Home

‘Vrouwen hebben zo’n landingsstrip daar beneden’, zei de mond tegen de kin. ‘Jij hebt het omgekeerde’

Wat er vandaag ook gebeurt, nam ik me voor, ik geef me eraan over, go with the flow, geen stress, zen, mindfulness, buikademhaling, ik ben een berg. Om 09.00 uur stond ik klaar om de verhuizers te ontvangen. Om 10.06 uur belde ik waar ze bleven.

‘Zijn ze al onderweg?’, vroeg ik met een stem die zo joviaal en ontspannen was, dat hij onmogelijk uit mijn mond kon komen. Even later ging de bel. Drie grote jonge mannen stampten de trap op. Een voor een gingen ze door de kamers. Een van hen, een jongen met kort geschoren haar en vlezige lippen, zuchtte. ‘Het is wel veel hoor’, zei hij.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Dat is niet iets wat je een verhuizer graag hoort zeggen. Bovendien, het was helemaal niet veel. Het tv-meubel hoefde niet mee, de kledingkast ook niet en onze gigantische bank had ik die ochtend nog verkocht, dus die kon ook achterblijven.

We hadden misschien iets meer dozen dan ik had opgegeven, maar echt niet zoveel meer dat je ervan kon zeggen: het is veel. Toen ik naar buiten keek, begreep ik waarom hij dat had gezegd. Op de stoep stond de allerkleinste verhuiswagen ooit. Konden ze dan niet gewoon heen en weer rijden? ‘Nee, we moeten nog ergens anders heen’. Ik glimlachte. Komt allemaal goed.

Ze verpakten een kast in folie en hingen daarna in het raam te wachten tot de verhuislift er was. Ze lachten, hard. Op een gegeven moment hoorde ik het geluid van een sambabal, die ze blijkbaar ergens gevonden hadden. ‘Was je dronken dit weekend?’, vroeg de jongen met de vlezige mond aan zijn collega. ‘Nee, helemaal niet.’

Het ging over zijn baardje, waarin midden op zijn kin een scheiding was geschoren. ‘Vrouwen hebben zo’n landingsstrip daar beneden’, zei de mond tegen de kin. ‘Jij hebt het omgekeerde.’ Ook de baard van de jongen die met de verhuislift zou moeten komen kwam ter sprake. Ze videobelden hem om te vragen waar hij bleef. ‘Yo, wat doe je nou joh? Wat ben je allemaal het aan het doen? Je lijkt wel Hitler zo, met die sik van je.’

Doelloos en helemaal niet gestresst scharrelde ik rond tussen de dozen en uit elkaar gehaalde kasten. Soms pakte ik iets op en legde het weer neer, alsof ik op een rommelmarkt was met slechts spullen uit mijn eigen leven. Ondertussen waren de verhuizers begonnen met het inladen van hun speelgoedwagen. Toen die vol was, maakte ik met een van hen een ronde door het huis, om te kijken hoeveel er nog achter was gebleven. Een paar dozen hier, een tafeltje daar. ‘Valt best mee’, zei hij. Toen kwamen we in de werkkamer, die nog vol stond met dozen. ‘O nee’, lachte hij, ‘het is toch nog best veel.’ Ja, haha. Hahaha.

Source: Volkskrant

Previous

Next