Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelt dat de armoede in Nederland volgend jaar flink zal toenemen, tenzij het demissionaire kabinet de laagste inkomens opnieuw te hulp schiet. De CPB-raming zet de begrotingsbesprekingen voor Prinsjesdag flink onder druk.
De nieuwe koopkrachtplaatjes van het CPB hebben iets weg van een Januskop. Aan de ene kant is het beeld overwegend positief: de meeste Nederlanders gaan er volgend jaar qua bestedingsruimte op vooruit. Dat is een opsteker na twee jaar van koopkrachtverlies, een gevolg van de hoge inflatie.
De negatieve kant van dit verhaal is dat dit niet opgaat voor de 20 procent laagste inkomens, de kwetsbaarste gezinnen in Nederland. Uitkeringsgerechtigden leveren volgend jaar in doorsnee maar liefst 2,7 procent koopkracht in, terwijl dat verlies in 2023 tot 0,4 procent beperkt blijft. De oorzaak van deze klap is het vervallen van de incidentele inkomenssteun die het gevallen kabinet de afgelopen twee jaar verleende aan deze inkomensgroep. Zo wordt de energietoeslag van 1.300 euro, die in 2022 en 2023 is uitbetaald om de gestegen energielasten te compenseren, in principe niet verlengd. Dat geldt ook voor de verhoogde zorgtoeslag.
Tenzij de gesneuvelde coalitie anders beslist natuurlijk. Het demissionaire kabinet begint vrijdag aan de begrotingsonderhandelingen voor Prinsjesdag. Ook een gevallen kabinet moet immers een rijksbegroting opstellen voor het komende jaar. De coalitie kan daarin opnieuw geld uittrekken voor tijdelijke inkomenssteun aan de armste Nederlanders. Nu er Tweede Kamerverkiezingen in aantocht zijn, zullen weinig politieke partijen deze kiezersgroep graag in de kou laten staan.
De augustusraming van het CPB, die het uitgangspunt vormt voor de begrotingsbesprekingen, laat zien wat de gevolgen zijn als het kabinet op zijn handen blijft zitten. Door het wegvallen van de steunmaatregelen stijgt het aantal Nederlanders dat in armoede leeft volgend jaar van 4,8 naar 5,7 procent. Ook de armoede onder kinderen loopt op, van 6,2 naar 7 procent. Vooral dat laatste cijfer is teleurstellend. De coalitie van Rutte IV had zich in het regeerakkoord voorgenomen de kinderarmoede tijdens de kabinetsperiode te halveren. Die doelstelling blijft bij ongewijzigd beleid ver buiten bereik, want in 2021 bedroeg het aandeel arme kinderen 7,2 procent.
Eind juni adviseerde een commissie onder leiding van socioloog Godfried Engbersen het kabinet de uitkeringen en toeslagen structureel te verhogen. Dit zou de enige manier zijn om te voorkomen dat steeds meer Nederlanders hun rekeningen niet meer kunnen betalen. Tijdelijke inkomenssteun is een lapmiddel voor een fundamenteel probleem, stelt Engbersen, die in opdracht van de Tweede Kamer onderzoek deed naar het sociaal minimum.
De oplossing van Engbersen zou de schatkist jaarlijks 6 miljard euro kosten. Dat kunnen de overheidsfinanciën eigenlijk niet lijden, tenzij het kabinet elders op de begroting geld vrijmaakt. Het CPB waarschuwt in de augustusraming dat het begrotingstekort, en daarvan afgeleid de staatsschuld, de komende jaren fors oploopt. Dat komt door de stijgende rente op de staatsschuld en hogere overheidsuitgaven, onder andere aan klimaatbeleid en de gezondheidszorg. ‘Prudent begrotingsbeleid is daarom geboden’, schrijft het planbureau. ‘Het is gewenst om eventueel aanvullend armoedebeleid te dekken via bezuinigingen of lastenverzwaringen.’
Dit gegeven zet de begrotingsonderhandelingen de komende twee weken onder druk: geen enkele politieke partij wil vlak voor verkiezingen dit soort pijnlijke maatregelen nemen. Daar komt bij dat de coalitie voor de zomer al ruziede over de wenselijkheid van bezuinigingen en lastenverzwaringen. De VVD, die weinig bijstandsgerechtigden onder zijn electoraat telt, nam onmiddellijk afstand van het adviesrapport van Engbersen. De grootste coalitiepartij voelt niets voor het flink verhogen van uitkeringen, ook omdat de linkse oppositiepartijen en coalitiegenoten ChristenUnie en D66 de kosten (deels) willen verhalen op het bedrijfsleven.
VVD-minister Micky Adriaansens van Economische Zaken zette de aanstaande coalitiebesprekingen woensdag alvast op scherp met de stelling dat het kabinet ‘moet oppassen met lastenverzwaringen’, nu CBS-cijfers aangeven dat Nederland zich in een lichte recessie bevindt. De VVD wil juist bezuinigen, om het begrotingstekort terug te dringen, maar daar voelen D66 en ChristenUnie weinig voor. Deze partijen willen de inkomsten verhogen, met hogere belastingen voor vermogende particulieren en ondernemingen – voorstellen waar de VVD juist mordicus tegen is. Welke positie het CDA inneemt, is onduidelijk.
Ook de demissionaire status van de coalitie is een complicerende factor. Een kabinet-in-de-waakstand moet in principe een beleidsarme begroting indienen. De Tweede Kamer zal een groot deel van het huidige kabinetsbeleid controversieel verklaren. Die voorstellen belanden dan op de plank tot na de kabinetsformatie. De Tweede Kamer beslist echter pas op 12 september, een week voor Prinsjesdag, welke beleidsvoorstellen dat zijn. Dan zijn de besprekingen over de Miljoenennota al achter de rug. De coalitie loopt dus het risico dat de Tweede Kamer een deel van de begrotingsplannen al voor de presentatie afschiet.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden