De in 2015 afgeschafte basisbeurs keert weer terug. Uitwonende studenten krijgen 274,90 euro per maand, thuiswonende studenten 110,30 euro. Voltooi je een opleiding binnen tien jaar, dan is deze beurs een gift. In de afgelopen jaren moesten studenten dat geld lenen. Daar bovenop kun je nog een aanvullende beurs krijgen (afhankelijk van het inkomen van je ouders) en bijlenen.
Opvallend genoeg is de basisbeurs voor uitwonenden lager dan in 2015 (286,15 euro) voordat die werd afgeschaft. Ondertussen zijn studentenkamers, boodschappen en collegegeld flink duurder geworden. Wel is er komend jaar een tijdelijke koopkrachttegemoetkoming van 152 euro per maand. Daarmee komt de totale basisbeurs dus op 426 euro.
"De studiefinanciering is minder toereikend dan in 2015", zegt Jorgen Blom, bestuurslid van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO). "Wij vinden dat studenten moeten kunnen studeren zonder druk, met een studiefinanciering die toereikend is om kosten voor studie en levensonderhoud te dragen. Daarvoor moet de basisbeurs voor uitwonenden naar 464 euro per maand. Dan kun je rondkomen door naast de studie twaalf uur te werken, zuinig te leven en toeslagen te ontvangen."
Echt kostendekkend is de studiefinanciering nooit geweest, zegt Anja van den Broek, die als onderzoeker bij ResearchNed ook adviesrapporten over studiefinanciering schrijft voor het ministerie van Onderwijs. "Maar het is ook nooit de bedoeling geweest om alle kosten van studeren en levensonderhoud te dekken. Het is nooit zo geweest dat de overheid alles betaalt of zou moeten betalen. Ook studenten moeten investeren in hun opleiding, in hun toekomst."
"Studenten moesten altijd werken naast hun studie om rond te komen", zegt Van den Broek. En volgens haar is de situatie in omliggende landen niet anders. "Ook daar dekt de studiebeurs lang niet alle kosten en ook daar moeten studenten werken naast hun opleiding om goed rond te komen."
Universitair docent Pieter Slaman, die onderzoek deed naar de geschiedenis van de studiefinanciering, herkent dat de basisbeurs lang niet alle kosten dekt. "De basisbeurs van voor 2015 dekte maar 18 procent van de kosten. Verder werd nog een deel gedekt door de aanvullende beurs, maar het grootste deel moest komen door bij te verdienen, te lenen of van financiële hulp van ouders."
Studenten zouden maandelijks ongeveer 1.200 tot 1.300 euro nodig hebben om rond te komen, blijkt volgens Van den Broek uit onderzoek. "En studenten moesten daarvoor altijd al op meerdere manieren aan hun geld komen. En dat lukt ze ook. Dan kun je je afvragen of een hogere toelage nodig is."
Of de studiefinanciering toereikend is, kun je volgens Slaman ook vanuit een ander perspectief bekijken. "Vraag je af of de overheid genoeg geld geeft om mensen te laten studeren. Dan is het antwoord algauw ja. Ondanks de beperking van de studiefinanciering in de afgelopen jaren, zijn jongeren alleen maar meer gaan studeren. Ze moeten ook wel. Om een goede baan te krijgen is een opleiding na de middelbare school toch nodig."
De basisbeurs is al decennia niet populair en er is ook weinig draagvlak voor een hogere toelage, stelt universitair docent Pieter Slaman. “In de jaren negentig hebben linkse partijen bezuinigd op de basisbeurs omdat ze dit een rijkensubsidie vonden. De samenleving betaalt flinke bedragen aan studenten, vaak kinderen van ouders met een behoorlijk inkomen. Tegelijkertijd vonden rechtse partijen dat studenten meer eigen verantwoordelijkheid konden nemen.” Slaman denkt dat de vragen over of dezelfde basisbeurs voor iedereen eerlijk is, niet zijn opgelost nu de beurs terugkeert. Hij verwacht dat de beurs in de toekomst ook weer zal verdwijnen.
Dat de hoogte van de studiefinanciering is gebaseerd op wat studenten nodig hebben, is ook volgens Slaman een misvatting. Het gaat om wat de overheid kan missen en verhogingen of verlagingen van de eerder betaalde bedragen. "Binnen de onderwijsbegroting heb je te maken met veel vaste kosten zoals de lerarensalarissen. Daar kun je weinig aan veranderen. Dan kun je met relatief weinig gedonder korten op studenten. Binnen enkele jaren is de hele studentenpopulatie toch vervangen."
In de discussie over de hoogte van de basisbeurs, moeten we ook de aanvullende beurs niet vergeten, vindt Van den Broek. Die is nu maximaal 416 euro (afhankelijk van het inkomen van de ouders) en dus veel hoger dan voor de invoering van het leenstelsel (in 2015 was die maximaal 267 euro). "Verder zijn terugbetalingsregelingen voor geld dat studenten lenen heel gunstig. Na je studie betaal je kleine bedragen terug en alleen als het kan."
Studenten van vandaag hebben volgens Van den Broek geen pech. "Ik begrijp dat het vervelend is dat studenten worstelen met gestegen kosten voor huur en hoge energieprijzen. Maar ze hebben alles bij elkaar opgeteld weinig te klagen. Met gunstige leenvoorwaarden biedt de overheid voor alle studenten een financieel vangnet. En de arbeidsmarkt is nog nooit zo goed geweest als nu. Dat maakt de huidige studenten zeker geen pechgeneratie."
Source: Nu.nl economisch