Op het R.K. Lyceum de Grundel in Hengelo hoorde Pieter Omtzigt niet bij de populaire kinderen. Het lijkt me in elk geval sterk dat hij high fives uitdelend door de schoolgangen liep om vervolgens de man te worden die hij nu is: een zeurende nerd, een stumperd die zich laat wegpesten door zijn collega’s, een drammer die steeds maar weer over de regeltjes begint, een politicus die elk moment in huilen lijkt te kunnen uitbarsten, waarschijnlijk omdat hij op het punt staat om in huilen uit te barsten, een wandelende burn-out in wording die dan ook tot niemands verbazing een burn-out kreeg.
Het spijt me, maar Pieter Omtzigt is wat wij thuis een loser noemen. En toch gaat hij winnen.
Een absolute meerderheid zal het niet worden, maar volgens de peilingen kan Omtzigt met zijn partij Nieuw Sociaal Contract (lekker lullige naam ook) zomaar uitkomen op 46 zetels. Dat is ruim het zevenvoudige van wat de partij die hem heeft weggepest mag verwachten. Het CDA smeekte hem de afgelopen weken om terug te komen. Wat moet dat heerlijk hebben gevoeld, alsof de jongens die vroeger een post-it met de tekst ‘schop me’ op je rug plakten nu bij je bedelen of ze op je huisfeestje mogen komen.
Hoe kan het dat het tegenovergestelde van een winnaarstype zo’n stemmenkanon blijkt? Toen ik me dat afvroeg, moest ik denken aan het gedicht I want a president van Zoe Leonard uit 1992. Of, nou ja, laat ik mezelf niet intellectueler voordoen dan ik ben: ik moest denken aan de vrije vertaling van Simone van Saarloos uit 2017, en dan vooral aan de titel: Ik wil een verliezer als premier. Het heeft me nooit losgelaten. De vergelijking tussen wat Van Saarloos en Leonard wensen en wat Omtzigt is, gaat al bij de eerste regels mank – I want a dyke for president. I want a person with aids for president and I want a fag for vicepresident and I want someone with no health insurance and I want someone who grew up in a place where the earth is so saturated with toxic waste that they didn’t have a choice about getting leukemia – maar wat je bij poëzie voelt, hoeft gelukkig niet te kloppen.
Bovendien kom je er met een beetje associatie wel. Omtzigt beleefde zijn doorbraak dankzij zijn werk rond het toeslagenschandaal. Slachtoffers waren veelal alleenstaande vrouwen van kleur met relatief weinig geld. Als je een samenleving moet indelen in winnaars en verliezers, hebben zij een grotere kans op verliezen, de misdadige behandeling door de overheid maakte ze definitief tot verliezers. Het is een cliché, maar Omtzigt beet zich vast in het dossier en liet niet meer los. Een loser die het opneemt voor verliezers, dat beeld beklijft.
Het contrast met de kabinetten-Rutte helpt daarbij. Bewindslieden die vroeger populair waren op school om daarna praeses te worden bij het corps, of belangrijk bij een multinational. Soepele praters die vooral bezig zijn met het behouden van hun positie en het niet al te nauw nemen met de regeltjes. Het land moet bestuurd worden en het gezeik van mierenneukers zoals Omtzigt helpt daar niet bij. Daarom moest hij weg, functie elders, we kennen het verhaal.
Omtzigt is bepaald niet van mijn politieke kleur, maar toch geeft zijn opkomst me enige hoop. Hij zeurt wél over regeltjes, afspraken en statuten. Daarmee geeft hij in de Tweede Kamer het goede voorbeeld. We kunnen ons niet nog tien jaar nonchalant bestuur veroorloven, dat soort politiek maakt slachtoffers. Want met te veel regeltjes winnen weliswaar de miereneukers, maar met te weinig regeltjes winnen de klootzakken.
Over de auteur
Thomas Hogeling is schrijver en deze zomer columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.