Als je bang bent voor spinnen, zijn er twee opties, las ik laatst in een roman. De verstandige optie is jezelf ervan overtuigen dat de meeste spinnen helemaal niet zo gevaarlijk zijn, waarna je verder gaat met je leven. De andere optie is te veranderen in een vlieg, zodat je angst terecht wordt.
Woensdag koos ik voor optie twee. Toen zag ik namelijk dat Mediahuis, de uitgever van onder meer NRC en De Telegraaf, een nieuwssite over sport begint waar zowel de koppen als een aantal biografische snuisterijen over de sporters worden geschreven door generatieve AI, zoals ChatGPT.
Nee, dacht ik. Nee, nee, nee. Al die jaren studie, al die regenachtige reportages in Drenthe en Gelderland in de hoop carrière te maken, het is allemaal voor niets geweest. Het is onbetekenend gebleven, want daar gaat mijn baan. Daar zijn de spinnen, klaar om deze simpele vlieg te verorberen.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Opeens vond ik dat grapje dat twitteraar Karl Sharro laatst maakte over kunstmatige intelligentie helemaal niet meer zo grappig. Hij schreef: mensen die het harde werk doen tegen minimumloon terwijl robots poëzie schrijven en schilderen was niet precies de toekomst die ik voor ogen had.
De meer ontwikkelde abonnee van deze krant weet natuurlijk al lang dat die gedachtegang het gevolg is van een licht onnozele Pavlovreactie. Op deze pagina’s staan weliswaar vaak artikelen over goedgetrainde computers die inmiddels beter zijn in het diagnosticeren van borstkanker dan de meeste artsen, beter zijn in schaken dan de scherpste grootmeester, beter kunnen rijden, vliegen, vertalen, noem de hele rambam maar op. Maar uit die stukken komt ook altijd naar voren dat verandering niet automatisch slecht is.
Ooit vergeleek AI-onderzoeker Andrew Ng kunstmatige intelligentie met elektriciteit. Net zoals elektriciteit honderd jaar geleden onze hele wereld transformeerde, zo zal ook kunstmatige intelligentie vanaf nu ieder denkbare bedrijfstak veranderen. Dat kan wennen zijn, maar is geen reden tot paniek.
Precies hetzelfde beeld komt ook naar voren uit het pas verschenen boek Slim, slimmer, slimst van wetenschapsjournalist Bennie Mols. Daarin betoogt hij dat kunstmatige intelligentie weliswaar slim is en bovendien steeds slimmer wordt, maar dat de allerslimste resultaten pas behaald worden zodra mens en computer samenwerken.
‘We moeten ophouden ons te focussen op een wedstrijd tussen mens en machine’, citeert Mols een onderzoek uit 2020 waaruit blijkt dat artsen die samenwerken met kunstmatige intelligentie 13 procent meer gevallen van huidkanker kunnen detecteren dan artsen zonder AI (en evenzo cruciaal: betere resultaten behalen dan wanneer de computer alleen te werk gaat).
‘AI vervangt geen radiologen’, schrijft Mols, ‘maar radiologen die AI gebruiken vervangen radiologen die dat niet doen.’
Langzaam veranderde ik terug van een vlieg in een mens. Zolang een computer niet in staat is de vreugde te voelen van een zomeravond vol lange gesprekken, aan iemands ogen kan zien dat het nu even geen goed moment is, of de vraag kan beantwoorden waarheen de liefde verdwijnt zodra die voorbij is, blijven mensen een onmisbaar onderdeel van de mensheid. Alles zal veranderen, maar wij blijven nodig. Hoogstens krijgen we wat meer vrije tijd.
Misschien zal dat achteraf wel de grootste verandering van deze hele revolutie blijken. Dat we dankzij AI eindelijk beseffen hoe stom het was al die tijd schamper te lachen om de luie, ongeïnspireerde jongeren die ooit besloten vrijetijdskunde te studeren. Eindelijk zullen we inzien: het waren zieners.
Source: Volkskrant