Home

Herstel de structurele weeffout die het politieke element volledig wegzuigt uit de gemeenteraad

Stel je voor, morgen wordt er vanuit Brussel verordonneerd dat de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen niet op 22 november maar op hetzelfde moment moeten plaatsvinden als de verkiezingen van alle andere parlementen in de Europese Unie.

Dus van Boedapest tot Berlijn en van Helsinki tot Athene, alle verkiezingen op één datum. Stel je voor. Dat is ondenkbaar. Ik voorspel ophef van Den Haag tot aan Madrid. Het zou namelijk in strijd zijn met ons idee van soevereiniteit. Van zelfbeschikkingsrecht. Het ontslaat het parlement van de mogelijkheid om een regering naar huis te sturen. Het zou afbreuk doen aan het politieke van politiek.

Over de auteur
Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Managing Director van het Leiden-Delft-Erasmus Centre Governance of Migration and Diversity. In de maand augustus is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

En toch, hoe absurd deze situatie ook klinkt, dit is de realiteit van onze gemeenten. Want waar je ook woont – van Den Helder tot Valkenburg, van Schiermonnikoog tot Middelburg – alle gemeenteraadsverkiezingen vinden op dezelfde datum plaats (herindelingsgevallen uitgezonderd).

Of een college nu klapt vanwege fraude, financiële chaos of nepotisme, je zit het maar uit. Want het is in Nederland niet mogelijk om lokaal de stem tussentijds terug te geven aan de kiezer. En zonder de mogelijkheid op verkiezingen zijn partijen tot elkaar toe veroordeeld. Vaak tot vervelens toe, ook bij de kiezer. Het zorgt voor lokale apathie, defaitisme en lijdzaamheid.

Tot wat voor onmogelijke situaties dat kan leiden zien we nu in de gemeente Den Haag. Want na Geerten Boogaard, Gert-Jan Oplaat, Annelien Bredenoord, Joost Sneller, Piet Hein Donner en Bruno Bruins adviseerde de inmiddels zevende (!) verkenner, Arie Slob, afgelopen week over de bestuurlijke impasse die daar is ontstaan. Nu is er in Den Haag doorgaans geen tekort aan strijd, maar die zit al anderhalf jaar op slot in een strafrechtelijke houdgreep. Een impasse, die in een goed functionerend politiek orgaan al lang nieuwe verkiezingen had opgeleverd. Maar de Haagse kiezer moet lijdzaam toekijken vanaf de zijlijn.

En die lokale lijdzaamheid blijft niet zonder gevolgen. Zo was de opkomst bij de vorige lokale verkiezingen nog nooit zo laag. In de door mij gekoesterde steden als Roosendaal, Tilburg en Rotterdam ging minder dan 40 procent naar de stembus. Ook in Den Haag nam niet meer dan 43 procent van de kiezers die moeite. Bestuurskundigen en politicologen zien verbeteringen in betere dienstverlening, meer burgerparticipatie en jawel… inspraak. Allemaal leuk en misschien zelfs aardig, maar het negeert de structurele weeffout waarmee in Nederland het politieke volledig uit de lokale politiek is gezogen.

Recent opperde voormalig minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren, om de gemeentelijke bevoegdheden te verruimen op dit vlak. In de Tweede Kamer werd zelfs een motie aangenomen om lokaal tussentijdse verkiezingen mogelijk te maken. Het geeft landelijke politici ook minder mogelijkheden om die verkiezingen te kapen en met allerlei niet-lokale thema’s te nationaliseren, zoals de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen weer het geval was.

Maar de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden ziet er zelf weinig heil in. Volgens oud-voorzitter Bahreddine Belhaj ‘hebben raadsleden nu de opdracht om er ook bij problemen samen uit te komen, en zullen tussentijdse verkiezingen een politiek wapen worden om mee te dreigen’.

Het feit dat Nederlandse politici zichzelf politieke instrumenten willen onthouden om betere politiek te kunnen bedrijven is – op z’n minst – bevreemdend. De wens er ‘samen uit te komen’, en bovendien nieuwe verkiezingen te zien als het tegendeel daarvan, is te verklaren vanuit de hardnekkig Nederlandse wens naar evenwicht, compromis en consensus, ofwel het harmoniemodel. Het stelt bijvoorbeeld SCP-directeur Karen van Oudenhoven in staat om zich recent af te vragen of we ‘de verkiezingen in kunnen gaan zonder te polariseren’.

Maar dat miskent volledig dat politiek bij uitstek de plek is voor polarisatie, het vormen van stellingen en tegen-stellingen. Het miskent dat politiek bij uitstek de plek is waar dissensus als verbindingsfactor belangrijker is dan consensus, want ‘we agree to disagree’. Sterker nog, ‘consensus is het einde van de politiek’ zoals de filosoof Jacques Rancière stelt.

‘Ja maar, er bestaat toch niet zoiets als een VVD-rotonde?’, hoor ik de politicus in het lokaal bestuur zeggen. Nee dat klopt. Maar of ergens een autoweg met rotondes moet komen in plaats van een basisschool of een natuurgebied, is wel degelijk geïnspireerd vanuit ideologische motieven en politiek-normatieve belangen. Laat je dus niks wijsmaken. Elke verkeersdrempel is politiek.

Daarom voorzie ik in een politiek antwoord voor de reïncarnatie van lokale politiek. Want onze lokale politiek is nu politiek gezien geamputeerd. Zolang een politiek orgaan zelf niet kan beslissen over haar eigen houdbaarheid, geloofwaardigheid en legitimatie snap ik waarom burgers langzaam die gemeenteraad de rug toekeren. Burgers zijn niet gek. Apolitieke politiek is geen politiek en doet er niet toe.

Ten slotte, zeg nou zelf. Als een Brusselse ingreep op nationaal niveau absurd zou zijn, waarom zouden we die absurde situatie dan nog langer toestaan op lokaal niveau.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next