Home

Opinie: Nederland kwam met eerste ‘politionele actie’ aan verkeerde kant geschiedenis te staan

Op 17 augustus 1945 begon de facto de onafhankelijkheid van Indonesië, met het uitroepen daarvan door Soekarno. Dat heeft Ben Bot, minister van Buitenlandse Zaken, erkend namens Nederland in een redevoering in 2005, zestig jaar later. Maar in 1945 aanvaardde Nederland deze onafhankelijkheid niet en bestreed haar met een grootschalige inzet van militaire middelen. Daarmee ‘kwam ons land als het ware aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan’.

De minister kon het weten, want hijzelf en zijn familie hadden er gewoond en gewerkt. Maar hoe verkeerd was eigenlijk die Nederlandse bestrijding? ‘Verkeerd’ ten opzichte van het Indonesische verlangen naar onafhankelijkheid? Ja. ‘Verkeerd’ in het toenmalige bondgenootschap van Nederland met andere westerse staten – de Verenigde Staten voorop – in de gemeenschappelijke strijd tegen Japan? Nee.

Over de auteur

Jan Bank is emeritus hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De oorlog in Azië was op 15 augustus 1945 na de atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki gewonnen. De ‘vervroegde’ capitulatie van Japan bracht het bezette Indonesië in een politiek vacuüm, want geallieerde landingen op Java en Sumatra konden eerst in september 1945 worden verwacht. De vervroegde wapenstilstand was voor Indonesische nationalisten een uitdaging.

Het jongerendeel daarvan – de zogeheten pemoeda’s – dreef als het ware Soekarno en Hatta vooruit in het uitroepen van de onafhankelijkheid. De Japanse bezettingsmacht keek toe en steunde deze politieke daad; passief, maar eigenlijk ook actief.

‘Geallieerden’ waren in Azië in 1945 allereerst de Amerikanen (met voortdurend post-koloniale intenties) en Europese koloniale staten: Engeland, Frankrijk en Nederland. Het drietal kwam zijn kolonies opeisen en moest elk strijden tegen nationalisten, die in een Japanse bezetting waren uitgedaagd om hun nationale onafhankelijkheid te verwezenlijken. Groot-Brittannië was er het eerste klaar mee. India, Pakistan en Birma werden in 1948 hetzij dominions, hetzij onafhankelijk. Nederland legde zich er eind 1949 bij neer. Frankrijk volgde met Indochina in 1954.

Het Nederlandse kabinet, dat vanaf 17 augustus 1945 een antwoord moest bedenken op de Indonesische uitdaging, was het progressiefste tot dan toe. De uitvoerders golden als ‘verlichte’ kolonialen: Huib van Mook als gouverneur en Johann Logemann als verantwoordelijk minister. Ineens was het koloniale beleid voornamelijk in handen van een partij – PvdA – die in haar vooroorlogse gedaante van de SDAP kon worden beschouwd als ‘verlicht koloniaal’ tot zelfs ‘anti-koloniaal’.

Feit en tekst van de Indonesische onafhankelijkheid bereikten Nederland niet onmiddellijk. In september 1945 moesten Van Mook, inmiddels in Indonesië, en Logemann in Nederland zich realiseren, hoe intens en gewelddadig de strijd om de onafhankelijkheid werd gevoerd. En ook hoezeer de Japanse bezettingsmacht die strijd had aangemoedigd, vooral in de mobilisatie van Indonesische jongeren. De Japanse patronage werd in Nederland het eerste argument om het ware Indonesische verlangen naar onafhankelijkheid te miskennen.

Met de binnenkomst van Indiase troepen onder Brits bevel, brak in Indonesië de chaos uit die veel slachtoffers maakte en tegenwoordig wordt aangeduid met het woord ‘bersiap’. De strijd om de havenstad Soerabaja in oktober 1945 tussen de Brits-Indische bezettingsmacht en de Indonesische revolutionairen was daarvan het bloedige hoogtepunt.

Maar dan is er sprake van een ommekeer. Soekarno schatte de internationale verhoudingen na 1945 beter in en probeerde de jonge staat te ontdoen van zijn Japanse imago. Hij schoof een beproefde sociaal-democraat naar voren: Soetan Sjahrir. Sjahrir had het kolonialisme van twee kanten leren kennen: studie in Nederland en gevangenschap in het Nederlandse concentratiekamp in Boven-Digoel. Wat nog belangrijker was: hij had zich geenszins verbonden met de Japanse bezetting van Indonesië en had in tegenstelling tot Soekarno ‘schone handen’.

Zijn aanwezigheid en inzichten zouden op 15 november 1946 leiden tot een eerste akkoord tussen Nederland en de Republiek Indonesië: de overeenkomst in het Javaanse kuuroord Linggajati. Maar de politieke tegenstand in Nederland en ook de militaire machtsontplooiing van de koloniale staat hebben het deze democraat uiteindelijk onmogelijk gemaakt zijn visie op een vreedzame overdracht van de soevereiniteit te verwezenlijken.

Kortom, wanneer Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis kwam te staan, dan is dat niet zozeer op 17 augustus 1945, maar – bij wijze van symbolische datum – op 21 juli 1947: het begin van de (eerste) politionele acties tegen het Indonesië van Sjahrir. Nederland bouwde een militaire macht op van koloniale soldaten, oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen om de Indonesiërs ‘mores’ te leren.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next