Home

Aan de grens met Rusland vroeg ik me af: hoe zien lijsttrekkers onze plaats in een wereld vol dreiging?

Aan de overkant kijken de Russen terug, vanaf een kasteel. En ik kijk naar hen, ook vanaf een kasteel.

Op het middeleeuwse Hermann Kasteel in de stad Narva sta je aan de rand van Europa. Boven de kantelen wappert het blauw-zwart-wit van Estland. Tegenover je, op de toren van het 15de-eeuwse Invangorod Fort, hangt de Russische vlag. Beide bieden zicht op een brug over de rivier die ook Narva heet: de grensovergang. Het verkeer is flink geslonken sinds Rusland anderhalf jaar geleden een nieuwe fase van zijn veroveringsoorlog tegen Oekraïne begon. Voetgangers die vroeg op de avond door de kooiconstructie lopen, zijn vaak met een volle boodschappenkar onderweg naar de Russische zijde.

Geen wonder dat ze wakker lagen in Estland: de angst was dat Poetin hier hetzelfde zou proberen en nog steeds houden Esten daar rekening mee. Je kunt wel op een kaart zien dat landen als Finland, Estland en Letland aan Rusland grenzen. Maar je moet hier staan om het te voelen.

Je kunt opzoeken dat Estland pas 32 jaar geleden weer onafhankelijk werd, bevrijd uit de Sovjet-Unie. Je kunt bedénken dat een Est niet oud hoeft te zijn om zich dat al te goed te herinneren. Het dringt pas door wanneer hij je dat zelf vertelt.

Ik bezocht deze zomervakantie de geboortegrond van mijn overgrootvader en naamgever. Afkomstig van een klein Ests eiland in de Oostzee besloot hij, scheepstimmerman, in 1906 zijn geluk te beproeven op het Rotterdamse Katendrecht. En ik ontmoette verwanten voor wie het leven in Estland verder was gegaan. De oudsten vertelden hoe ze onder Stalin als kind waren gedeporteerd, hoe hun ouders dwangarbeid hadden verricht, hoe ze dennennaalden hadden gegeten om hun honger te stillen. En hoe ze nu genoten van hun vrijheid.

De generatie daaronder verhaalde over de verplichte propaganda op school en over de militaire dienst in het Sovjet-leger. Een verre achternicht van 29 stelde vast dat Estland zo lang als zij leeft slechts vooruitgang heeft gekend, maar zei erbij dat zij niets voor vanzelfsprekend houdt.

Ik vertelde hun dat ik in Sillamäe, een plaatsje dat in de Sovjet-tijd afgesloten was voor de buitenwereld omdat er uranium werd verrijkt, het theater had bezocht dat voor de toenmalige arbeiders was opgericht. Het portret van Lenin hing er nog goed onderhouden naast het toneel. ‘Van historische waarde’, had de gids gezegd. ‘Zo kunnen wij dat niet zien’, zeiden de verre familieleden. ‘Het is voor ons te vers.’

Te vers en te dichtbij. Eigenlijk niet definitief verbannen naar het verleden. Bert Lanting en Tom Vennink zetten eerder in deze krant uiteen dat Poetins oorlog veel heeft van een terugkeer naar dat Sovjet-tijdperk. Op dezelfde manier als Stalin jaagt hij soldaten de dood in, indoctrineert hij de jeugd en wakkert hij een paranoïde sfeer aan waarin Russen elkaar aangeven wegens vermeend gebrek aan patriottisme. Zijn regime maakt tegenstand met terreur onmogelijk, laat alle kanalen leugens spuwen en onderwerpt inwoners aan totale digitale controle. Volgens Poetin vechten de Russen niet voor de toekomst maar voor het in zijn ogen roemruchte verleden.

Aan de oppervlakte ziet dat er misschien anders uit. Trouw beschreef hoe Rusland de verwoeste, ontvolkte en veroverde Oekraïense havenstad Marioepol tot paradepaardje wil maken van Russische ‘wederopbouw’, en dat gaat tegenwoordig met glimmende appartementencomplexen. Toch gingen mijn gedachten uit naar de zielloze Sovjet-blokken die nog zoveel Estse wijken ontsieren.

In Estland, waar het Europees zijn een existentiële hunkering is, geneerde ik me voor de verveelde verwendheid waarmee het in Nederland vaak over de beschermende dekens van de EU en de Navo gaat. Voor de verwaandheid waarmee nog steeds over Oost-Europese lidstaten wordt gesproken, alsof die dankbaar moeten zijn dat ze ‘erbij mochten’. Voor het gemak waarmee die bescherming wordt onthouden aan de Oekraïners, omdat zij vooralsnog het bot blijven dat de dictator in geval van nood kan worden toegeworpen om hem hopelijk terug in zijn hok te krijgen.

Lees de plakkaten in Estse musea, zie hoe veroveringen als getijden over het land zijn gekomen en besef dat het uit historisch oogpunt bijzonder zou zijn als één kluif een Poetin-achtige heerser tevreden zou stellen.

Ik betrapte mezelf op de gedachte dat het onderwerpen zijn om al die lijsttrekkers op te bevragen: hoe zien zij onze plaats in een wereld vol dreiging? Wat zijn hun geopolitieke opvattingen? Aan wie van hen zijn beslissingen over oorlog en vrede toe te vertrouwen? Gelukkig kon ik de opiniepeilingen erbij pakken om mijn geheugen op te frissen: we hadden al collectief besloten dat het buitenland alleen interessant is wanneer het in Ter Apel asiel aanvraagt.

En terug in Nederland las ik een doorwrochte analyse van het AD over de vraag welke politicus de steun geniet van Vandaag Inside (Yesilgöz) en welke politicus juist garen zou kunnen spinnen bij een anti-campagne van ‘de mannen’ (Timmermans). Waarbij de laatste schijnbaar zou kunnen scoren door zelf – gevat – in het programma op te treden.

Natuurlijk. Wie zich het best staande houdt naast René van der Gijp met een dildo op zijn hoofd, dat is als leiderschapscompetentie óók niet te onderschatten. We zijn weer thuis.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next