Home

Docuserie over ‘blinde vlek in ons collectieve geheugen’: de strijd om Nieuw-Guinea

Joop van Zijl staat aan het begin van een lange loopbaan in de journalistiek als hij op 13 augustus 1962 voor het actualiteitenprogramma Avro Televizier een lichtvoetige reportage maakt op een eiland dat bekendstaat als Nederlands-Nieuw-Guinea. Ontspannen en in korte broek toont Van Zijl de moderne kant van een hoofdstad die snel groeiende is, Hollandia.

Het eiland ten noorden van Australië weet in de wereld steeds meer ogen op zich gericht. Deze keer gaat Van Zijls verslag niet over de oorlogsdreiging, de spanningen tussen enerzijds Nederland en Amerika en anderzijds Indonesië en Rusland en de rol van de duizenden Nederlandse militairen die in de kolonie zijn gestationeerd. Hij toont in de tropen een glimp van het dagelijks leven.

Over de auteur
Paul Onkenhout werkt sinds 1990 voor de Volkskrant. Hij schrijft over media, populaire cultuur en voetbal.

De meeste voorbijgangers zijn keurige geklede witte mensen – Nederlanders. Een Volkswagen Kever rijdt voorbij, een bordje van de Hollandsche Beton Maatschappij is zichtbaar. Met enige verbazing, trots zelfs, ontwaart Van Zijl een ‘winkelstraat met een echte stoep’.

In Hoog spel in de Oost reconstrueert documentairemaker Foeke de Koe () nauwgezet en met krachtige archiefbeelden een opzienbarende episode in de geschiedenis die van Nederland en Nieuw-Guinea kortstondig het centrum van de wereldpolitiek maakte. In de driedelige serie, geproduceerd door De Haaien in opdracht van BNNVara, werkt De Koe soepel en in chronologische volgorde toe naar de climax.

In 1962 dreigde door de halsstarrige houding van de regering, minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns vooral, een gewapend conflict dat had kunnen escaleren tot een nieuwe, Derde Wereldoorlog. De inzet was het westelijk deel van Nieuw-Guinea, het grootste tropische eiland ter wereld met een surplus aan kostbare bodemschatten en strategisch van groot belang.

Ook na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 had Nederland geweigerd de kolonie op te geven. Ondanks aanhoudende druk van de Amerikanen en een steeds agressievere koers van de Indonesische president Soekarno, gesteund door Rusland, bleef Nederland volharden in wat een ‘beschavingsmissie’ en een ‘beschavingsoffensief’ werd genoemd.

‘Een onbeschaafd en primitief volk’, was de opvatting over de inheemse bevolking, de Papoea’s. De inheemse bevolking moest en zou naar de nieuwe tijd worden gevoerd, door scholing en de invoering van een democratische bestuursvorm. Medische hulp kwam op gang.

Journalist Joop van Zijl toonde in 1962 in zijn tv-reportage zonder ironie hoe ver de missie al was gevorderd. Hij liet onder meer een ‘supermarket’ filmen, vernoemd naar koningin Juliana. Het is een ‘zelfbedieningszaak’, legde de reporter uit. ‘Dit mag toch wel het summum van de moderne tijd worden genoemd.’

Al rond 1955 was het ‘beschavingsoffensief’ begonnen, ook – of wellicht vooral – vanwege economische motieven. Nieuw-Guinea was een potentiële goud- en kopermijn van enorme omvang, een lucratief wingewest dat de belangstelling had van bedrijven als Philips, KLM en Unilever.

De Koe: ‘Een eenduidig motief voor het handelen van de regering is niet te noemen, maar voor Nederland was Nieuw-Guinea óók een appeltje voor de dorst.’ Prestige speelde een rol. ‘Een volk zonder kolonies is een half volk’, zei Luns, in een tijd dat overal ter wereld de dekolonisatie in volle gang was.

Zo werd Nieuw-Guinea een nieuwe frontlinie in de Koude Oorlog, een eiland waar duizenden Nederlanders heen trokken om een bestaan op te bouwen – en een duik te nemen in de blauwe oceaan of te luieren onder palmbomen of op hagelwitte stranden, zoals Hoog spel in de Oost in kleurrijke beelden toont.

De Koe brak als documentairemaker in 2017 door met De ondergang van de Van Imhoff. Hij maakte de prijswinnende (bekroond met De Tegel, een journalistieke onderscheiding) film over de ondergang van een schip bij Sumatra en een daaropvolgende doofpotaffaire samen met Kees Schaap. Hoog spel in de Oost is zijn eerste zelfstandige productie.

Voor programma’s als Netwerk, Brandpunt en Nieuwsuur legde hij zich eerder toe op buitenlandreportages. Met De ondergang van de Van Imhoff sloeg hij een nieuwe weg in, uit de journalistiek, en stortte hij zich op historische producties, onder meer voor Andere tijden en Andere tijden sport. In 2019 maakte hij Het Oorlogsdagboek van Riet Hoogland over een jonge vrouw die zat opgesloten in de Duitse gevangenis ’het Oranjehotel’.

Voor zijn drieluik over de laatste stuiptrekking van Nederland in de koloniale geschiedenis putte De Koe vooral uit het archief van Beeld & Geluid, het mediamuseum in Hilversum. Een ‘archiefdocumentaire’, noemt hij Hoog spel in de Oost.

Hij werkte er tweeëneenhalf jaar aan, met hulp van researcher Eva Krol en editor Ilja Lammers, en om budgettaire redenen deels in zijn vrije tijd. De Koe nam zelf de beeldresearch voor zijn rekening. In Hilversum vond hij talloze bruikbare reportages die destijds voor het Polygoonjournaal en programma’s als Brandpunt en AVRO Televizier zijn gemaakt.

Het kleurrijkst, letterlijk, waren de films die de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) over Nieuw-Guinea maakte; propagandafilms, voorzien van een vrolijk muziekje, die Nederlandse gezinnen, bouwvakkers en studenten warm moesten maken voor de kolonie in de Oost. Dat was hard nodig. De belangstelling voor Nieuw-Guinea was in Nederland lauw, ook van de politiek en de media.

Sinds de jaren zeventig is het hoofdstuk vergeten. ‘Een blinde vlek in ons collectieve geheugen’, noemt De Koe de strijd om Nieuw-Guinea. ‘De gebeurtenissen daar zijn veel minder grootschalig dan de oorlog van Nederland en Indonesië in de jaren 1945-1949, maar niet minder dramatisch.’

Het maken van De ondergang van de Van Imhoff zette De Koe op het spoor van Joseph Luns. ‘De eerste populist in het naoorlogse Nederland’, noemt hij hem, ‘een man die verliefd was op de camera.’ De Koe liet het plan varen om een film of serie te maken over de langstzittende minister in de nationale geschiedenis (negentien jaar).

In Hoog spel in de Oost speelt Luns alsnog een sleutelrol. ‘Volkomen dwaas’, oordeelt prins Bernhard in de documentaire over hem. Zelfs als de Amerikaanse regering onder leiding van president Kennedy alles in stelling brengt om Nederland te overreden Nieuw-Guinea op te geven en Indonesië een invasie voorbereidt, zet Luns door. ‘Als koloniale macht kon Nederland bij de grote jongens aan tafel zitten, dat was een motief van Luns.’

Een van de inspiratiebronnen van De Koe was de achttien uur durende serie die Ken Burns en Lynn Novick voor Netflix maakten over de oorlog in Vietnam, The Vietnam War. Ook inhoudelijk is er een overeenkomst.

De beelden van Nederlandse militairen die patrouilleren in de tropische jungle, op zoek naar Indonesische parachutisten, doen denken aan dat andere, veel grotere en veel langere conflict in Azië. ‘Ook dit conflict was echt een oorlog, met honderden Nederlandse jongens die ver weg van huis voortdurend gevaar liepen.’

Zo’n 30 duizend Nederlandse militairen, veelal dienstplichtigen, werden destijds uitgezonden naar Nieuw-Guinea, vaak zonder voorbereiding of training voor guerillaoorlogsvoering. De Koe sprak met een half dozijn veteranen en hoorde schrijnende verhalen.

‘Er is de afgelopen zestig jaar nooit naar ze geluisterd. Vooral na hun pensioen keerden de herinneringen keihard terug, vaak in dromen. Veel veteranen lijden aan posttraumatische stressstoornissen. Mannen van 80 jaar en ouder staan weer in de jungle in 1962 en schrikken ’s nachts van elk geluidje.’

De Koe slaagde er niet in om Indonesische soldaten van destijds aan het woord te laten. Kandidaten waren al benaderd. Negen maanden lang wachtte hij op een visum van de Indonesische regering, tevergeefs. ‘Het onderwerp ligt in Indonesië te gevoelig.’

Met de soevereiniteitsoverdracht van het westelijk deel van Nieuw-Guinea begon voor de Papoea’s, een periode van onderdrukking en geweld die tot op de dag van vandaag voortduurt. De ‘pionnen op het schaakbord van de wereldpolitiek’, zoals De Koe ze noemt, zijn door de wereld in de steek gelaten.

In de onafhankelijkheidsstrijd op het westelijk deel van het eiland kwamen sinds 1962 al minstens 300 duizend Papoea’s om het leven. De kiem voor de ‘stille genocide’ werd gelegd ten tijde van de Nederlandse overheersing, alle deels goede bedoelingen ten spijt. Het levert in Hoog spel in de Oost ongemakkelijke beelden op, bijvoorbeeld van Papoea’s die in Volendammer klederdracht zijn gestoken, zich aan een klompendans wagen of Sinterklaas ontmoeten.

De Koe oordeelt niet hard. ‘Natuurlijk zijn het genante beelden, je krijgt er kromme tenen van, maar je moet ze ook in het perspectief van de tijd proberen te zien. De Papoea’s waren Nederlanders. Ze maakten deel uit van het Nederlands koninkrijk. Daar hoorden Sinterklaas en klompendansen ook bij.’

Hoog spel in de Oost, 23 augustus, 30 augustus en 6 september op NPO 2, 22.10 uur, BNNVara.

De presentator van Hoog spel in de Oost is een cabaretier die is geswitcht naar historische voorstellingen, Diederik van Vleuten. Sinds 2010 heeft hij onder meer programma’s over Nederlands-Indië, Winston Churchill en de Eerste Wereldoorlog gemaakt. ‘Toen ik het script binnen kreeg, ge Source: Volkskrant

Previous

Next