Home

In het Senegalese Fass Boye gaat het scheepsdrama met migranten aan geen deur voorbij: ‘Er rest ons niets dan te bidden’

Zeker 72 migranten zijn omgekomen bij een scheepsramp voor de kust van Kaapverdië. De meesten kwamen uit Fass Boye, een Senegalees vissersdorp. Daar horen ontredderde dorpelingen nu dat hun zonen nooit meer thuiskomen. ‘We hadden geen idee waar we moesten zoeken.’

Al dagen is de 53-jarige Arona Boye niet buiten geweest. De vrome moslim slaat zelfs het gebed in de moskee over. Onder een golfplaten afdakje zit hij op een plastic stoel, gefixeerd op zijn telefoon. Daar, via Whatsapp, kwamen bij andere dorpsgenoten namelijk de eerste tekenen van leven.

Boye weet inmiddels dat zijn 25-jarige zoon Pape Mambaye onderweg was naar de Canarische Eilanden. Zijn zoon zag geen heil in een vissersbestaan, door overbevissing zit er in de Senegalese wateren steeds minder vis. Hij wilde naar Europa. De reis van de Senegalese kust naar het Spaanse eiland Tenerife duurt ongeveer een week, zelfs nog iets langer als de zee ruig is.

Over de auteur
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.

‘We hadden allang iets van Pape moeten horen’, zegt Boye. Hij en tientallen andere vissers besloten zelf te gaan zoeken naar het schip, omdat het mogelijk op drift was geraakt. ‘Maar de reikwijdte van een pirogue (een houten vissersboot, red.) is klein’, verzucht de visser. ‘We hadden geen idee waar we moesten zoeken.’

In de weken die volgden, werden hij en zijn dorpsgenoten steeds wanhopiger. Boye en de andere vissers zochten tevergeefs naar een groot uitgevallen pirogue, die op 10 juli was vertrokken uit Fass Boye. Hoewel de meer dan honderd opvarenden grotendeels uit dit kleine vissersdorp 120 kilometer ten noorden van Dakar kwamen, zeggen veel dorpelingen geen idee te hebben dat hun naasten de overtocht naar de Spaanse eilandengroep wilden maken.

De ‘West-Afrikaanse route’ vanaf het Afrikaanse vasteland naar de Canarische Eilanden is een van de dodelijkste migratieroutes ter wereld. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) kwamen vorig jaar ten minste 559 mensen op zee om, onder wie 22 kinderen. Die mensen komen deels uit het West-Afrikaanse Senegal.

Bij het uitblijven van enig teken van leven luidden de dorpelingen daarom de noodklok – na wekenlang aandringen en lobbyen via verschillende ngo’s zochten de Marokkaanse en Spaanse kustwacht zonder succes naar de vermiste boot. Pas woensdag, meer dan een maand na het vertrek van de boot, kwam er nieuws.

De boot is door een Spaans schip gespot, op ongeveer 275 kilometer van het Kaapverdische eiland Sal. 38 mensen, onder wie meerdere kinderen, zijn gered. De andere 72 opvarenden zijn waarschijnlijk overleden door honger en dorst – nieuws dat in de conservatief-islamitische, slechts 20 duizend mensen tellende vissersgemeenschap inslaat als een bom.

Nabestaanden en nieuwsgierigen haasten zich naar locoburgemeester Moda Samb, die in contact staat met de Kaapverdische autoriteiten. Ook het dorpshoofd Madiop Boye, die tegenover Arona Boye woont, wordt telefonisch op de hoogte gehouden.

‘Sinds woensdag komt iedereen die op zoek is naar nieuws langs bij de chef de village’, zegt Boye met rood doorlopen ogen, ‘wat betekent dat velen ook bij ons langs komen om hun medeleven te betuigen’. Nog altijd zijn tientallen opvarenden vermist op zee, wat feitelijk betekent dat zij zijn overleden – de boot is nooit gekapseisd. Hoewel Boye niet weet of zijn zoon bij de ‘vermiste’ opvarenden hoort, of bij de door de Kaapverdische autoriteiten geredde overlevenden, houdt hij hoop. Van condoleances wil hij niets weten. ‘Een van de overlevenden heeft gezegd dat hij mijn zoon heeft gezien in het ziekenhuis’, zegt hij onzeker. Zijn vrouw, die achter hem op het voeteneind van hun bed ligt, barst uit in tranen.

In de betegelde gastenkamer van dorpshoofd Madiop Boye, aan de andere kant van de zandweg, galmt de klaagzang van Boye’s vrouw op de achtergrond door. Hoewel het dorpshoofd er inmiddels aan gewend lijkt geraakt, oogt hij gespannen. ‘Zoiets als dit heeft ons dorp nog nooit meegemaakt’, prevelt hij met zachte stem. ‘We zijn ontredderd en verslagen’, zegt hij terwijl hij aan de gebedskralen in zijn hand draait. Zijn zoons en dochters zijn nog in het dorp, legt hij uit, maar van zijn uitgebreide familie zaten zes leden op de boot naar Tenerife. ‘Iedereen hier kent wel iemand die op de boot zat.’

Iets verderop, op een pleintje tussen een viertal lage gebouwen dat dienstdoet als openluchtmoskee, blijkt die uitspraak te kloppen. Neven, zussen, buurkinderen, zwagers: alle aanwezigen kennen ten minste een van de opvarenden. In de hoek van de gebedsruimte, aan de kant van de vrouwen, zit Maryam Sowe te huilen met een gele doek tegen haar gezicht gedrukt. Haar 35-jarige zoon Pape is een van de bevestigde doden, zijn levenloze lichaam werd gevonden op de pirogue. ‘Ik heb geen idee waarom hij is vertrokken’, zegt ze als ze zich enigszins heeft herpakt. ‘We hebben een goed leven, hij zei altijd dat hij bij ons zou blijven.’ Ze vecht tegen de tranen. ‘Allah heeft hem gestuurd om zijn ouders te helpen, er rest ons niets dan geduldig en mild te blijven.’

Toch is er in de straten van Fass Boye ook veel woede. Als de Senegalese autoriteiten naar de vermiste boot hadden gezocht, is het idee, was die al weken geleden gevonden en hadden de opvarenden nog geleefd. De onvrede over de lakse opstelling van de autoriteiten leverde zelfs rellen op. Plunderend en slopend trok een groep jonge inwoners van Fass Boye op woensdagavond de straat op, overheidsgebouwen als de lokale school en een vismarkt moesten het ontzien. Ook de akker van locoburgemeester Moda Samb ging in vlammen op. Onterecht, zegt hij desgevraagd, want Samb heeft de autoriteiten naar eigen zeggen juist meermaals gevraagd om in te grijpen – aan zijn verzoeken is alleen geen gehoor gegeven.

‘Ik snap heel goed waarom jongeren boos zijn’, zegt dorpsoudste Madiop Boye met trillende stem. ‘Maar geweld keuren we natuurlijk ten zeerste af.’ Dan stormt zijn zoon de ontvangstruimte binnen, hij fluistert iets in Boye’s oor. De dorpsoudste slaakt een kreet en staat direct op. ‘Arona’s zoon is overleden’, zegt hij, terwijl hij met grote passen naar het huis aan de andere kant van de zandweg beent.

Op het erf zijn al tientallen mensen verzameld, links en rechts liggen vrouwen op de grond op de grond te huilen. Arona Boye zit verslagen op zijn plastic stoel, zijn gezicht is begraven in zijn handen. Naast hem ligt zijn vrouw op de grond, schreeuwend en trappend. ‘Dit is het lot van Fass Boye’, zegt de dorpsoudste terwijl hij het verdriet aanschouwt. ‘Er rest ons niets dan te bidden.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next