Je had vroeger een reclame van Center Parcs waarin een oude man diep in gedachten verzonken voor zich uit staarde. Deze man was een filosoof, stond er boven. Uiteindelijk bleek hij na te denken over wat voor pannenkoek hij moest nemen. Filosoof – maar nu even niet.
Maar toch ook weer wel: zo hard na kunnen denken over zo’n kleine beslissing, dat leek mij machtig. Vanaf dat moment waren er twee dingen die ik graag wilde: filosofie studeren, en een keertje naar Center Parcs. Een keertje naar Center Parcs wilde ik het liefste. Maar omdat mijn ouders absoluut niet naar Center Parcs wilden, werd het het eerste.
In NRC verscheen onlangs een artikel over de toegenomen populariteit van filosofie. Er zijn dit jaar 30 procent meer filosofiestudenten dan in 2018. Er worden daarnaast steeds meer filosofieboeken verkocht, vaak met een zelfhulpinslag. Voormalig Denker des Vaderlands Daan Roovers verklaart deze ontwikkeling door te wijzen op de ingewikkelde en chaotische tijd waarin we leven: we zijn op zoek naar duiding.
Schrijver en filosoof Eva Meijer voegde daar dit weekend in een essay aan toe dat we in Nederland de filosofie vooral instrumenteel benaderen: ‘Nederlanders willen antwoorden, geen vragen.’ Ze pleit voor een filosofie die minder eenduidig is, meer in dialoog met de wereld. Een herwaardering van kritisch en logisch denken, vooral buiten de collegezalen, zou het publieke debat ten goede komen.
Het zou er volgens mij ook voor zorgen dat we ons niet langer op platitudes hoeven te beroepen. Neem alle brieven die de afgelopen maand op sociale media circuleerden waarin politici aankondigden zich wel of niet kandidaat te stellen voor de verkiezingen. Dit ongevraagde sollicitatieproza stemde weinig hoopvol voor de toekomst. Want hoewel er veel oprechte gedrevenheid uit de mededelingen sprak, heb ik er maar weinig originele gedachten in kunnen ontwaren. Hoe kun je een land veranderen als alles wat je zegt meer van hetzelfde is?
Om soortgelijke redenen moeten we naast het kritisch denken ook het kritisch voelen gaan waarderen. Het feit dat we collectief in paniek raken zodra we iets voelen is de echte reden voor het succes van filosofische zelfhulpboeken. We willen niet alleen duiding, we willen vooral hulp. Het is weliswaar prettig als een boek je vertelt wat die gekke sensaties die door je lijf of door de samenleving razen toch betekenen, maar laat je iemand anders je woorden kiezen, dan weet je zeker dat ze de plank misslaan. In die discrepantie groeien vooral de onderbuikgevoelens. Het maakt je vatbaarder voor demagogie: dat onbestemde misnoegen dat al tijden van geen wijken weet, kunnen we daar misschien een zondebok voor aanwijzen?
Ik schrijf nu een kleine twee decennia pathetische gedichten, iets waar ik me vooral tijdens mijn studie filosofie voor geschaamd heb. Maar wat blijkt? Ik had al die tijd gelijk. Gevoel is de enige directe relatie tot de werkelijkheid die binnen onze mogelijkheden ligt. Denken is die werkelijkheid van een afstandje aanschouwen en er verstandige dingen over zeggen, voelen is die werkelijkheid zijn. Daar met elkaar op een wezenlijke manier over kunnen praten is haar kunnen veranderen. Vooruit, zelfhulpboeken mogen ons een eindje op weg helpen, ik wil ook weer niet te kritisch denken, maar je zult ook een tijdje voor jezelf uit moeten staren. Uiteindelijk geldt: jij voelt dat je zin hebt in een pannenkoek met stroop, dus die kies je.
Over de auteur
Lieke Marsman is dichter en schrijft deze zomer columns voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.