Het Formula One Management (FOM) opereert al enkele decennia vanuit een oude hangar naast Biggin Hill Airport. Van hieruit wordt alle vracht van de F1-organisatie naar circuits over de hele wereld gestuurd. Die hoeveelheid vracht is sinds 2020 flink afgenomen. Vanaf dat jaar vindt de tv-regie van de Formule 1 namelijk niet langer plaats in een grote tent op het circuit genaamd het Broadcast Centre, dat voor elke race moet worden opgebouwd en afgebroken, maar in een buitenwijk van Londen. Het coronavirus en de reisbeperkingen die de pandemie met zich meebracht, noopten de Formule 1 om een paar jaar eerder dan gepland over te stappen op remote production.
Biggin Hill doet al even dienst als technisch basis van de Formule 1. In het verleden werd de world feed vanuit het Broadcast Centre hiernaartoe gestuurd, waarna het werd gedistribueerd naar de tv-zenders die een contract hebben met het FOM. Sinds 2020 worden alle rauwe video- en audiokanalen eerst naar Biggin Hill gestuurd, waar een team van 140 medewerkers er zich vervolgens over ontfermt. Omdat de overstap op remote production snel moest gebeuren, werd er de vorige drie seizoenen gewerkt in een set-up die niet heel anders was dan eerder in het Broadcast Centre op het circuit. Afgelopen winter heeft de faciliteit in Biggin Hill echter een grote make-over gekregen.
De entree van het Media & Technology Centre van F1 in Biggin Hill.
Foto: Jacob Niblett / Shutterstock Studios
Wie het F1 Media & Technology Centre bezoekt, ziet als eerste dat de buitenkant is aangepakt. Het gebouw was voorheen grijs, maar tegenwoordig is het - overeenkomstig met de huisstijl van de Formule 1 - volledig zwart. Boven de entree prijkt het bekende rode logo. Dat het de basis betreft van de koningsklasse van de autosport is nu niet meer te missen, al heeft men voor de zekerheid ook een grote versie van het F1-logo op het gazon voor het gebouw geplaatst. Bij binnenkomst wordt al snel duidelijk dat er ook aan de binnenkant bijzonder veel is gebeurd. De receptie alleen al is een lust voor het oog en zou bijna als een tv-studio kunnen dienen.
Nadat we vervolgens ons bezoekerspasje hebben gekregen, komen we via een halletje uit bij twee grote deuren die ons toegang geven tot een nog veel grotere ontvangstruimte met daarin een bar en een F1-showcar. Deze ruimte wordt gebruikt voor bijeenkomsten en presentaties, maar is ook het sociale hart van het gebouw in Biggin Hill, waar werknemers kunnen afspreken om in een meer ontspannen setting met elkaar te overleggen.
De receptie van het F1 Media & Technology Centre.
Foto: Jacob Niblett / Shutterstock Studios
Hoe fraai deze ruimte ook is, de ogen gaan eigenlijk meteen naar een grote glazen wand die zich aan de overzijde bevindt. Daarachter bevindt zich de regieruimte, het zenuwcentrum van de tv-productie. De muur aan het einde hangt vol met schermen en is voorzien van digitale klokken die de lokale tijd en de tijd op locatie weergeven. Daarvoor staan meerdere rijen met werkstations met nog meer schermen en bedieningspanelen met lichtgevende knopjes. De gallery, zoals deze ruimte wordt aangeduid, doet nog het meeste denken aan het commandocentrum van de NASA. Hier wordt bepaald wat de 1,5 miljard kijkers wereldwijd thuis krijgen voorgeschoteld.
Linksvoor in de regieruimte zitten de mensen die de world feed produceren. Naast de Formule 1 worden ook de Formule 2, de Formule 3 en de Porsche Supercup op deze plek geproduceerd. Rechtsvoor zit het team dat zich bezighoudt met F1 TV, dat onder andere een eigen voor- en nabeschouwing heeft. In het midden zitten de replay operators die alle camera’s monitoren om te zien of er iets voorbij komt wat interessant kan zijn voor een herhaling. Mocht die persoon iets interessants spotten, zoals een coureur die met een wiel op het gras komt, dan meldt diegene dat aan de replay director, die de herhaling op zijn beurt bij de main director aanbiedt, die vervolgens besluit of het moment wel of niet moet worden uitgezonden. Vooral na de start van een Grand Prix hebben de replay operators mensen het druk. “Maar ook bij de Formule 2 kan het hectisch zijn”, merkt Dean Locke, Director of Broadcast and Media bij de Formule 1, met een glimlach op. Daarachter zit de graphics-afdeling, die continu kijkt welke graphics het beste het verhaal van de race kunnen vertellen voor een zo breed mogelijk publiek.
De regieruimte heeft wel wat weg van het NASA-commandocentrum.
Foto: Jacob Niblett / Shutterstock Studios
Het produceren op afstand brengt zoals eerder genoemd met zich mee dat er eerst bergen met data naar Biggin Hill moeten worden verzonden. Daardoor zit er een vertraging tussen het moment dat een camera iets registreert en het in Biggin Hill op het scherm verschijnt. “Binnen Europa hebben we het over 180 milliseconden”, aldus Locke. “Bij Australië is de vertraging het grootst. Dan hebben we het over 250 milliseconden.” Tot noemenswaardige problemen leidt dit volgens Locke niet, al komt het heel soms voor dat de main director in Biggin Hill en de director ter plaatse elkaar door de vertraging even in de weg zitten, als zij de regie aan elkaar overdragen. Een deel van de productie vindt nog op locatie plaats om het team in Biggin Hill te ontlasten. Het gaat dan om het moment dat de coureurs voor de race de pits te verlaten voor de laps to grid tot de formatieronde van een Grand Prix en na de race vanaf het moment dat de coureurs in de top-drie hun wagens in parc fermé parkeren. Een bijkomend voordeel van een extra director op locatie is dat hij of zij in geval van nood binnen dertig seconden de regie kan overnemen. Dit is tot op heden twee keer voorgekomen. “Je mist als kijker dan alleen de onboard-beelden en teamradio’s en je krijgt iets minder herhalingen te zien”, aldus Locke. De eerste keer was zeventien seconden lang hetzelfde shot te zien, de tweede keer werd er net een herhaling afgespeeld, waardoor niemand er iets van gemerkt heeft. Locke met een lach: “De laatste keer dat we dit moesten doen, kregen we van twee tv-zenders te horen dat ze het een zeer goed geregisseerde sessie vonden!”
Aan weerszijden van de gallery loopt een gang naar achter, die toegang geeft tot een aantal kleinere werkruimtes. Zo kom je bij de gang aan de rechterkant uit bij een ruimte waar de instellingen van alle camera’s op afstand kunnen worden aangepast, zodat dat de beelden die rondom de baan geschoten worden consistent ogen en de cameramensen volledig kunnen focussen op de shots die ze maken. Ook is er een ruimte die volledig toegewijd is aan onboard-camera’s, waar er verdeeld over twintig Formule 1-auto’s negentig van zijn. Vanwege de beperkte bandbreedte zijn maximaal vierentwintig camera’s live, dus grofweg één per auto, al is het wel mogelijk om van de ene naar de andere camera op een auto over te schakelen, zodat de beste hoek kan worden gekozen voor een bepaalde actie. Al het beeld van de onboard-camera's dat niet live wordt doorgegeven - waaronder de 360 graden-beelden die op elke wagen worden gemaakt - wordt opgeslagen op de auto en na afloop van een sessie gedownload. Het team dat in Biggin Hill over de onboard-camera’s gaat, is verantwoordelijk voor een goede verbinding tussen de auto’s en de 38 antennes die langs de baan staan opgesteld, bepaalt welke onboard-camera op de auto staat ingeschakeld en bedient op afstand het systeem dat de lens reinigt.
Een werkstation in het F1 Media & Technology Centre.
Foto: Jacob Niblett / Shutterstock Studios
Het systeem waarmee het beeld vanaf de auto wordt verstuurd wordt ook gebruikt voor het verzenden van de car performance data, die voor graphics wordt gebruikt, voor de telemetrie van de teams en voor de boordradio. Locke: “Telemetrie is een service die we aan de teams leveren, aangezien het niet logisch is dat iedereen zijn eigen systeem op de auto installeert. We gebruiken ons systeem om data rechtstreeks naar de teams te sturen. De gegevens zijn versleuteld, maar een deel ervan, de car performance data, mogen we gebruiken voor de heads-up display graphic, waarmee we zaken weergeven als het aantal toeren en g-krachten.”
Aan het einde van de gang, waaraan ook de commentaarhokjes grenzen die bijvoorbeeld worden gebruikt voor het commentaar bij de supportklassen, volgt een grote open ruimte waar onder andere software en hardware engineers werken. Zij zorgen ervoor dat alle systemen en applicaties naar behoren functioneren en checken of alle gegevens die binnenkomen ook correct zijn. Op de achterste rij zitten de mensen die gaan over de virtuele reclames die hier en daar langs de baan worden getoond. Dit gebeurt tegenwoordig zo goed dat de tv-kijker vaak niet eens doorheeft dat het geen echt reclamebord is waar hij of zij naar kijkt. Het virtueel invoegen van reclame biedt de Formule 1 tal van mogelijkheden. Zo kan op de Noord-Amerikaanse feed andere reclame worden getoond dan op de Europese feed en kan vrij precies worden bepaald hoe lang een bepaalde sponsor in beeld komt.
Locke: “Veel mensen denken dat we op deze manier bepaalde sponsors langer in beeld willen brengen. Maar eigenlijk is het tegenovergestelde het geval. We willen een bepaald bedrijf namelijk ook niet langer in beeld brengen dan contractueel is vastgelegd. Maar we kunnen er natuurlijk niets aan doen als Max Verstappen voor een Pirelli-bord stilvalt en daar vier minuten blijft staan, waardoor we ze meer aandacht geven dan vooraf was overeengekomen. Maar Source: Motorsport