarvan ik dacht: dit is precies wat ik níét wil. Ik was 100 procent verantwoordelijk voor mijn stemgedrag, en dat bepaalt welke wetgeving het wel of niet haalt.’
‘Er lagen honderden mensen voor het aanmeldcentrum in het gras te slapen. Een mensonterende situatie. Dan sterft ook nog een baby. Ik weet dat VVD-staatssecretaris Eric van der Burg hard werkte aan een oplossing, maar diezelfde week publiceerde de VVD-fractie een lijst maatregelen om de toestroom van vluchtelingen te stoppen. Ik vond het cynisch om een politiek slaatje te slaan uit menselijke ellende. Die kille communicatielijn stond haaks op mijn gevoel. Toen dacht ik: ik zit hier gewoon niet op mijn plek.’
‘Met mensen die ik echt vertrouw. Peter Valstar is een vriend van me. Op hem heb ik in 2021 ook gestemd. Ik heb maar twee keer in mijn leven op een VVD’er gestemd. Verder altijd op de PvdD.’
‘Ja. Ik vind en vond die partij supernodig. Met partijleider Esther Ouwehand ben ik al heel lang bevriend.’
‘Nee. Ze heeft wel gezegd: jij bent geen VVD’er. Maar dat zei mijn ex-vrouw ook al.’
‘Ik ben op Dierendag lid geworden.’
‘Dat weet ik niet, maar ik heb die ambitie niet meer. Ik vind het politieke spel niet leuk. Ik houd niet van elkaar aanvallen in een debat. Ik wil gewoon dingen regelen voor dieren. Ik werk nu voor communicatiebureau Issuemakers, waar ik onder andere de Dierencoalitie help met hun missie. Het ondersteunen van dierenactivisme was voor mij altijd het doel. Het doel was nooit politicus worden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden