Home

‘Als ik vind dat iets ergens op lijkt, schrijf ik het op. Niets houdt me tegen’

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van haar bejubelde tweede roman Luister acht dilemma’s voor schrijver (en voormalig kunstmedewerker van de Volkskrant) Sacha Bronwasser.

‘Wat een gemene vraag. Toen ik recensent beeldende kunst voor de Volkskrant was, was ik tegen. Nu ik er voor mijn tweede roman, Luister, een heleboel krijg, ben ik voor.

‘Die sterren doen eigenlijk nooit recht aan een betoog. Pas het maar eens op iets anders toe. Bijna alles in het leven is dan drie sterren. Mijn beste vrienden zou ik misschien vijf sterren geven, maar de meeste mensen drie. Bijna iedereen heeft nu eenmaal goede, maar ook slechte kanten.

‘Er zijn ook allerlei aspecten die een tentoonstelling naar de middelmaat kunnen trekken. Dan is iets bijvoorbeeld waanzinnig goed gemaakt, maar slecht gepresenteerd. Als je als lezer alleen naar de sterren kijkt, mis je die nuances.

‘Toch heb ik op de redactie nooit tegen sterren gepleit. Het maakt lezers wegwijs in het woud van wat er allemaal verschijnt. Als je vijf sterren bij een recensie ziet, ga je dat stuk zeker lezen. En als je ze als schrijver krijgt, is dat een keurmerk.’

Over de auteur
Gijs Beukers is mediaredacteur bij de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Vijf sterren natuurlijk. Dan weet je: de recensent heeft helemaal geen reserves meer. Die geef je alleen als je helemaal plat bent gegaan. Overigens wil ik erbij zeggen dat ik de Volkskrant-recensent nooit eerder heb ontmoet. Volgens mij gaan kranten prudent om met het werk van voormalige medewerkers.

‘De fijnste bespreking van Luister vond ik die van Kees ’t Hart in De Groene Amsterdammer, die trouwens geen sterren gaf. ‘Sla de series op tv nu maar eens over, zet de televisie uit, sluit de gordijnen’, schreef hij. ‘Toen ik het boek uit had, heb ik een tijdje stil voor me uit zitten staren. Beklemd en ontroerd.’ Hij schreef ook dat het boek eigenlijk over verlangen gaat. Dat had ik zelf nog niet zo gezien, maar ik dacht: je hebt gelijk.

Luister gaat over Marie, een vrouw die als au pair volwassen wordt in het Parijs van de jaren tachtig. Ze is daar niet voor niks: ze is een situatie in Nederland ontvlucht en begint daar pas veel later over te vertellen, als de aanslagen op de Bataclan in 2015 die geschiedenis oprakelen.

‘Dat terrorisme is eigenlijk nooit gestopt. Toen ikzelf in 1989 als au pair in Parijs werkte, had de stad een paar jaar van opeenvolgende aanslagen achter de rug. Die hadden onder meer te maken met de Franse steun aan Irak in de oorlog met Iran. Ik heb dat wel allemaal moeten researchen, want wat mij altijd heeft verbaasd, is dat je van dat soort dingen zo weinig meekrijgt als je jong bent. Wereldgebeurtenissen zitten dan een beetje achter matglas.

‘Behalve over Marie gaat het boek ook over Philippe, bij wie ze au pair was, en Flo, haar fotografiedocent. Eerst had ik twee personages, maar een driepuntsconstructie is de sterkste, weet ik van mijn man, die timmerman is. Waarom is het frame van een herenfiets steviger? Daar zit een driehoek in. Een tafeltje met vier poten wiebelt eigenlijk altijd.’

‘Met het mes op de keel: Amélie. Maar in zowel die film als in de Netflixserie Emily in Paris is Parijs totaal fake. Bij Emily in Paris is de stad alleen maar een suikerzoete snoepjesdoos door een Amerikaanse bril. Amélie is ook een sprookje – zij zoekt een onbekende liefde, een speld in een hooiberg – maar daar heeft Parijs ook nog wel een rafeligheid die ik herken.

‘Ik viel niet voor het romantische Parijs. Toen ik eind jaren tachtig was gestopt met mijn studie grafische vormgeving, was ik er een weekend met mijn toenmalige vriend. Aan het einde van de Tuilerieën waren we toen op het Place de la Concorde, met die naald. Ik keek naar dat rondrazende verkeer en vond het zo grootsteeds, chaotisch en opwindend – ik wilde daar wonen. Toen ik dat vervolgens deed, belandde ik een tijdje in een bohemienachtige vriendengroep met muzikanten en performers, door wie ik andere dingen te zien kreeg dan de toeristische avenues. Die sfeer – van een rijke, maar ook ruige stad – wilde ik in mijn boek laten terugkomen.’

‘Dat word je, al denk ik wel dat er aanleg voor nodig is. Toen ik als twintiger in Frankrijk woonde, schreef ik al in een brief dat ik wel zou willen schrijven. Nou, dat heeft dus nog dertig jaar geduurd.

‘Destijds had ik dit boek niet kunnen schrijven. In de journalistiek heb ik natuurlijk veel geleerd wat me nu van pas komt. Bij het kijken naar kunst moet je soms ingewikkelde, visuele concepten begrijpelijk opschrijven.

‘De lol van fictie is dat je je fantasie voluit kunt openzetten. Daarvoor moet je lef tonen, moet het je niet kunnen schelen wat de conventies zijn. Als ik vind dat iets ergens op lijkt, schrijf ik het op. Niets houdt me tegen.

‘Na twintig jaar de Volkskrant vond ik het tijd voor wat anders, ik wilde geen oude kunstcriticus worden. Natuurlijk is dit leven onzeker. Aan mijn boeken heb ik tussendoor gewerkt – nog steeds schrijf ik artikelen, geef ik lezingen en cureer ik tentoonstellingen. Omdat Luister zo goed loopt, kan ik het schrijven nu voor het eerst echt als inkomstenbron beschouwen: de komende twee jaar ben ik onder de pannen. Dan heb ik het niet breed, maar dat vind ik niet erg.’

‘Valkenswaard. Liever Brabanders, die kunnen carnaval vieren. In mijn tienerjaren maakte ik fantasiekostuums met elementen waar mensen aan konden trekken, ik vond die dagen geweldig. Carnaval is een soort roman, fictie waarin je rond kunt lopen. Nu zou ik dat feesten en drinken geen dag meer volhouden, trouwens.

‘Als kind heb ik in heel Nederland gewoond: in Rijswijk en Den Haag in Zuid-Holland, Drachten in Friesland, Garmerwolde in Groningen, Valkenswaard in Noord-Brabant. Mijn vader werkte bij Philips en werd vaak overgeplaatst: van de scheerapparaten naar de radio’s, naar de televisie, de video en de medische apparatuur.’

‘Dat zijn vrouwen die zich schuldig maken aan grensoverschrijdend gedrag. Ik heb de film Tár niet gezien, dus kies ik Flo, het personage uit mijn boek. Ik vond het interessant om een vrouw die dingen te laten doen. De verhalen van de mannen kennen we intussen wel.

‘De discussie over wat grensoverschrijdend is, vind ik interessant. Vroeger gingen docenten aan creatieve opleidingen intiemer met hun studenten om. Ze kwamen in dezelfde kroegen, deden alsof ze je vrienden waren. Dat was verwarrend, maar daar leerde je mee omgaan. Nu pikken studenten dit niet – en dat is maar goed ook.

‘Wel vind ik het aanstellerij als studenten geen kritiek op hun werk aankunnen. Vanuit de opleidingen hoor ik dat dat best een probleem aan het worden is. Heel snel worden situaties als ‘onveilig’ betiteld. Een docent kreeg een klacht omdat hij had gezegd dat een werk lelijk was. Een andere docent is voor een commissie gedaagd omdat hij iemand had aangeduid met het verkeerde voornaamwoord. Alles is gepolariseerd, alle stekels zijn opgezet. Ik sprak een docent die zich afvroeg wie er nog nadenkt over de veiligheid van docenten.’

‘Haring is mijn eerste liefde. Oesters durfde ik vanwege een allergiegeschiedenis nooit te eten, maar toen ik een paar jaar geleden in Bretagne was, heb ik me er, gewapend met allerlei medicijnen, toch aan gewaagd. Er mankeerde me daarna helemaal niets.

‘Van eten kan ik enorm genieten. Als ik iets lekkers proef, heb ik een soort verstandsverbijstering. Ik kan niet multitasken: één zintuig schakelt alle andere uit. Als ik wandel, kan ik ook niet naar muziek of een podcast luisteren. Er is zo veel te zien.’

‘Frans, dat is rijker en veeleisender. Werkwoordsvormen hebben meer tijden, daardoor kun je preciezer zijn. Er zijn meerdere vormen voor wat er in het verleden is gebeurd, of had kunnen of moeten gebeuren.

‘Ik kan het Frans ook zo mooi vinden omdat ik het niet helemaal beheers. Er is een oude aflevering van de podcast This American Life met schrijver David Sedaris. Hij ging in Parijs wonen omdat hij houdt van de staat waarin je verkeert als je wordt omringd door een vreemde taal. Wie geen volledige toegang tot gesprekken heeft, moet opletten en is alerter. En alert zijn is een fijne staat van zijn.’

Sacha Bronwasser: Luister.
Ambo Anthos; 256 pagina’s; € 22,99.

1968 Geboren in Rijswijk

1987-1989 Grafische vormgeving aan Academie St. Joost in Breda

1989-1990 Frans en cultuurgeschiedenis aan de Sorbonne in Parijs

1990-1996 Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

1998-2018 Medewerker beeldende kunst bij de Volkskrant

2011 Boek Zo werken wij, portretten van tien Nederlandse kunstenaars

2006 Initiator Volkskrant Beeldende Kunst Prijs

2016-2022 Presentator kunsttalkshow Stampa (op YouTube)

2019 Debuutroman Niets is gelogen (Ambo Anthos)

2023 Roman Luister (Ambo Anthos)

Sacha Bronwasser woont in Castricum met haar man. Ze hebben twee volwassen kinderen.

Om u deze conten Source: Volkskrant

Previous

Next