Home

Springbreak in de Flevopolder: van de nieuwe generatie Lowlanders mag alles

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Lowlands Zwetende bandjes, pompende dj’s of een symfonieorkest? Voor de nieuwe generatie is Lowlands sowieso feest.

Foto Andreas Terlaak

‘Hoe lang duurt één liedje?” Het meisje met de donkerblonde krullen dat zaterdagmiddag in de volgestroomde Alpha, de grootste tent van Lowlands, helemaal naar voren is gelopen heeft geen idee wat haar te wachten staat. Terwijl ze toekijkt hoe het Noord Nederlands Orkest begint aan de negende symfonie van Beethoven, antwoordt haar vriend zuchtend: „Dit ís het liedje.” Ze is niet overtuigd: „Nou, dan mogen ze wel wat sneller spelen, anders wordt het ‘m niet.”

Nou, het werd ‘m dus wél. Het orkest – vorig jaar op het allerlaatste moment geannuleerd door een dramatisch uitgelopen soundcheck van Stromae – kreeg dit jaar haar welverdiende revanche en vierde dat op magistrale wijze. Beethovens oproep tot eenheid en verbroedering veroorzaakte een magisch volksfeest. Het massale publiek begon met ludieke hiphopmoves en parmantige ballerinadansjes maar verloor zich tijdens de zinderende koorfinale in kolkende – ja, echt waar – mosh – én circle pits. Terwijl de hele Alpha „alle Menschen werden Brüder” bulderde, bleef de uitzinnige voorhoede rondjes rennen, een van hen met een fier wapperende Europese vlag.

Het was ongetwijfeld het aller-Lowlandste moment van het weekend en kan moeiteloos worden bijgeschreven in de canon van het festival (naast het legendarische sinaasappelgevecht en de ringoefening door de van de Olympische Spelen verbannen turner Yuri van Gelder).

Alleen: tegen zoveel verbroederingsgeweld kon daarna weinig meer op. Dat had niet zozeer te maken met kwaliteit – er viel genoeg te genieten – maar met de vraag wat Lowlands nu Echt Uniek maakt. Waar het festival vroeger kon pionieren is het inmiddels gebonden aan het vaste aanbod van carrousel-acts die je overal ziet: weer Underworld, Nothing But Thieves, De Jeugd van Tegenwoordig.

En natuurlijk is het prachtig dat Nederlands artiesten (Joost, Son Mieux, Merol, Froukje, Wende) de line-up domineren. Maar met alle respect: de kans dat je ze ook ooit zag op Weitjerock, Appelpop of Zandstock is 99,9 procent.

De Australische alleskunners van King Gizzard & the Wizard Lizard schudden moeiteloos hun dikke muziekencyclopedie leeg en wisten daarbij alle mogelijke riffs, regels, genres, maat- en toonsoorten uit te rekken alsof ze van elastiek waren. Geniaal? Jazeker, maar ze stonden vorig jaar op ook al op Best Kept Secret en in maart nog in de Amsterdamse Gashouder. „Zolang jullie blijven komen, blijven we spelen”, vatte de band het zelf samen.

Muziekpuristen en trouwe festivalgangers mogen daarom misschien treuren, de nieuwe Lowlanders boeit het bar weinig. Voor hen is Lowlands eerder een beleving: een soort Springbreak in de Flevopolder, maar dan aan het eind van de zomer. Of er op het podium een dj beats staat te pompen, een band zich in het zweet zwoegt, of een tweehonderdkoppig orkest Beethoven onberispelijk uitvoert: het is sowieso feest en allemaal onderdeel van de experience, à 300 euro.

Daarom zie je ’s avonds meer wijde pupillen dan dronkenlappen, meer glitterjurkjes (én glitters op gezichten, het Lowlands-equivalent van het roze Pinkpop-hoedje) dan vale bandshirts. Daarom dansen zoveel mensen met hun rug naar het podium en schrikken ze als er – HELP! – opeens een crowdsurfer komt aanzeilen. En daarom is het doodnormaal om – óók als je ergens vooraan staat – via de app alvast de volgende band te checken door je telefoonspeaker tegen je oor te houden.

Het verklaart waarom veel tenten opvallend leeg blijven. Aan het eind van de taaie zaterdagmiddag trapten de Zweedse postpunkboeven Viagra Boys iedereen bruut wakker. Het vuilbekkende en bierspuwende brulmonster Sebastian Murphy aaide over zijn blote, bolle en met slangen en adelaars vol getatoeëerde pens alsof hij vijf maanden zwanger was en hitste de meute op. Maar wie wilde liep zo tot aan de voorste rij.

Dat was ook het geval bij de niet al te zuiver gezongen indiebombast van Foals in de Alpha. Een paar uur later maakte Charlotte de Witte met haar mokerbeats wél gehakt van het hoofdpodium, én omstreken. ’s Werelds beste dj verblindde de massa met een bombardement aan stroboscopen en verbijsterende visuals. Het werd zo druk dat dansen een uitdaging werd en de toeloop richting Alpha dichtslibde.

Zij was een van de weinige echt unieke acts waar smachtend naar werd uitgekeken. Dat gold ook voor boygenius: de drie musketiers Phoebe Bridgers, Julien Baker en Lucy Dacus kwamen wat traag op gang maar toonden uiteindelijk hun klasse in de akoestische puurheid van intieme huilballades als ‘Ketchum, ID’. Bridgers snapte bovendien hoe je de nieuwe generatie Lowlanders bij de les houdt: ze vroeg aan het begin van ‘Not Strong Enough’ of iedereen alsjeblieft zijn telefoon in zijn zak kon houden: „Het volgende nummer is namelijk nogal intens.”

Het optreden past naadloos in de triomftocht van vrouwelijke headliners die van hun hart geen moordkuil maken en niet bang zijn om hun kwetsbaarheid te vieren. Wende gaf toe dat „we allemaal aan elkaar hangen van fuck-ups en zieligheid”. Vol overgave, met uitgelopen mascara, natte haren, zwoele dansbewegingen en zinderende furie gaf ze een show van buitengewoon hoog niveau. Dat het twintig jaar had geduurd voordat ze hier eindelijk stond? „Geduld is een schone zaak”, concludeerde ze laconiek.

Ook Froukje – overgevlogen vanaf Pukkelpop om Florence + The Machine te vervangen – bleef ondanks haar snel verworven status bescheiden. „Als je je ogen een beetje dichtknijpt, zie je het verschil bijna niet”, grapte ze over haar roodbruine kapsel.

De koningin van Lowlands 2023 trad pas zondagavond aan, toen deze krant al naar de drukker moest. Want ook al stond ze er vier jaar geleden ook, de troostende geest van superster Billie Eilish hing het hele weekend al over het festival: als een moeder Theresa van de aanstormende generatie van wie alles mag en niets verkeerd is.

Wende

De theatrale electropop van Wende was overdonderend fel, expressief en specifiek, zeker voor de jonge Lowlander die haar toch nog niet kende. Eerst kwam haar intense theatrale luisterwerk (‘Heb ik dat nodig’, ‘Deze gin’, ‘Voor alles’). Vervolgens koerste ze naar de popdance van hoge energie, haar teksten snoeihard over de noten jagend. Songs met zangeres S10, waaronder de nieuwe single ‘Sterrenlopen’, pompten mede op. Kom dan, daagde Wende uit met haar armen wijd, op een puls die rechtdoor ging, vol de techno in. De tent ontplofte. Het na alle beats plots delicate ‘Hou Me Vast’ miste als slotlied zijn uitwerking niet: het werd een mokerslag. Zeker na haar monoloog over een „moedig leven” en hoe belangrijk het was elkaar te steunen. Mensen hapten naar adem, vielen elkaar huilend in de armen. Direct erna door naar een volgend concert: onmogelijk.

Loyle Carner

Na shows in Paradiso en op North Sea Jazz imponeerde de Zuid-Londens rapper Loyle Carner ook op Lowlands met zijn warmbloedige hiphopshow. Zijn soepel op een soulvol jazzgeluid vallende woorden trokken een volgepakte Bravo-tent waar hij van zijn kwetsbaarheid zijn kracht maakte. Carner - ‘It does matters what you think’ stond op zijn t-shirt - deelde ruimschoots zijn gevoelens. Openheid, hij won er al veel mee, zei hij de zaal. In zijn songs, maar het komt ook in een vrij gedicht, geïnspireerd en geëmotioneerd als hij is door de meezingende zaal. Bij het nummer ‘Still’ riep hij op om als man je kwetsbaarheid te tonen. Twijfels en onzekerheid, ze maken sterker. En als kersverse vader was hij niet langer benauwd zich uit te spreken. „Fuck die toxische masculiniteit!”

The Dreadnoughts

Vraagje. Waarom Nederlanders zo belachelijk lang zijn, vraagt de zanger van The Dreadnoughts, een stel maffe polkapiraten uit Canada, zich vrijdagavond laat af. „Dat laat ons er slecht uitzien”, is zijn conclusie. Waarna de Lima-tent nog een extra zwiep de lucht in krijgt, want de stoom moet worden afgeblazen en de cider en het bier stromen rijkelijk. De boven de hoofden zwiepende takkenbossen, het is een typisch Lowlands-beeld dat nooit helemaal is verdwenen. En verder is het vrij botsen, hossen, beuken en springen op de folkpunk van dit zestal op gitaar banjo, viool, accordeon. De chaos is compleet. De drummer („Fuckface, een dorstig type. Heeft iemand een biertje voor hem?”) is deze keer de klos, hij moet een rondje door de zaal op de vrolijk uitgebrulde, meerstemmige shanty-hosser ‘Roll The Woodpile Down’. „Rollin! Rollin! Rollin the whole world round!”

Het slotakkoord van boygenius

Bloedzusters Phoebe Bridgers, Julien Baker en Lucy Darius van supergroep boygenius bewaarden hun beste nummer voor het einde. Terwijl ze met hun laatste bloedstollende en tweestemmige uithaal van ‘Salt in the Wound’ de Bravo lieten trillen, draaiden Bridgers en Darius simultaan een sierlijke pirouette, stortten dramatisch ter aarde, tijgerden als commando’s van weerskanten van het podium naar elkaar toe voor een innige omhelzing. Na een liggende zoenpartij veerden ze overeind om Julien Baker omhoog te tillen, als een levende, gitaarspelende trofee, die aan haar finale heroïsche gitaarsolo in de armen van haar soulmates voltooide.

De onbekende band die iedereen kent

Het is misschien wel de bekendste band van Lowlands, en tóch kent niemand ze. Het hele weekend cirkelt er een blauw-geel gestreepte tent op wielen over het terrein als een mysterieuze processie, maar dan met Source: NRC

Previous

Next