Home

Hoe de Nederlandse coach Sarina Wiegman het symbool werd van de stormachtige ontwikkeling van het vrouwenvoetbal

Sarina Wiegman wist nog van niks toen ze het hoogste trainersdiploma kreeg, zeven jaar geleden nog maar. Niemand zag aankomen dat ze twee keer Europees kampioen zou worden en twee WK-finales zou halen, maar een tipje van de sluier lichtte ze wel degelijk op. Vrouwen krijgen heus wel kansen, zei ze op KNVB-site. ‘Maar we moeten wel met z’n allen veel brutaler worden.’

Het ‘sprookje’ waarin ze is beland, eindigde niet zoals ze had gehoopt. Na een matige start van het WK leek ze de winnende formule te hebben gevonden, maar net als vier jaar geleden met Nederland struikelde ze in de WK-finale. Toen was Amerika te sterk, nu verloor de bondscoach met Engeland van Spanje, dat voor het eerst wereldkampioen is geworden.

Over de auteur
Dirk Jacob Nieuwboer is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal. Hij was eerder correspondent Turkije en politiek journalist.

Voor Wiegman is het niettemin een unieke prestatie: niet eerder stond een coach met twee landen in de eindstrijd van een WK voetbal. In zes jaar tijd was het al de vierde keer dat ze in de finale van een eindtoernooi stond. Wiegmans prestatie is de beloning voor haar brutaliteit, niet met een grote mond, wel met lef, vastberadenheid. Door consequent haar eigen grenzen te verleggen is ze uitgegroeid tot symbool van de stormachtige ontwikkeling van het vrouwenvoetbal.

De Hagenese moest als kind haar haren nog kort knippen om überhaupt te kunnen voetballen. Zo viel het minder op dat ze meedeed in een jongensteam, wat toen nog niet mocht. Die houding heeft ze altijd gehouden, even pragmatisch als doortastend overwon ze alle obstakels op weg naar de top.

Zo was ze naar eigen zeggen ‘best schijterig’, maar stapte ze als 18-jarige op een toernooi in China toch op Amerikaanse coaches af en regelde ze dat op ze een college kon gaan voetballen. Daar kon ze zich verder ontwikkelen, in Nederland stelde het vrouwenvoetbal toen te weinig voor.

Als voetbalster (104 interlands) was ze een driftkikker, maar als coach besefte ze dat ze haar kop erbij moest houden. Ze volgde mentale training om rustiger te worden en gaf haar assistent Arjan Veurink, die haar naar Engeland volgde, de opdracht een por te geven als het niet lukte. Dat was volgens beiden zelden nodig.

Het is een constante: als Wiegman ziet dat er iets te verbeteren valt, gaat ze ervoor. Het verklaart haar keuze om de Nederlandse ploeg te verlaten en in 2021 bondscoach van Engeland te worden. Het viel haar niet makkelijk het team achter te laten waarmee ze in 2017 verrassend Europees kampioen werd en in 2019 de WK-finale verloor. Maar ze had alles eruit geperst wat er in zat en wist dat ze elders meer kans had op succes.

Engeland bood haar iets wat Nederland niet heeft: een brede selectie met gelijkwaardige speelsters. De Engelsen waren bovendien hongerig, omdat ze nooit verder waren gekomen dan halve finales. In de gesprekken met de Engelse bond zei Wiegman dat ze zich zou onderdompelen in de Engelse cultuur, maar ze voegde er ook iets aan toe. ‘Mijn Nederlandse directheid ga ik niet veranderen.’

Twee jaar – en een Europese- en wereldtitel – later is dat precies waarom haar speelsters weglopen met haar. ‘Je weet wat je rol is en je verantwoordelijkheid, ze verwacht niets anders dan dat en dat wordt er bij je ingeprent’, zei Beth Mead, de Engelse topscorer van het EK, tegen sportmedium The Athletic. De partner van Vivianne Miedema is overtuigd: ‘Nederlandse directheid is fantastisch.’

Kritiek op Wiegman komt zelden naar buiten, zoals wel vaker bij succesvolle coaches die nog in functie zijn. Ze neemt de tijd om speelsters één-op-een te spreken, ze houdt het nauwkeurig bij. Aan haar betrokkenheid bij het team twijfelt niemand.

Als er gemor klinkt, komt die dan ook niet van toevallig van speelsters die buiten de boot vallen. Engelse afvallers voor het EK en WK vertelden dat de uitleg minimaal was. Jill Roord, een van de weinige Nederlandse internationals die moeite had met Wiegman, was lang vaste invaller. Ze vond dat de coach zich vooral met de basisspelers bemoeide en weinig oog had voor de bankzitters.

Ook bij Engeland geeft ze veel vertrouwen aan de vaste kern, van radicale veranderingen houdt ze niet. Toch moest ze op dit WK ook die grens over. ‘Ze heeft op dit toernooi een andere kant van zichzelf laten zien’, zei rechtsback Lucy Bronze na het bereiken van de finale.

Engeland moest het in Australië en Nieuw-Zeeland lang doen zonder drie dragende krachten, op het toernooi vielen nog meer speelsters uit en vooral: de ploeg speelde in het begin matig. ‘Ze moest haar mouwen oprollen, veranderingen doorvoeren en het team aanpassen’, zei Bronze.

Wiegman blijft rustig weten haar speelsters inmiddels, de mentale trainingen hebben geholpen. Ook als chaos dreigt, draagt ze altijd oplossingen aan. Bronze: ‘Haar ervaring heeft zijn vruchten afgeworpen.’

In de finale moest ze boel opnieuw omgooien, van 3-5-2 schakelde ze weer terug naar 4-3-3. Op het EK maakten haar wissels meerdere keren het verschil, nu kreeg ze haar ploeg niet aan de praat. Tegen de gouden Spaanse generatie was ook Wiegman niet opgewassen.

Toch wordt haar prestatie door velen geprezen. En niet voor het eerst wordt er gespeculeerd over een nieuwe grens die Wiegman kan slechten: zal ze ooit in het mannenvoetbal gaan werken? De onuitgesproken gedachte erachter: mannenvoetbal is de norm, de heilige graal, het hoogst haalbare: wie zou daar niet in willen werken?

Dat was zo in Wiegmans jeugd, toen ze posters van Wim Kieft en John van ’t Schip aan de muur had hangen. Vrouwelijke idolen waren er niet, vrouwenvoetbal trok nauwelijks publiek, er was geen droog brood mee te verdienen en op het niveau viel veel aan te merken.

Dit WK, voor het eerst met 32 landen, trok een record van ruim 1,7 miljoen toeschouwers, gemiddeld 29.000 per wedstrijd. Thuis keken er waarschijnlijk nog meer mensen mee dan de 1,2 miljard die dat vier jaar geleden deden. Wiegman speelde zelf interlands op amateurvelden, nu kijkt ze niet meer op van een stadion met 80.000 mannen, vrouwen en kinderen.

Natuurlijk zou het interessant zijn als Wiegman, die nog een contract heeft tot 2025, ooit mannen zou gaan coachen. Al was het alleen maar omdat ze zou binnenkomen met meer krediet dan welke andere vrouw ter wereld ook. Maar juist door haar inspanningen, en die van vele anderen, heeft ze nu ook een uitstekend alternatief: als ze in de top wil werken kan ze prima in het vrouwenvoetbal blijven. Daar hoeft ze geen grens meer voor over en na haar tweede verloren WK-finale blijft er bovendien nog iets te wensen over.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next