Home

Opinie: De overheid moet meer investeren in het herstel voor geadopteerden

Ik ben twee keer geboren. Van mijn eerste gang door het geboortekanaal herinner ik me niets, maar de tweede keer staat me nog levendig bij. Mijn zus en ik waren erop gekleed: we droegen korte witte jurkjes met bruine biesjes en zwarte schoentjes met lage hakjes. Zo vlogen we samen met een aantal andere kinderen van Seoul naar Amsterdam. Dolblij dat we er waren keken onze nieuwe ouders in onze ogen en aaiden onze haren terwijl ze zachtjes tegen ons praatten. Hoewel we geen idee hadden wat ze zeiden lieten we ze begaan, want ook bij een tweede geboorte heb je weinig keus. Als kind ligt je lot in handen van volwassenen.

Dit was in 1979. In de jaren daarna paste ik me zo goed mogelijk aan, al wees mijn omgeving me er regelmatig op dat ik ergens anders vandaan kwam. Daarnaast was ik niet alleen met mijn zus op Schiphol gearriveerd, maar ook met herinneringen aan het dorp en het huis waarin we woonden, de tante die voor ons zorgde, onze vader die op bezoek kwam, het kindertehuis waarin we zaten. Dit alles riep vragen op, maar omdat antwoorden uitbleven, hield ik ze lange tijd voor mezelf.

Over de auteur
Jinna Smit is historicus en archivaris. In 1979 werd ze geadopteerd uit Zuid-Korea.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Als geadopteerde mis je een heleboel informatie die voor de meeste mensen vanzelfsprekend is, omdat je geen beroep kunt doen op het collectieve geheugen van je biologische familie. Omdat je familie in Nederland niets weet over de cultuur waarvan je afgesneden bent. Omdat je niet de mogelijkheden hebt om naar informatie op zoek te gaan of niet weet waar je moet beginnen. Omdat je moedertaal uit je geheugen is verdwenen en het jaren duurt om het opnieuw te leren.

Zo kon het gebeuren dat ik pas in 2005 twee velletjes papier onder ogen kreeg met daarop de namen en geboortedata van mijn Koreaanse ouders en de context waarin mijn adoptie plaatsvond. Op dat moment vielen een paar van vele missende puzzelstukjes op hun plaats.

Ik kan dan ook niet verwoorden hoe pijnlijk ik het vind dat het ministerie van Justitie en Veiligheid in 1983 en 1999 duizenden dossiers heeft vernietigd van interlandelijke adopties uit de periode 1967 tot 1979. Pijnlijk voor mensen zoals ik, voor wie de vernietigde informatie essentieel is, en pijnlijk voor de Rijksoverheid.

De vernietiging gebeurde namelijk niet volgens voorgeschreven procedures, zoals het afwegen van belangen van verschillende partijen en pas na officiële goedkeuring van de vernietigingslijst. Zoals de Rijksarchiefinspectie in 1983 constateerde en gedoogde, vernietigde het ministerie stukken op basis van nog niet vastgestelde vernietigingslijsten.

Voor mij is dit opnieuw een voorbeeld van een Rijksoverheid die onvoldoende aandacht heeft voor de belangen van geadopteerden.

‘Helaas kunnen we de vernietiging van dossiers niet terugdraaien. Wij kunnen ons nu alleen maar sterk maken om het toezicht op nieuwe dossiers te verbeteren', zo citeerde de NOS een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Gelukkig kan de Rijksoverheid veel meer dan alleen zorgen dat dossiers voortaan beter worden beheerd, te beginnen bij het nemen van de eigen verantwoordelijkheid.

Als je toestaat dat kinderen uit andere landen in Nederland worden geadopteerd, dan is het je plicht om ervoor te zorgen dat dit op een ethische, humane en zorgvuldige manier gebeurt. En als je, zoals in 2021 werd geconcludeerd door de commissie-Joustra, jarenlang te weinig hebt gedaan tegen ernstige en structurele misstanden, dan richt je je niet alleen op het voorkomen ervan, maar ook op wat je kunt doen om de fout te herstellen.

Natuurlijk weet ik dat de Rijksoverheid hier stappen in heeft gezet. Zo kijkt deze de laatste jaren kritisch naar interlandelijke adopties en heeft ze het Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie (INEA) opgericht en de subsidieregeling ‘Belangenorganisaties Interlandelijk Geadopteerden’ ingesteld. Nu is het tijd voor een fonds dat individuele zoektochten van geadopteerden financiert.

Inmiddels verkeer ik in de situatie waarin ik intercontinentale vliegtickets, lokale reis- en verblijfkosten, kosten voor dna-testen en tolken kan betalen. Maar je zoektocht naar antwoorden op existentiële vragen over je afkomst en identiteit moet niet worden beperkt door financiële drempels. Zoals de kinderen uit de vernietigde dossiers volwassen zijn geworden, verwacht ik dit ook van een Rijksoverheid die zelf keer op keer vaststelt niet voldoende te hebben gehandeld in het belang van het kind.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next