Home

Drum-’n-bass, de chronisch overspannen dancestijl, stoomt na de pandemie onverwacht weer op

De allermooiste dancetrack van ná de duistere, danceloze coronajaren? Geen moeilijke keuze. Baianá van de Engelse dj, zangeres en producer Nia Archives heeft alles wat clubmuziek zo machtig en spannend kan maken: nerveuze, opgejaagde beats waar vocalen als een hypnotiserend mantra doorheen zweven. Een juichende geografische mix, van harde dance- en ravecultuur uit Europa tot die betoverende Braziliaanse volksmuziek in de gesampelde stemmen van het koor Barbatuques. Je kunt niet anders dan bij Baianá de dansvloer op rennen, nog even los van de vraag hoe je er precies op moet bewegen. Dat merk je dan wel.

Over de auteur
Robert van Gijssel is sinds 2012 muziekredacteur bij de Volkskrant, met speciale interesse voor elektronische muziek en dance en de hardere muziekgenres.

Maar Baianá is ook zo verheugend omdat de track symbool staat voor een opmerkelijke wedergeboorte in de dance. De track viert de terugkeer van de drum-’n-bass, het Britse genre dat dertig jaar geleden zo razendsnel opkwam, bij een beat of 170 per minuut. We zagen het niet aankomen, maar na corona kwam de chronisch overspannen dancestijl minstens zo snel nóg een keer opstomen. In de afspeellijsten, de clubs en nu zelfs weer de festivals.

Op Lowlands zien we Nia Archives vrijdagavond. Maar haar drum-’n-bass is al even overal. Nia Archives (23) speelde vorig jaar op het Utrechtse festival Le Guess Who en stal daar de show. Ze verkocht draaisessies uit op het Amsterdam Dance Event van vorig jaar en in maart nog in de Amsterdamse club Parallel. Mede dankzij haar goede werken staan er weer lange rijen voor clubs die een drum-’n-bassnachtje organiseren. Net als in de jaren negentig. En er verschijnen wekelijks nieuwe drum-’n-basshits, opvallend genoeg van steeds nieuwe dj’s en producers en heel veel vrouwen.

Nog opzienbarender: de ratelende ritmen duiken op in de pop, als stationair draaiende motor achter gevoelige r&b-liedjes. Wat is hier aan de hand en waar hebben we het aan te danken?

De drum-’n-bass duwde zich al naar voren in de vroege jaren negentig, toen de dancecultuur nog maar net was ontwaakt. In het Verenigd Koninkrijk organiseerden dwarse jongeren die zich niet thuis voelden in het belegen uitgaanscircuit illegale raves, om de burgerij te irriteren en het zelf een beetje leuk te hebben. De muziek op die feesten was een soort elektronische punk, een mix van hardcore en meedogenloze breakbeats. Maar heel voorzichtig meldde zich andere, meer vergevingsgezinde muziek in de geluidsmix, aangedragen door jonge Britse dj’s en producers met een migratieachtergrond. De dub en de reggae deden hun intrede.

De ‘jungle’, zoals het genre eerst werd genoemd, was zo krachtig juist door dat unieke samengaan van zenuwslopende beats en de kalmerende vocalen en zware bassen uit de Jamaicaanse muziek. De ‘jungle’ was clubmuziek op twee snelheden, waar je als clubber goed je eigen danstempo in kon zoeken; het moordende turboritme van de drums (kansloos) of de tragere slag van de bas (aanbevelenswaardig).

De term ‘jungle’ verdween snel uit het muziekwoordenboek. De aanduiding kreeg racistische bijklanken en werd misbruikt door bange burgers en populistische media, die de combinatie van illegale feesten, mogelijk drugsgebruik én jongeren van kleur net iets te bedreigend vonden. Om verdere stereotyperingen te voorkomen gebruikten dj’s en producers steeds vaker de formulering drum-’n-bass. Dat woord dekte de lading eigenlijk ook veel beter.

Het genre evolueerde als een versnelde opname van een openspringende bloem. Jonge Britse makers ontdekten dat vanuit een achterstandspositie toch iets groots kon worden bereikt in de drum-’n-bass, die vanuit de underground snel doorstootte naar de mainstream. Het talent dook overal op. Onafhankelijke labels schoten omhoog en het nachtleven werd bestookt met steeds rijker geschakeerde clubmuziek.

De producers Goldie en A Guy Called Gerald bijvoorbeeld gaven hun drum-’n-bass een breder perspectief. We hoorden nog steeds nerveuze beats maar ook rustige synths en melodieën, die je naar een ander bewustzijnsniveau transporteerden. Goldie scheerde bovendien langs de soul, met hallucinante vocalen van Diane Charlemagne in de track Inner City Life uit 1994; een van de eerste grote hits in het ontluikende genre. Goldie (echte naam: Clifford Price) begon een eigen label genaamd Metalheadz met zijn vriendinnen Valerie ‘Kemi’ Olusanya en Jayne Conneely, alias het dj-duo Kemistry & Storm. Hun platen werden ook in Nederland stuk voor stuk collector’s items.

Het werd nog mooier. In de stad Bristol werd de band Reprazent samengesteld uit producers, dj’s en een waanzinnige zangeres. De drum-’n-bass die uit hun studio kwam voor het album New Forms vervolmaakte de kunst. Ineens hoorden we jazz en hiphop. En zelfs een contrabas. En een echte drummer! Al klonk drum-’n-bass volgens critici nog steeds als ‘een kapotte auto die van een heuvel komt rollen om vervolgens tegen een boom te crashen’: het genre had een laagdrempelig en verfijnd sausje gekregen en was klaar voor wereldoverheersing.

Die kwam wel én niet. Het genre kreeg een klap toen de geliefde dj Kemistry op 35-jarige leeftijd om het leven kwam na een vreselijk ongeluk. Zij werd na een optreden in 1999, in de auto op weg naar huis, geraakt door een loszittende wegdekreflector die werd gelanceerd door een busje voor haar. Het ding sloeg door de voorruit en raakte ‘Kemi’ in het gezicht. Haar net uitgebrachte mixalbum DJ-Kicks werd haast een testament voor de rouwende drum-’n-bassgemeenschap.

Maar de drum-’n-bass rolde door. In de jaren nul kwamen grote bands op als het Australische Pendulum, die concerthallen bespeelde met een gelikte sound. En de Engelse producers Chase & Status werden duurbetaalde popsterren. Ze verkochten hun ratelende breakbeats aan iedereen die ervoor wilde betalen en maakten zelfs een hit met Rihanna.

De drum-’n-bass verdween door al dit pophitsucces een beetje uit de underground. En zeker ook omdat het nieuwe genre dubstep was opgedoken, een desolate variant met nog diepere bassen die de broekspijpen in de clubs deden wapperen. En al liet zelfs Adele nog een drum-’n-bassremix maken (Hometown Glory, 2011), de zalig zenuwachtige stijl werd door de liefhebbers van het eerste uur doodverklaard.

Maar het vlammetje doofde niet helemaal, ook omdat de grote namen de kar bleven trekken. Eind jaren tien gebeurde iets hoopgevends. Jonge, vrouwelijke dj’s als Harriet Jaxxon pakten het genre op, draaiden steeds meer oldskool drum-’n-bass in hun sets en braken bovendien door de mannelijke dominantie heen. De drum-’n-bass was na de dood van dj Kemistry namelijk toch weer een herenbolwerk geworden – de hele muziekindustrie was nu eenmaal nog een herenbolwerk. Maar een nieuwe generatie dancevrouwen worstelde zich naar voren omdat die ouderwetse industrie kon worden gepasseerd dankzij sociale media. Zij regelden hun eigen zichtbaarheid op Instagram en TikTok en kregen een steeds grotere – en vrouwelijker – aanhang. De eerste tekenen van de revival werden zichtbaar.

En toen kwam corona en gingen overal de clubdeuren op slot. Einde revival, zou je zeggen. Maar het tegendeel gebeurde. Want gedurende de donkere jaren kwam een groep vrouwelijke (en non-binaire) drum-’n-bass-dj’s en -producers op het idee het emancipatoire genre-initiatief EQ50 op te starten. De club wilde de dancestijl nieuw leven inblazen en tegelijk inclusiever maken. In 2020 namen ervaren dj-vrouwen jong talent onder de hoede in een soort mentorschap. En onder het motto: samen staan we sterk. De 20-jarige Nia Archives meldde zich bij EQ50, als leergierig dj en producer.

Toen het clubleven in 2022 weer op gang kwam stond dus een bataljon nieuwe, vrouwelijke en non-binaire drum-’n-bassmusici in de aanslag. Nia Archives bracht haar eerste singles uit, waarin zij de stijlkenmerken uit de drummachines liet samengaan met relaxte r&b. Zo hadden we het nog niet gehoord. Het nieuwe, frisse geluid werd ook opgepikt door bijvoorbeeld de zangeressen Pinkpantheress en Piri, die zoete pop lieten drijven op die altijd maar doorrammelende beats.

In de clubs voltrok zich daarna het laatste deel van het revivalwonder. Juist de jachtige, belachelijk energieke stijl van de drum-’n-bass werd omarmd in het heropende nachtleven. Jonge clubgangers die twee jaar van hun leven hadden stilgezeten ontdekten dat het levendige ritme van de drum-’n-bass de hartslag het snelst weer op gang bracht. Of zoals Nia Archives het vorig jaar zei tegen de Britse omroep BBC: ‘De drum-’n-bass heeft nog steeds die rebelse energie en bleek gewoon het beste dancegenre om de verloren tijd mee terug te pakken.’

En dat doen we dus met Nia Archives, vrijdag op Lowlands, in tent India.

In 2019 draaide de Londense dj Sherelle (nu 29) een verpletterende dj-set aan elkaar voor de beroemde livestreamserie Boiler Room. Ze stond daarmee mede aan de wieg van de drum-’n-bassrevival. Luister: Jungle Teknah.

Boegbeeld van de revival en genrevernieuwer Nia Archives mixt haar immer doorrollende beats met kalme r&b óf vocale samples uit vele windstreken, en heeft de drum-’n-bass daarmee in een fris popjasje gehesen. Luister: Conveniency.

De Engelse zangeres Piri (24) ge Source: Volkskrant

Previous

Next