Lang werden mensen met grote zorgen over de ernst van de klimaatcrisis voor gek verklaard. De soep wordt heus niet zo heet gegeten, werd tegen ze gezegd. Of: kom op, niet zo somber, je kunt niet in een hutje op de hei gaan zitten. ‘Maar het is eigenlijk veel gekker als je niet angstig wordt van de klimaatverandering’, zegt schrijver en filosoof Wouter Kusters (Geldermalsen, 1966) in zijn kantoor op een bedrijfsterrein in Reeuwijk. In zijn boek Schokeffecten – Filosoferen in tijden van klimaatverandering, dat onlangs verscheen, pleit hij ervoor de gevolgen van de klimaatcrisis ten volste tot je te laten doordringen.
‘Toen ik begon met schrijven aan dit boek, in 2017, was de klimaatcrisis nog niet zo ver in het algemeen bewustzijn doorgedrongen als nu. Zoals ik ook schrijf: in die zin is er toch iets van wrange vooruitgang geboekt.’
‘Onze 13-jarige zoon is in coronatijd in de ban geraakt van vogels spotten, eerst alleen in onze tuin in Schoonhoven. Inmiddels heeft hij die fascinatie overdragen op mijn vrouw en mij. We zijn afgelopen maand naar de Cevennen gegaan, hét gierengebied van Zuid-Frankrijk, om met verrekijker en fototoestel in de aanslag naar vogels te kijken.’
Over de auteur
Laura de Jong is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk, zowel fictie als non-fictie.
‘Ja, hoe dichter de berichten over de klimaatcrisis bij onze dagelijkse ervaringen en in ons voorstellingsvermogen komen, hoe zwaarder het wordt om ermee om te gaan. De dreiging van een geleidelijke of schoksgewijze achteruitgang, wereldwijd en op alle fronten, maakt het leven in het hier en nu angstiger en zinlozer dan het al was.’
‘Je wordt niet per se gelukkig van filosofie, want je staat langer stil bij alle verschrikkingen. Filosoferen an sich is niet een manier om zin, troost of betekenis uit het leven te halen. Het kan ook leiden tot het omgekeerde…
‘In mijn boek heb ik geprobeerd te laten zien dat als je je angsten niet wegredeneert maar ze er laat zijn, je ze uiteindelijk onder ogen kunt zien. Je hoeft dus niet weg te vluchten of meteen actie te gaan voeren. Sta eerst eens stil, verken de diepte. De negatieve effecten zijn ook betekenisvol. Impulsieve paniekreacties en het wanhopig om je heen slaan in woord en daad zorgen er alleen maar voor dat je verder wegzakt in het moeras van onze verwarrende, overgeïnformeerde samenleving.’
Wouter Kusters groeide op in de Betuwe als middelste in een gezin met drie broers. Hij werd bekend met filosofische boeken over zijn eigen ervaringen met psychosen, waarmee hij op zijn 20ste en 40ste te maken kreeg. Pure waanzin (2004), zijn debuut, werd bekroond met de Socrates Wisselbeker voor het beste, meest prikkelende filosofieboek van het jaar. In 2014 verscheen Filosofie van de waanzin, dat eveneens de Socrates Wisselbeker won. Inmiddels is dat laatste boek in het Engels, Chinees en Arabisch vertaald.
‘Haha, ik ga een poging wagen! Dankzij troost kan het leven leefbaar worden gemaakt. Want anders is het niet te doen.’
‘Omdat je er anders helemaal alleen voor zou staan, zonder enige zin, betekenis en perspectief. Dan zou je dwalen, vallen in het duister.’
‘Religie is van oudsher een belangrijke troostgever. Filosofie stelt dezelfde soort vragen als de theologie, maar het woord God wordt wat minder gebruikt.’
‘Afgelopen lente vond ik het intens verdrietig dat er in onze tuin weinig vlinders, hommels en bijen waren. Daar is verdriet een te zacht woord voor, het is een primair schokeffect. Het verdriet raakt aan het onbevattelijke. Dat de aarde vier miljard jaar bestaat en dat je in je eigen tuin merkt dat de natuur sterft en de insecten verdwijnen.
‘Het jaar 2014 was voor mij een kantelpunt in mijn denken over het klimaat. Toen las ik een interview in Vrij Nederland met de Australische klimaatexpert Clive Hamilton, waarin hij stelde dat het al te laat was wat betreft de klimaatcrisis. Toen ik dat interview las, drongen de feiten plotseling ten diepste tot mij door. En ik had, zoals Hamilton het zelf samenvat, het oh shit we are really in trouble-moment. Het deed me inzien dat er grote rampen dreigen in de toekomst, en niet ergens ver weg, maar dat het ook over mij gaat. En over mensen om me heen en volgende generaties.’
‘Nieuws over klimaatverandering is vaak een kortstondige onderbreking in de dagelijkse rompslomp. We hebben de neiging de angst voor een mogelijke klimaatcatastrofe van ons af te schudden en weer door te gaan. Maar dat geldt niet voor iedereen. Sommigen worden wanhopig en angstig. Ze voelen zich alleen omdat anderen er liever niet over horen.
‘Ik beschrijf de verschillende soorten angst, ook de dynamiek van hoe die angsten werken. Ik stel drie gemoedstoestanden centraal: trauma, angst en depressie. We zitten in de put en we komen die put niet uit. Hoe maak je het toch leefbaar in die put? Ik probeer de lezer navigatiemiddelen te geven om in dat duister te navigeren. Bijvoorbeeld: bedenk goed dat je niet de enige bent in de put, deel je zorgen, zoek herkenning. Verken ook de put: waar ben je precies bang voor, articuleer je negatieve stemmingen. Of gebruik, als dat lukt, het stoïcijnse adagium om je enkel zorgen te maken over dingen waaraan je iets kunt doen, en gelaten te zijn over dingen waaraan je niets kunt doen.’
‘Meer somber. Ik heb een poosje al het andere waarmee ik bezig was futiel en onbelangrijk gevonden. De wereld gaat ten onder, waar doe je het voor? Mijn boek Filosofie van de waanzin was net uitgekomen in 2014 en ik werd voor verschillende symposia uitgenodigd, maar ik dacht: ik heb nu dit boek geschreven, maar dat draagt alleen maar bij aan de continuïteit van de wereld zoals die is en er verandert niets.’
‘We hebben altijd gedacht dat we alleen maar vooruit zouden gaan als mensheid, dat er groei in zit, maar sinds 2014 is het voor mij duidelijk dat dat voorbij is. Ik denk niet dat de mensheid zal uitsterven, maar ik denk wel dat het geleidelijk aan op alle fronten steeds slechter zal worden.’
‘Ik ben niet bang dat ik zelf weer psychotisch zal worden. Maar in de reguliere klimaatpsychologie wordt geprobeerd om angstige gevoelens bij jezelf weg te managen. Angst zou contraproductief werken. Terwijl ik vind: je bent gek als je níét somber wordt als je over het klimaat nadenkt. Dan is er meer iets mis met je dan wanneer je angstig bent. We moeten dit dus zien als een reële, normale gemoedstoestand.’
‘Door te proberen een klein beetje van de klimaatcrisis te begrijpen, kun je bepalen hoe je je ertoe wilt verhouden. De een gaat demonstreren, de ander in de tuin zitten. Ik heb geen oplossingen. Je kunt er ook voor kiezen niet aan de klimaatcrisis te denken, dat is ook een van de dingen die ik adviseer.’
‘Nou en of. Als ik met vakantie ben en naar de gieren kijk, ben ik niet bezig met het feit dat we in 2040 misschien moeten emigreren. Dan ben ik bezig met vluchten. Maar ik vind dat alleen maar positief, want dan leef je in het hier en nu. Vluchten betekent niet dat je de dreigende rampen ontkent.’
‘Je kunt ontkennen dat er iets aan de hand is, zoals een behoorlijke groep mensen doet. Die mensen vinden troost in de ontkenning, zij komen vaak in complottheorieën terecht die voor hen troostend werken. Maar voor mij niet. Want de verhalen waarmee ik mezelf troost, moeten wel in verband staan met de wereld en er moet iets van waarheid of plausibiliteit in zitten. En als ik afga op wat de klimaatwetenschappers zeggen, dan staan we er niet goed voor.’
‘Het ecomodernisme. Het verhaal van: vertrouw maar op de technologie. Ze vinden er wel wat op. We zijn al druk bezig met al die zonnepanelen en elektriciteit. Ga maar lekker slapen. Tuurlijk troost ik mezelf daar ook mee, soms. Ik heb geen vaste filosofie die stelt: zo zit de wereld in elkaar en dit is de waarheid.
‘Maar het gevaar van het volhouden van dat soort verhalen is in mijn ogen nu juist dat je dan rustig gaat slapen. En dat er dus helemaal niets verandert. Op mij heeft dat geen duurzame troostende werking.’
‘Op persoonlijk niveau haal ik ook troost uit de natuur. Maar dat we weer terug zouden moeten naar de natuur, bekritiseer ik juist. Dat idee stamt uit de Romantiek, onder meer de Franse filosoof Rousseau schreef erover. Dat de natuur als vanzelf iets goeds is, daar ben ik het niet mee eens. Want mensen zijn geen onderdeel van de natuur. Er staat altijd iets tussen ons en de natuur, zoals gereedschappen en machines; wij bewerken de natuur. Het belangrijkste kenmerk van de mens is dat hij is afgesneden van het zuiver natuurlijke. We zijn juist geen onderdeel van de natuur.’
‘Cultuur, taal en techniek. Vooral de techniek heeft ervoor gezorgd dat mensen mensen zijn. Door de beheersing van het vuur, een vuistbijl en een speer, zijn mensen totaal anders geworden dan alle andere biologische wezens. En daardoor leven wij op een andere manier in de tijd dan dieren. Wij kunnen de tijd ordenen met klokken en kalenders, wij kunnen tellen, achteruit- en vooruitkijken, bijvoorbeeld naar klimaatrampen. Dat kunnen we allemaal omdat wij zelf ook technische wezens zijn. Je kunt dus niet zeggen: natuur is het goede en technologie is het kwaad.
‘Ik vind uiteraard wel dat we moeten stoppen met alle technieken waardoor de aarde opwarmt en we onszelf vergiftigen. Maar techniek op zichzelf is niet het probleem. En natuur op zichzelf is ook niet de oplossing. Dat Source: Volkskrant