In het begin van de speelfilm How to Blow Up a Pipeline zitten twee ogenschijnlijk doorsnee twintigers in een studentenkamertje – een lavalamp staat op het nachtkastje om te laten zien hoe gewoontjes ze zijn – het begin van een plan te smeden. ‘Een raffinaderij?’, zegt de jongen. ‘Nee. Dat is veel te groot. We could end up killing somebody.’
‘Sabotage is nu eenmaal rommelig’, zegt het meisje beslist.
‘We mogen mensen geen reden geven om ons niet serieus te nemen.’ Waarom, oppert hij, beschadigen we niet een weg voor kolentrucks?
‘That’s lame.’ Het punt is, zegt zij, dat je laat zien hoe kwetsbaar de olie-industrie is door een groot doelwit te kiezen. ‘Zoals een raffinaderij.’
Ze kiezen, zoals de titel al voorspelt, voor een oliepijpleiding. Veel dieper dan dit gesprekje wordt het morele dilemma dat centraal staat in de film, sinds donderdag te zien, niet uitgewerkt. Is geweld tegen klimaatverwoestende infrastructuur gerechtvaardigd om mensen wakker te schudden en beter klimaatbeleid af te dwingen?
De jongeren uit deze ecothriller twijfelen daar niet aan. ‘Als het Amerikaanse rijk ons terroristen noemt, dan doen we iets goed’, zegt de jonge native American die de bom aan het bouwen is. Hun levensverhalen – een moeder die door een ‘freak heatwave’ is overleden, een meisje dat ongeneeslijk ziek is door de chemische industrie – dienen louter als verdediging van hun keuze voor geweld.
Klimaatterreur is de laatste weken een verhit onderwerp. ‘Je hoeft er maar één te hebben’, schreef Ronald Plasterk vorige week in zijn Telegraaf-column. Maar één Volkert van der G. onder de klimaatactivisten bedoelde Plasterk. Hij sluit niet uit dat een aanhanger van Extinction Rebellion nog eens een moord pleegt.
Dank voor het verhelderende inzicht. Er hoeft er altíjd maar eentje tussen te zitten, bij de PvdA, onder Telegraaf-columnisten, op een ongereguleerd internetforum, of bij de lokale breiclub – het zou zomaar kunnen dat iemand in die kringen gek genoeg is om een aanslag te plegen. In Plasterks columns heeft iedereen kunnen lezen hoe snel een mens kan radicaliseren.
De kans dat zo iemand rondloopt bij XR is desondanks erg klein. De beweging predikt geweldloosheid in haar kernwaarden, verzet zich niet bij aanhoudingen en heeft nog geen enkele keer gedreigd met geweld of sabotage. Zelfs de soepsmijters van Just Stop Oil hebben geen geweld gepleegd; ze kozen de schilderijen uit op de glasplaten waar ze veilig achter verstopt zaten. Het risico op schade was nihil.
Plasterk noemde drie extreem-linkse aanslagen: de bom bij een bijeenkomst van de Centrumdemocraten in 1986, waarbij de vriendin van Hans Janmaat een been verloor; de aanslag van actiegroep RaRa op het huis van PvdA’er Aad Kosto (die niet thuis was) in 1991; en de moord op Fortuyn in 2002. Dat we inmiddels twee, drie of zelfs vier decennia verder zijn, waarvan vooral de laatste jaren worden gekenmerkt door uiterst-rechts geweld, vond hij niet interessant om te vermelden.
Ik noem dus toch even de veroordeelde blokkeerfriezen (2017), de veroordeelde intimiderende boeren (2022), de veroordeelde kamerfascisten die filosofeerden over een aanslag op Rutte (2021), de veroordeelde rechts-extremist die een aanslag tegen ‘linkse mensen’ voorbereidde (2018), de gewelddadige aanval op een vergadering van Kick Out Zwarte Piet in Den Haag (2019) en het geweld tegen KOZP in Staphorst (2022). Het jaar 2023 begon overigens met een racistische projectie op de Erasmusbrug. Een van de verdachten daarvan heeft in oktober 2021 tijdens het plakken van White Lives Matter-stickers een zwarte man mishandeld – waarvoor hij ook is veroordeeld.
Nee, over zulk geweld maakt Plasterk zich geen zorgen.
En als we het over flirten met geweld hebben: nergens worden wapens, militarisme, burgermilities, ondermijning van de rechtstaat en revolutionaire strijd zo verheerlijkt als bij extreem-rechts. En dan hebben we het niet over stiekem, of hypothetisch, maar in de openbaarheid door Kamerleden van FvD. De AIVD en NCTV waarschuwen bovendien voor het gevaar van extreem-rechts, een aanslag uit die hoek is ‘voorstelbaar’. De dreiging die uitgaat van extreem-links wordt ‘beperkt’ genoemd. Klimaatactivisten worden niet eens bij naam genoemd.
Wanneer is geweld gerechtvaardigd? In uitzonderlijke gevallen zeker, al weet je pas achteraf hoe de geschiedenis erover oordeelt. Niemand keurt het geweld van het verzet tegen de nazi’s af. Nelson Mandela gaf leiding aan sabotageacties tegen het apartheidsregime en won later een Nobelprijs. Momenteel pakken burgerwachten asielzoekers met geweld op als zij inbreken of stelen. Ik maak me zorgen over zulke eigenrichting, maar veel Nederlanders vinden het prachtig en de politie laat het toe.
Onder klimaatactivisten groeit de bereidheid tot verzet; het risico te worden aangehouden of veroordeeld, nemen velen voor lief. Geweld tegen personen zal weliswaar bij geen enkele actiegroep acceptabel worden. Maar er zijn scenario’s denkbaar waarbij sabotage een optie wordt voor sommigen, zoals eerder bij acties van Greenpeace. Het zou me zelfs niet verbazen als een saboterende klimaatsactivist over dertig jaar een Nobelprijs ontvangt. Er hoeft er maar eentje van het niveau Mandela tussen te zitten.
Source: Volkskrant