De mythe van Cassiopeia is eigenlijk een ‘bad ass-verhaal over een vurige Ethiopische queen’, zegt theatermaker Nina-Elisa Euson van TG Gouden Bergen in de voorstelling Zand erover, die nu te zien is op de Parade in Amsterdam. Samen met actrice Yeliz Dogan vertelt ze hoe Cassiopeia’s oneindige zelfvertrouwen haar omgeving angst aanjoeg en de goden woedend maakte. Als straf voor haar hoogmoed veranderde Poseidon haar uiteindelijk in een sterrenbeeld, gedoemd om eeuwig te lijden aan de nachtelijke hemel. Euson, in de voorstelling: ‘Ondersteboven hangend op een troon, waar ze voor eeuwig vast komt te zitten, voeten omhoog en het bloed dat langzaam naar haar hoofd zakt...’
Cassiopeia liet zich door niemand de les lezen. Een held, volgens Dogan: ‘Zij deed precies wat ze wilde, exact hoe ze het wilde en met wie ze maar wilde.’ Ondertussen wordt ze niet op een voetstuk gezet, maar gestraft en gedemoniseerd, monddood gemaakt. Hoe bóós moet deze vrouw geweest zijn, vragen de makers zich in de voorstelling af, en waarom horen we daar nooit iets over? Dogan: ‘Hoe oneervol en onmachtig is deze krachtige koningin neergezet in deze mythe?’
Over de auteur
Sander Janssens is theaterjournalist voor de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en achtergrondartikelen.
Zand erover is een theatrale ode aan vrouwelijke verzetsstrijders. ‘Vandaag vieren we de boosheid’, zeggen de makers tegen de toeschouwers. ‘We willen dat jullie deze voorstelling boos verlaten, want woede verandert gedachten, systemen en structuren.’
De afgelopen maanden stonden in meerdere theatervoorstellingen vrouwen op het toneel die expliciet het recht opeisten om boos te zijn. Zo vertolkte actrice Yela de Koning begin dit jaar de titelrol in Coriolanus bij Het Nationale Theater. Een bijzondere keuze van regisseur Nina Spijkers, om een vrouw te casten voor een personage dat Shakespeare als mannenrol heeft bedoeld. Coriolanus is een onsympathieke, opgefokte generaal, die door zijn consequente minachting voor anderen de steun van het volk verspeelt. De Koning speelde het personage woedend en radicaal, als een ijzersterke vrouw die zich door niemand laat bedwingen.
Voor De Koning was het aanvankelijk zoeken om die woede vorm te geven, vertelt ze. ‘Tijdens repetities werd ik vaak emotioneel als ik heel boos moest spelen. Ik benaderde de emotie vanuit onmacht, want dat is hoe ik woede uit eigen ervaring ken: als iets waar vaak verdriet of schuldgevoel onder ligt. Totdat Nina zei: speel nu eens alleen boos, verder niets. Benader woede niet vanuit onmacht, maar vanuit macht. Toen bleek woede ineens ook heel bevrijdend te zijn.’
In tegenstelling tot mannelijke krijgen vrouwelijke toneelpersonages meestal niet veel ruimte om boos te worden. Neem een van de bekendste vrouwen uit het Nederlandse repertoire: Kniertje, de vissersweduwe uit Herman Heijermans’ klassieker Op hoop van zegen (1900). Zij ontsteekt niet in woede als reder Bos bevestigt dat haar (zoveelste) zoon niet terugkomt van de zee. Ze beklaagt zich, zoals ze zich voortdurend beklaagt: ‘De vis wordt duur betaald.’ Heijermans laat haar smartelijk, lang aangehouden snikken, de armen slap langs haar lichaam en ‘haar voorhoofd en polsen bettend’. Hoeveel leed moet deze vrouw eigenlijk verstouwen, hoeveel onrecht moet haar worden aangedaan, om – naast haar begrijpelijke verdriet en wanhoop – ook eens woedend te mogen worden?
Elk mens heeft woede in zich. Maar van jongs af aan wordt ons aangeleerd dat woede negatief en contraproductief is, iets wat je liefst niet met anderen deelt en dat daarmee automatisch in de taboesfeer blijft. Maar dat boosheid een slechte reputatie heeft, is onterecht: woede leidt tot verandering, toont passie en zorgt ervoor dat je je verbonden voelt met de wereld om je heen. Het is een signaalemotie: het wijst je op onrecht en spoort aan daar iets aan te doen. De emotie zelf wordt vaak verward met het verbale of fysieke geweld dat er soms op volgt, maar staat daar in principe los van. Pas als woede niet gecontroleerd naar buiten kan komen, als ze wordt opgekropt of weggestopt, kan ze leiden tot negatief, destructief of gewelddadig gedrag.
In haar boek Rage Becomes Her (2018) noemt Soraya Chemaly woede een ‘rationele én emotionele reactie wanneer grenzen worden overschreden of er dingen gebeuren die niet in de haak zijn’. Chemaly duidt treffend het verschil tussen de reacties op woede bij mannen en vrouwen. Boosheid is voor mannen doorgaans iets wat hun machtspositie versterkt, voor vrouwen iets wat hun positie ondermijnt, stelt ze.
Nog altijd reageren veel mensen afkeurend op een vrouw die (publiekelijk) haar woede uit, zegt theatermaker Nina-Elisa Euson: ‘Een vrouw die huilt begrijpen we, het voelt vertrouwd. Maar bij een vrouw die kwaad is, zie je mensen in een kramp schieten.’ Dogan: ‘Ik ben vanwege mijn temperament bijvoorbeeld heel vaak als agressief bestempeld.’ Chemaly schrijft daarover: ‘Onze maatschappij is ontzettend vindingrijk als het aankomt op het wegwuiven of pathologiseren van woedende vrouwen. Ik ben me er altijd bewust van geweest dat ik, wanneer ik het etiket ‘boze vrouw’ kreeg opgeplakt, werd gezien als een overmatig emotioneel, irrationeel, ‘passioneel’, misschien zelfs hysterisch mens, en in elk geval als iemand die niet in staat was om objectief en helder na te denken.’
Voor mannen geldt volgens haar ondertussen: ‘De boosheid van jongens en mannen moet weliswaar beheerst worden, maar wordt doorgaans toch als een deugd beschouwd, zeker wanneer mannen haar inzetten om te beschermen, te verdedigen of leiding te geven.’
Dat mechanisme wordt weerspiegeld in allerlei culturele uitingen. Terwijl woedende mannen in het klassieke repertoire doorgaans worden opgevoerd als machthebbers of helden (oppergod Zeus, oorlogsheld Achilles, koning Richard III), zijn woedende vrouwen vaak jaloerse wraakgodinnen, meedogenloze feeksen of kwaadaardige heksen; eendimensionale personages, die niet begrepen maar vooral gemeden moeten worden.
De Griekse mythologie kent daar tal van voorbeelden van. De Furiën, drie wraakgodinnen die de onderwereld alleen verlaten om misdadigers te straffen, worden voorgesteld als afzichtelijke vrouwen: kwelgeesten met bloed uit de ogen, vleermuisvleugels en slangen uit het haar. Medusa wordt gewelddadig verkracht, en voor straf in een monster veranderd (met wéér die krioelende slangen als haar, en een blik die anderen doet verstenen). Klytaimnestra vermoordde haar echtgenoot Agamemnon (die, laten we dat niet vergeten, hun dochter offerde om een oorlog te kunnen voeren), Medea doodde haar kinderen om wraak te nemen op haar overspelige man Jason. Ergo: woedende mannen krijgen iets voor elkaar, bij vrouwen is de woede irrationeel, laakbaar en gevaarlijk. Dat zijn de voorbeelden waar we het lange tijd vooral mee moesten doen.
Daar komt nu, met steeds meer voorstellingen die gemaakt worden vanuit vrouwelijk perspectief, langzaam verandering in. Elfie Tromp maakte dit voorjaar met Op de barricade van het hart een voorstelling waarin ze de woede die in haar huist, inzet als kracht. ‘Ik voelde constante woede in me en die wilde ik begrijpen. Ik ben zo geprivilegieerd en gelukkig, ik heb alle kansen gekregen en benut. Waar komt die woede vandaan? Toen realiseerde ik me: ik behoor weliswaar tot de eerste generatie vrouwen van mijn bloedlijn die echt heeft mogen doen wat ze wilden, maar wat daarvoor is gebeurd, speelt nog steeds door in mij. Ik ben opgevoed en opgegroeid met een getraumatiseerde moeder, die meerdere malen seksueel geweld heeft meegemaakt; die verkeerd gediagnosticeerd is in de medische wereld, omdat die wereld gedomineerd wordt door mannen; die moest trouwen omdat ze zwanger was en daardoor niet kon studeren; die opgroeide op een katholieke school, waar schuld en schaamte gelijkstaan aan godsbesef. Ik voel de woede die zij en al mijn voormoeders niet hebben mogen voelen.’
Het leidde bij Tromp onder meer tot psychosomatische klachten, zoals slapeloosheid, verhoogde hartslag en te veel spierspanning. ‘Eigenlijk sta ik altijd in de vechtmodus. Vaak wordt er dan gezegd dat jij moet veranderen: ontspan je wat meer, ga yoga doen. Maar nee: mijn lichaam reageert op institutionele ongelijkheid.’
Als je woede niet onderdrukt maar op een bepaalde manier kanaliseert, heeft het volgens Yela de Koning een enorm emancipatoir potentieel. ‘Als je gezamenlijk je woede bundelt – zoals vorig jaar tijdens de protesten rondom de abortuswet, of de Iraanse vrouwen die massaal hun hoofddoek afdoen – zit er een grote en ontroerende kracht in. Woede is de motor geweest van veel belangrijke veranderingen in de wereld, van vrouwenrechten tot Black Lives Matter. Engagement komt rechtstreeks voort uit woede.’
Dat er juist nu steeds meer vrouwen op toneel uiting geven aan hun woede, lijkt deels te komen doordat vrouwen steeds vaker een podium krijgen. Zeker in de theatersector, die lange tijd vooral werd gedomineerd door mannen, zie je de laatste jaren steeds meer vrouwen op de planken én achter de schermen.
Daarnaast is er genoeg om boos over te zijn, zoals het groeiende besef van alle (gender)ongelijkheid, dat onder meer in de nasleep van #MeToo aan het licht blijft komen. Tromp: ‘Ik denk dat #MeToo eindelijk woorden heeft kunnen geven aan een structureel onbehagen, van grove intimidaties tot aan microagressies; het staat in één lijn, van de seksistische grapjes van mijn vaders jaarclubvrienden tot aan de poging tot verkrachting waar Source: Volkskrant