Bij de Hema stond een meisje over de schoolspullen gebogen. Ze was een jaar of elf, spichtig van postuur, met felrode, opgewonden blosjes, die schattig vloekten bij haar rossige haar. Ze betastte een pluizig, lila etui.
‘Deze, pap, oké? Pap?’ zei ze tegen de man naast haar. Hij was bezig met zijn telefoon en knikte afwezig. Het meisje wierp haar buit in het winkelmandje, en keek op haar eigen telefoon, in een zuurstokroze hoesje. ‘Een geodriehoek’ las ze van haar scherm. ‘Pap? Ik moet een geodriehoek. En een passer.’
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Daar suisde ik 45 jaar terug in de tijd. Ik was toen even oud als dat meisje nu, en eveneens bezig met de aanschaf van schoolspullen. Niet mijn vader, maar mijn moeder was mee, want zo ging dat toen nog. Een en ander vond plaats bij de Haarlemse V&D, en ik was even opgewonden als dat rossige meisje. Voor het eerst naar de middelbare school!
Ook ik kreeg een geodriehoek, een raadselachtig voorwerp dat een schaduw wierp over mijn voorpret. Met letters kon ik uitstekend uit de voeten, maar met cijfers helemaal niet. Er stonden maar 7 letters op die geodriehoek (de merknaam ARISTO) en verder een heleboel gemene, kleine rotcijfertjes.
De passer, die ik ook kreeg, beviel me al beter. Thuis haalde ik hem uit zijn etui, en trok er moeiteloos een volmaakte cirkel mee. Kijk eens aan, dat had ik hem toch maar gelapt! Wie weet kon ik met het behendig hanteren van die passer alles maskeren wat ik niet begreep van die geodriehoek, op de nieuwe school. Ik stopte die smetteloze schoolspullen in die duchtig naar nieuw leder ruikende schooltas (met blinkende gespjes) en hoopte er maar het beste van.
Ten onrechte, zo bleek algauw. Bij de allereerste wiskundeles gingen we al aan de slag met die ondoorgrondelijke geodriehoek. Gespannen wachtte ik op de introductie van de passer, maar die kwam niet. Thuis, na de eerste schooldag, trok ik, in plaats van mijn huiswerk te maken, bedroefd cirkels.
Na een week was ik mijn eerste geodriehoek al kwijtgeraakt. Er zouden er nog vele volgen. Gelukkig kon je makkelijk een nieuwe jatten bij V&D. Dingen jatten bij V&D was sowieso aantrekkelijker dan het bijwonen van de wiskundeles, net als Space Invaders spelen bij ‘het gokhol’ aan de Botermarkt.
In de schaarse lessen die ik wél bijwoonde, kwam die passer niet aan bod. Nooit. Uit balorigheid prikte ik er uiteindelijk een gaatje mee in de rug van mijn hand, en liet er inkt in lopen uit mijn vulpen.
Je ziet het nog steeds.
Source: Volkskrant