Home

Beter af met vrouwen aan de macht? Wat te verwachten in zeven lessen (en een blik op het dierenrijk)

Wie kent het vreedzame Thule waar, sinds een nucleaire Derde Wereldoorlog, alleen nog vrouwen staatshoofd mogen worden? Waar mannen veiligheidshalve bij wet worden geweerd uit alle functies waar ze macht kunnen uitoefenen?

Thule is het decor van Thea Beckmans jeugdboek Kinderen van Moeder Aarde (1985). Volkskrant-lezer Saskia Tromp las het als kind en denkt er door de oorlog in Oekraïne en de klimaatcrisis vaak aan terug: ‘Zou de wereld beter af zijn als vrouwen aan de macht waren?’

Twee andere lezers (v) hadden vergelijkbare vragen. Maken vrouwelijke leiders de wereld beter? Een kleine cursus verwachtingsmanagement in zeven lessen.

Over de auteurs
Margriet Oostveen schrijft voor de Volkskrant over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door veranderend Nederland. Jean-Pierre Geelen is redacteur natuur & biodiversiteit van de Volkskrant. Hij schreef onder meer het boek Blinde Vink, hoe ik vogels leerde kijken.

Archeologen kunnen dankzij nieuwe technieken zoals dna-onderzoek al een tijdje vaststellen dat vechtersbazen uit het verleden zeker niet uitsluitend mannen waren. Zo bleek de Vikingstrijder die als een groot krijgsheer begraven was in het Zweedse Birka anderhalve eeuw na zijn ontdekking alsnog een vrouw.

De geschiedenis leert dat vrouwen met veel macht soms geen haar beter waren dan mannen. Voor voorbeelden moet je bij genderhistoricus Jasmijn Groot zijn. Haar Historical Women Project zet vaak onderbelichte historische vrouwen op de voorgrond. Vrouwen genoeg van wie je zou willen dat ze méér macht hadden gehad.

Maar de vrouwen die de macht ook kregen? Jasmijn Groot zal niet beweren dat de wereld met hen altijd beter af was. Neem koningin Ranavalona I van Madagaskar (1778–1861), volgens Groot ‘in hetzelfde rijtje gezet als Pol Pot, Stalin en Mao’. Dit omdat het bevolkingscijfer van Madagaskar tijdens Ranavalona’s regime kelderde van 5 miljoen in 1828 tot 2,5 miljoen in 1861.

Ranavalona moordde familieleden uit om aan de macht te komen, liet haar volk dwangarbeid verrichten en breidde haar koninkrijk uit met een reeks veldslagen, terwijl ze de Malagassiërs onder de duim hield met wrede straffen. Berucht is de ‘Tangena-beproeving’, een soort variant op onze heksenprocessen. De verdachte moest drie stukjes kippenhuid met de giftige Tangena-plant eten. Alleen wie de drie stukjes uitbraakte, was onschuldig. Wie minder uitbraakte of meteen stierf: schuldig.

Heeft u een haast onmogelijk te beantwoorden vraag voor de wetenschapsredactie? We ontvingen ruim 500 reacties op deze lezersoproep, waarvan we er 7 uitkozen om deze zomer te proberen te beantwoorden. We bespreken elke vraag óók in onze wetenschapspodcast, Ondertussen in de kosmos.

8 juli: wat is instinct?

15 juli: waar zoeken we precies naar bij de zoektocht naar buitenaards leven?

22 juli: waarom zijn sommige mensen van nature positief, en anderen negatief?

29 juli: kan a.i. gevoel krijgen?

5 augustus: waar eindigt het heelal?

12 augustus: waarom dromen we?

19 augustus: zou de wereld beter af zijn als vrouwen aan de macht zouden zijn?

Volgens de Verenigde Naties is ‘het bewijs helder’: waar vrouwen deelnemen aan een vredesverdrag is er 35 procent meer kans dat de vrede vijftien jaar standhoudt. Ook de Amerikaanse oud-president Barack Obama heeft gezegd dat er minder door ‘oude mannen’ veroorzaakte problemen op de wereld zouden zijn als vrouwen aan de macht waren. Stanford-politicoloog Francis Fukuyama beweerde twintig jaar daarvoor al iets vergelijkbaars.

Is het toeval dat juist vrouwen dit idee ferm tegenspreken? Politicoloog Abigail Post bijvoorbeeld, verbonden aan het Amerikaanse Dartmouth College, wees na Obama’s uitspraken in een artikel in The Washington Post op haar onderzoek naar de rol van gender in internationaal crisisoverleg, waaruit blijkt dat landen met een vrouwelijke premier of president daar vaak agressiever optreden. Dit mogelijk ter compensatie van het stereotype dat vrouwelijke leiders zwakker zijn.

De Amerikaanse bestuurskundigen Oeindrila Dube en S.P. Harish stelden vast dat koninginnen in Europa tussen de 15de en de 20ste eeuw vaker in conflicten tussen staten verzeild raakten dan koningen. Om nog maar te zwijgen over de premiers Margaret Thatcher (Verenigd Koninkrijk, Falklandoorlog), Golda Meir (Israël, Arabisch-Israëlische oorlog) en Indira Gandhi (India, oorlog met Pakistan).

Evolutionair psycholoog Mark van Vugt, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, wijt genderverschillen waar vrouwen de macht krijgen aan ons ‘oerbrein’. Bij de jagers-verzamelaars zie je volgens hem al een verschil tussen leiders voor oorlogstijd en voor vredestijd. Die in vredestijd zijn vaker oud en wijs, en soms vrouwen. Leiders die in oorlogstijd worden gekozen zijn vaker mannen.

Mark van Vugt bedacht de ‘mannelijkekrijgerhypothese’: mannen die ten strijde trekken tegen andere groepen zouden evolutionair in het voordeel zijn geweest. Het leverde status op en wie status had kon zich makkelijker voortplanten, ook met vrouwen van overwonnen groepen. Zo verspreidden ze hun strijdbare genen, volgens Van Vugt, waardoor mannen in de meeste culturen nog steeds gewelddadiger zijn dan vrouwen.

Van Vugt wijst ook op het type vrouwelijke leider dat in een traditionele mannenwereld vaak komt bovendrijven. ‘Denk aan Thatcher of de nieuwe Italiaanse premier Giorgia Meloni’, laat hij desgevraagd weten.

‘Deze alfavrouwen zijn dominanter en agressiever dan de gemiddelde mannelijke leider. Thatcher bijvoorbeeld nam nooit vrouwen in haar kabinet op, omdat zij ze te emotioneel vond en daardoor niet geschikt ‘for office’.

‘We noemen dat het vrouwelijke ‘posturing’-effect (‘je een houding geven’, red.). Maar je mag verwachten dat naarmate er meer vrouwen aan de macht komen er ook meer leiders met typische vrouwelijke eigenschappen komen, dus leiders die socialer, empathischer, democratischer en vredelievender zijn.’

‘Je moet je om te beginnen bewust zijn van onze stereotypen over mannen en vrouwen, plus stereotypen over allerlei taken en rollen in de maatschappij’, waarschuwt Janka Stoker, hoogleraar leiderschap en organisatieverandering aan de Rijksuniversiteit Groningen. In een onderzoek enquêteerde zij onder meer ruim 5.500 lezers van het vaktijdschrift Intermediair over de eigenschappen van een ‘goede’ leider.

Stereotypen over mannen vallen nogal eens samen met stereotypen over leiderschap: ‘Dat heeft dan allemaal met daadkracht te maken’, zegt Stoker. ‘Met assertief zijn, krachtig, dominant, bereid risico te nemen, om stelling te nemen, om de leiding te nemen. Dat is precies waar we traditioneel aan denken als we aan mannen denken.’

Dan de vrouwelijke stereotypen: vrouwen zouden warm zijn, begripvol, gevoelig voor de behoefte van anderen, begrijpend, ondersteunend, bescheiden. ‘Een vrouw wordt kortom geacht sympathiek te zijn in haar optreden.’

Als een vrouw leidinggevende wordt, liet de invloedrijke Source: Volkskrant

Previous

Next