We gaan richting een miljoen mensen in armoede in Nederland. Het Centraal Planbureau adviseert daarbij om, als er maatregelen worden genomen ‘goed te kijken naar de dekking daarvan’. Dus: kijk wat je kunt doen, maar het mag niet te veel kosten. Ik blijf dat bijzonder vinden, de focus op de kosten van armoede.
De vraag is volgens mij niet wat het kost. Maar veel meer: in wat voor land willen wij leven? Een land waarin een miljoen mensen in een voortdurende, diepe bestaansonzekerheid leven, met een overdaad aan regelingen, toeslagen en wantrouwen? Waarin kinderen opgroeien in gezinnen die gebukt gaan onder stress? Waar we inmiddels 174 voedselbanken hebben? Een land waarin we weten dat er wijken zijn waar mensen eerder komen te overlijden als gevolg van armoede?
En als we het dan toch over ‘kosten’ willen hebben (inmiddels weten we dankzij de Commissie sociaal minimum wat investeren in bestaanszekerheid kost: 6 miljard), kunnen we het dan ook hebben over wat deze preventief opleveren? Zoals minder zorgkosten en minder kosten voor het uitvoeren van een zeer complex toeslagenstelsel? Wat het oplevert als kinderen zonder stress en met een gevulde buik op school komen?
Bas Pieck, Amersfoort
Hoe voelt het eigenlijk om in armoede te moeten leven? Als je weet dat onze demissionair premier Mark Rutte steeds maar weer herhaalt dat Nederland een van de rijkste en gelukkigste landen ter wereld is? Elke morgen sta je op en zoek je naar een bijna leeg plastic zakje waar misschien nog een sneetje droog brood in zit. Margarine om dat sneetje brood mee te smeren heb je al tijden niet meer kunnen kopen. Een potje bosbessenjam ja, waar je zuinig mee om moet springen. Het zakje thee gebruik je al vier dagen.
De zon dringt door in je kleine huiskamer annex eetkamer annex keukentje. De kleuren van je twintig jaar geleden zo mooi gekleurde tweezitsbank zijn verschoten. En wat zou je graag een leuke nieuwe fauteuil willen kopen.
De dag is begonnen. Opnieuw een nieuwe dag van leegte en armoede. Nauwelijks nog sociale contacten, omdat die ook geld kosten. Je kijkt uit het raam waar de wind door de kieren te horen is. Zo voelt het om in armoede te moeten leven. In wat een van de rijkste en gelukkigste landen ter wereld heet te zijn.
Ach meneer Rutte, u woont misschien ook alleen, net als ik. En dat alleen zijn kan voor u net zo’n armoedig gevoel zijn. Een schrale, schrale troost.
John Hein, Roden
Moet een beschaafd land als Nederland niet zonder meer voorkomen dat er ook maar iemand onder de armoedegrens leeft? Elke mens die leeft in armoede is een medemens. Wat de reden ook mag zijn waarom iemand er niet in slaagt om zelf boven die armoedegrens uit te komen. Dat ontslaat diens medemens in meer collectieve zin er niet van daar een oplossing voor te vinden. Zo niet, dan sluiten we als samenleving een deel van de bevolking min of meer als mensonwaardig uit.
Boudewijn Molkenboer, Bavel
Er lijkt een ruime Kamermeerderheid te zijn voor inzet op armoedebestrijding. Het probleem kan dus opgelost worden. Simpel door het minimumloon te verhogen, met daaraan gekoppeld de AOW en de bijstand. Gooi dan meteen de heffingskortingen op een hoop en laat die onvoorwaardelijk uitkeren. Door de Sociale Verzekeringsbank, die nu de AOW en de kinderbijslag uitkeert. Zo ontlast je ook de deplorabele Belastingdienst: die hoeft al die inkomensafhankelijke toeters en bellen niet meer na te rekenen.
En je dempt zo ook de armoedeval: het probleem dat gaan werken voor bijstandsgerechtigden nauwelijks koopkracht oplevert, maar wel een heleboel administratief gedonder. Zo’n simpele ingreep bespaart de gemeenten bovendien een hoop werk aan bijzondere bijstand. Laat die schijnrechtvaardigheid van een complexe regeling los.
Je verlegt pakweg 10 miljard. Makkelijk terug te halen door de hoogste schijf van de belasting te verhogen. Het tarief bijstellen zal de Belastingdienst toch wel lukken?
Rinus Scheele, De Bilt
Wat een verademing om naar het WK voetbal voor vrouwen te kijken; fris en fruitig voetbal, geen eindeloos gemekker, nauwelijks schwalbes, vrolijke gezichten, verrassende uitslagen, geen aanstellerij, gezelligheid op de tribunes en nul opstootjes. Ik stel voor om de (vaak perverse) beloning van de mannen met onmiddellijke ingang gelijk te trekken met die van de vrouwen. Misschien helpt het.
Jos Huigen, Haarlem
Anneke Landsman stelt in haar ingezonden brief dat de Volkskrant meer aandacht moet besteden aan de Keuken Kampioen Divisie en dan vooral aan clubs in de regio. Als er naast alle huidige aandacht voor voetbal ook hier nog aandacht voor moet komen, blijft er nog minder aandacht over voor andere sporten.
En dan gaat het dus niet, zoals Landsman stelt, om de tegenstelling tussen Randstad en regio, maar om die tussen voetbal en alle andere sporten. Gezien alle aandacht voor voetbal in diverse media vraag ik mij eerder af: is er een politieke partij die opkomt voor alle andere sporten?
Micha Hoogewoud, Hoofddorp
Het is een mooie traditie van de krant om periodiek ruimte te bieden aan abonnees van buiten de Randstad als die klachten hebben over het gebrek aan aandacht voor hun regio. De brief van de dag van 18 augustus ging daar weer over. De Volkskrant had geen aandacht voor het voetbal in het Noorden.
Als ik zoiets lees, denk ik met compassie aan alle hardwerkende journalisten werkzaam bij de Leeuwarder Courant, het Dagblad van het Noorden en het Friesch Dagblad. Zij zijn de aangewezen professionals om aandacht te schenken aan alles wat daar in hun vakgebied speelt.
Niet voor niets strijdt de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) voor diversiteit in berichtgeving, met name op regionaal gebied. Laat ons, de lezers, die strijd steunen.
Aad van den Enden, Utrecht
Door de bokkesprongen van Donald Trump verschijnen geregeld artikelen over hem in de krant, vaak vergezeld van (tamelijk grote) afbeeldingen. De krant zou mij, en veel medelezers, een genoegen doen door die plaatjes weg te laten of klein weer te geven. Want ik althans kan die kop niet meer zien.
Paul ten Hove, Oosterbeek
Het is interessant om te lezen in het dagboekfragment van Nina d’Aubigny uit 1791 dat de Hollanders op Banda zo goed waren in het laten groeien van muskaatnoten. Wat zij niet vermeldt – en mogelijk niet wist – is dat die Hollanders daarvoor in 1621 vrijwel de gehele inheemse bevolking van Banda Besar deels hadden uitgeroeid en deels in slavernij afgevoerd, om zo het monopolie op deze lucratieve specerijen te bemachtigen.
De plantagehouders, de zogeheten perkeniers, voerden van elders slaven aan om de muskaatnoten te telen. Een van de grimmigste voorbeelden van wat die zo geroemde VOC-mentaliteit nu eigenlijk inhield. En dat ons slavernijverleden zich niet beperkt tot de Nederlandse koloniën in Amerika.
Marlies Jansen, Oegstgeest
In haar artikel van 15 augustus beschrijft Margriet Oostveen het tragische verhaal van Henrietta Lacks, wier snel delende en ‘onsterfelijke’ HeLa-cellen zonder haar weten zijn gebruikt voor een breed scala aan onderzoek en productontwikkeling. Het belang en nut van dergelijk ‘research & development’ is duidelijk, maar de manier waarop is onacceptabel. Pas onlangs, circa zeventig jaar na het eerste gebruik van de cellen, hebben de nabestaanden een eerste schikking getroffen met een van de betrokken farmaceutische bedrijven.
Naast menselijke cellen die gebruikt worden voor experimenteel onderzoek, zijn er nog veel meer gevallen waarin lichaamseigen stoffen van donateurs een waardevolle rol spelen. Bij biobanken, bloedbanken, orgaan- en weefseldonatie is de positie van donateurs goed geregeld. Er is echter ook een ander type donateur dat een waardevolle bijdrage levert. Uit orale, fecale of vaginale samples worden bacteriën geïsoleerd met gezondheidsbevorderende eigenschappen. Deze probiotica zijn veelal melkzuurbacteriën, zoals Bifidobacterium adolescentis, Bifidobacterium infantis, Lactobacillus paracasei, of Lactobacillus crispatus, die bijvoorbeeld worden toegepast in de behandeling van necrotiserende enterocolitis in te vroeg geboren baby’s of ter voorkoming van antibiotica geassocieerde diarree. Er is een miljardenmarkt ontstaan waarin voedings- en supplementenbedrijven actief zijn, maar waarin ook de farmaceutische industrie producten met ‘eigen’ levende bacteriën ontwikkelt. Deze probiotische bacterië Source: Volkskrant