Er vliegen vuurvliegjes door het Festspielhaus van Bayreuth. Duizenden libellen. Dan vliegt er een zwaan voorbij, geraakt door een pijl; het bloed gutst uit het dier dat met klapwiekende vleugels ter aarde stort.
De dieren zijn niet echt, en maar een klein deel van de bezoekers van de nieuwe productie van Wagners Parsifal kan ze zien.
Over de auteur
Merlijn Kerkhof is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant. Hij publiceerde twee boeken: Alles begint bij Bach, een inleiding tot de klassieke muziek, en Oude Maasweg kwart voor drie.
Op papier is het de grootste artistieke revolutie in jaren voor de Bayreuther Festspiele, het festival dat is opgericht voor de muziekdrama’s van Richard Wagner, waar ’s zomers de culturele elite van Duitsland voor naar het Festspielhaus in het provinciestadje in Oberfranken komt. Het festival heeft zich gestort op Augmented Reality (AR). Wie de nieuwe enscenering van de Amerikaan Jay Scheib bijwoont, kan zich een speciale bril laten aanmeten. Wie die bril opzet, ziet naast wat er op het podium gebeurt ook animaties, als visioenen bij het graalriddersverhaal.
Maar Bayreuth zou Bayreuth niet zijn als er een rel aan voorafging. In de meest beladen cultuurtempel van Duitsland (het was vanaf de oprichting in 1876 een broeinest van antisemitisme; Adolf Hitler was er vaste gast) woedde een interne strijd. Het plan van festivaldirecteur Katharina Wagner (achterkleindochter van) om AR in Parsifal te betrekken, viel niet goed bij de behoudende vriendenorganisatie die het festival mede bestuurt, schreef de New York Times. De technologie zou te duur zijn, was de officiële lezing van de vrienden.
Het compromis is dat de brillen maar voor een deel gefinancierd werden en nu 330 van de 2000 bezoekers een bril heeft om de visuals te kunnen zien. En die twee groepen bezoekers hebben totaal andere ervaringen.
Als ik bij mijn stoel kom, ligt de bril klaar in een zakje. De bril, met een kabeltje vastgemaakt, is loeiheet, alsof hij elk moment kan exploderen. Het is de eerste keer dat ik in het Festspielhaus ben, en alles wat me verteld is, klopt: op de bovenste rijen voelt het alsof je in het binnenland van Brazilië bent, maar je krijgt er wat voor terug. De akoestiek: het orkest klinkt waanzinnig mooi en mysterieus. Hoe dirigent Pablo Heras-Casado het voor elkaar krijgt, is niet te zien: de orkestbak werd naar Wagners wensen diep afgezonken en is geheel aan het zicht onttrokken.
En de zangers: woord voor woord te verstaan. Maar waar zijn mijn vrienden Gurnemanz, Kundry en Amfortas? Door alle drukke visuals die tussen mij en het podium, onder en boven me te zien zijn, is het moeilijk om een band op te bouwen met de personages, laat staan om echt in het verhaal te komen. En ondanks een stortvloed aan instructiemails, een test vooraf met twee medewerkers en glazen op sterkte, zie ik alles toch niet heel scherp.
Wat zou Wagner (1813-1883) er zelf van hebben gevonden? Hij was geobsedeerd door het kunstwerk van de toekomst. Het Festspielhaus is een proto-bioscoop: anders dan gebruikelijk ten tijde van de bouw, is het theater niet in hoefijzervorm en zijn er geen loges. In Wagners Festspielhaus moest je niet naar elkaar kijken, maar naar zijn werk, dus zijn alle stoelen naar het toneel gericht. Hij liet de zaal verduisteren tijdens voorstellingen, als decor experimenteerde hij met een draaiend doek met landschappen. Omdat Wagner alles zelf in de hand wilde houden, totaalkunst wilde maken, is vaak beweerd dat hij in onze tijd eerder filmmaker zou zijn geworden dan componist.
Conclusie: natuurlijk zou hij AR hebben omarmd.
Maar zou hij tevreden zijn geweest met de eerste poging in zijn huis? Zoals een vriend die er meer van weet tegen mij zei: AR staat nog in de kinderschoenen en is op dit moment alleen nog geschikt om Pokémons mee te vangen. Parsifal, gotta catch ’em all.
Die zwaan die door de titelheld (gezongen door Andreas Schager, als invaller voor Joseph Calleja) wordt geschoten, ziet er mooi uit; de bewegingen ogen realistisch. Maar de meeste visuals, met veel verwijzingen naar christelijke thematiek, leiden vooral af.
Er is geen enkel samenspel tussen de AR-beelden en wat op het toneel gebeurt, het zijn plaatjes vóór het spel: het is alsof je naar een opera kijkt met een screensaver ervoor. Gigantische schedels met klapperende kaken, geometrische figuren, doornstruiken, dieren: de halve kinderboerderij komt langs. In de derde akte zien we een brandende tractor. Er zit geen eenheid in de vaak generieke visuals, die van verschillende makers zijn. De beeldtaal rijmt ook niet met die van het podium, waar we een apocalyptisch, postindustrieel landschap zien.
De bezoekers om me heen, die allemaal van een bril zijn voorzien, zetten hem net als ik steeds op en af; vermoedelijk ook overprikkeld. In de derde akte houdt bijna niemand hem nog op. Ik weet niet of de brillozen beter af zijn, in ieder geval zullen ze een coherente voorstelling hebben gezien. En wellicht hebben ze meer tijd gehad om na te denken over wat Georg Zeppenfeld als Gurnemanz nou zo goed maakte.
In Bayreuth is het gebruik dat een productie na de eerste serie voorstellingen nog vier zomers te zien is. De vraag is niet of, maar hoe gedateerd het AR-element tegen die tijd overkomt.
De Bayreuther Festspiele zijn een society-evenement, vol tradities. Zo beginnen de opera’s altijd om 16.00 uur. Tijdens de pauzes van een uur kun je braadworst en oesters eten en halve liters bier bestellen in het foodcourt Wahnfood, vernoemd naar Wahnfried, Wagners villa in Bayreuth.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden