Home

Pizzeria’s vormen een laboratorium voor mislukking – en lijken in dat opzicht sterk op literatuur

Aan het einde van deze zomer vier ik mijn vijfjarig jubileum als pizzabakker. Vijf jaar geleden kwam er vrijwel niets meer uit mijn handen, wat mij een goede aanleiding leek om nu juist met die handen te gaan werken. Ik probeerde vergeefs een boek te schrijven waar misschien wel niemand op zat te wachten en besefte dat er misschien slechts één product was waar mensen onafgebroken op zaten te wachten: pizza’s.

Mijn omgeving reageerde niet al te instemmend op het idee. ‘In godsnaam’, mompelde mijn vader. ‘In hemelsnaam’, fluisterde mijn moeder. Een vriendin die bereid was me langer te woord te staan zei: ‘Jij kunt niet koken, bent weinig bestand tegen kritiek en zowaar nog minder tegen tijdsdruk.’

Zomercolumnist Tobi Lakmaker is auteur. In 2021 verscheen van Lakmaker de roman De geschiedenis van mijn seksualiteit.

Misschien ligt het aan mijn moeizame omgang met kritiek, maar ik heb hun woorden op eigen wijze geïnterpreteerd. Ik dacht: ik ben een slechte pizzabakker, dus ik moet op zoek naar een slechte pizzeria. Om die reden schoof ik al gauw aan bij Dennis, filiaalmanager van Domino’s op de Linnaeusstraat.

Gek genoeg heb ik het met Dennis amper over pizza’s gehad. In feite kwamen Dennis’ vaak lange betogen telkens uit bij één punt: het ‘sfeertje’. ‘Er hangt hier een bepaald sfeertje’, verzekerde hij me voortdurend, ‘en ik betwijfel of jij daar tegen bestand bent.’ Na tien minuten durfde ik te zeggen dat ik niet begreep waarover hij het had. Dennis zuchtte en zei: ‘Jij bent zeg maar een vrouw.’ Ik waardeerde Dennis om die reden direct: hij discrimineerde mensen niet impliciet maar gewoon in hun gezicht, en noemde me zeg maar een vrouw – wat mijn genderidentiteit van een kwinkslag voorzag die ik toentertijd vaak moeilijk onder woorden kon brengen.

Ons gesprek eindigde op opvallend theoretische voet. Van Dennis moest ik een casus oplossen die inhield dat ik een pizza liet vallen voor de neus van een klant. Dit leek me van alle mogelijke tegenslagen in het leven van een pizzabakker een van de minst waarschijnlijke, maar toch dacht ik diep na. Vlak voordat ik iets wilde zeggen, keek Dennis me indringend aan. Hij zei: ‘Er is een derde punt. Mensen noemen vaak slechts twee punten, maar het zijn er drie.’

Hoewel ik vanaf dat moment eigenlijk enkel nog aan het derde punt kon denken, kwam ik na enige inspanning tot de eerste twee: ‘Je biedt uitvoerig je excuses aan en bakt daarop een nieuwe.’ Dennis knikte. ‘En je vervloekt jezelf’, zei ik, ‘omdat pizzadozen echt ongelooflijk makkelijk in evenwicht te houden zijn.’ Hij reageerde hoofdschuddend: ‘Je vraagt of ze misschien een cola willen.’

Dennis liet nooit meer iets weten en zo strandde mijn eerste poging als pizzaiolo: op het derde punt en dat ene punt, dat alle andere leek te overstemmen – het feit dat ik geen man was maar, zeg maar, een vrouw. Later solliciteerde ik zonder succes bij acht andere pizzeria’s, waarna ik bij de negende werd aangekeken door een vrouw met stralende ogen die zei: ‘We zoeken eigenlijk niemand, maar kom toch maar.’

In de daaropvolgende jaren heb ik met veel plezier en binnen verschillende sferen pizza’s gebakken. Hoewel ik er nog nooit een heb laten vallen, zijn er verscheidene mislukt. In zekere zin vormen pizzeria’s een laboratorium voor mislukking en lijken ze in dat opzicht sterk op literatuur: het is een oefening in proberen – en het weerbarstige geloof dat er iemand zit te wachten op het eindproduct.

Source: Volkskrant

Previous

Next