Danny Philippou: ‘We zijn wannabe-filmmakers.’
Michael Philippou: ‘Youtubers.’
Ze schateren.
De Australische tweeling (30 jaar oud, Danny onderscheidt zich al jaren met een peroxide-blond geverfde coupe) valt niet te betichten van valse bescheidenheid. De vraag was hoe ze hun werk tot voor kort omschreven en ze wáren wannabe-filmmakers en professionele youtubers. Tot ze begin dit jaar debuteerden met een film – een echte. Je zou ze vertegenwoordigers van een nieuwe generatie filmmakers kunnen noemen: autodidact, opgegroeid op internet, al heel jong de sterren van hun eigen filmuniversum.
Talk to Me is hun met zichtbaar enthousiasme gemaakte bioscoopdebuut over een groep tieners die zich tijdens een griezelig gezelschapsspel in bezit laat nemen door monsterlijke, bovennatuurlijke verschijningen. De Philippous werden op het Amerikaanse Sundance en het filmfestival van Berlijn onthaald als grote verrassing, omdat ze genres samenvoegen zoals doorgaans alleen de meest gelouterde filmers dat doen. Talk to Me is horror van het meer uitzinnige soort, maar ook donkere komedie over groepsdynamiek en socialemediagebruik van Generatie Z én drama over een jonge vrouw die worstelt met de zelfmoord van haar depressieve moeder.
Over de auteur
Berend Jan Bockting schrijft sinds 2012 voor de Volkskrant over film.
Voor hun filmdoorbraak bereikte de tweeling – tijdens het interview voortdurend over elkaar heen buitelend om elkaars zinnen tot een goed einde te brengen – reeds een miljoenenpubliek met hun YouTubekanaal RackaRacka, een smakelijk dwaze vergaarbak van stunts, blockbusterparodieën en nauwelijks na te vertellen gekkigheid, soms hooguit enkele minuten lang. Neem het gevecht op een sportveldje waar almaar groeiende tennisballen als wapen worden ingezet. Of het filmpje over een tamelijk indrukwekkende eigen onzinuitvinding: een auto waarvan de zitplaatsen bij wijze van opgevoerd verkoelingssysteem tot het dak onder water zijn gezet. Ze gingen ermee de weg op en kregen naar aanleiding van het filmpje een meervoudige boete en tijdelijke rijontzegging.
De persoonlijke favoriet: hun remake van een actiescène uit de Japanse animatieserie Naruto, met echte acteurs. Dat heeft iets van het sierlijke martial-artsdrama Crouching Tiger, Hidden Dragon, met acteurs die vechtend door de lucht zweven. Knap gemaakt. ‘Het was voor ons doen een gigantische stunt’, zegt Danny. ‘We bouwden er twee kraaninstallaties voor om de actie zo goed mogelijk te filmen. En dat allemaal voor een internetfilmpje van vier minuten.’
Michael: ‘Ik haalde nog meer lol uit onze neplivestream van 45 minuten. We zijn achter de schermen bij een stunt, maar dan gaat de stunt zogenaamd volledig mis. Er volgt een kidnapping en uiteindelijk worden we aangevallen door een monster. We hebben er zeker een week aan gewerkt en deden alsof het ons live overkwam. In de comments gingen de mensen helemaal uit hun dak.’ Een van de reacties onder de film: ‘Dit zag er zo echt uit, ik geloofde zelfs dat het echt gebeurde, tot die oude dame in een monster veranderde.’
Maar de ambities waren altijd groter. Ze deden ondertussen ook klusjes op de set van de (gevierde) Australische horrorfilm The Babadook (2014), waarin net als in Talk to Me een monsterlijke verschijning een trauma van de personages symboliseert. Danny haalde de aftiteling als casual electrician, Michael was production runner. Ze deden alles om in de buurt te zijn van de door hen bewonderde regisseur en scenarist Jennifer Kent. ‘We hadden op dat moment niet eerder een filmmaker ontmoet wier film haar zó na aan het hart lag’, zegt Michael. ‘Kwamen we bij haar thuis, had ze een hele muur ingericht met de indeling van de film. Dat inspireerde enorm. Ik zei na afloop: Jen, als je een lift nodig hebt, wanneer dan ook: bel me. Ik wilde me laven aan haar kennis en energie.’
Michael: ‘Nou, voor wat het waard is, haha. Die camera maakten we vrij snel kapot. Pa zei: jullie krijgen je eigen camera, dan maken jullie die van mij tenminste niet kapot. Vonden we redelijk.’
Danny: ‘We gebruikten de camera echt als kinderspeelgoed. Lieten we het hele ding vallen. Of vergaten we het beschermkapje op de lens.’
Michael: ‘We begonnen met het filmen van worstelwedstrijden in onze achtertuin. Toen sprong eens iemand voor de lol van een dak – en wij maar filmen. We zochten grenzen op. Levensgevaarlijk, bij nader inzien. En we bleven maar filmen, maakten onze eigen show. Tachtig afleveringen, waarin we experimenteerden met stunts en special effects, maar ook met het verfilmingen van eigen scenario’s.’
Danny: ‘Het is altijd ons doel geweest om een echte film te maken. Elke upload op YouTube was een nieuwe oefening.’
Michael: ‘We legden per filmpje de lat steeds hoger. Een liveactionremake van een geanimeerd gevecht? Doen we! Dat heeft ons ontzettend geholpen bij het maken van Talk to Me. We vroegen ons nooit af hoe we iets moesten oplossen: we wisten alles al.’
Danny: ‘We leerden door te doen. School hebben we niet afgemaakt. Als je die filmpjes nu kijkt, zie je ons groeien als filmmakers.’
Michael: ‘We gooiden alles online, zonder kwaliteitsfilter. Dat staat nu dus nog steeds allemaal op YouTube. Ik denk weleens: haal het weg! We waren creatief, maar ook vaak kinderachtig. Maar het is ook leuk om terug te zien.’
Danny: ‘We probeerden echt steeds beter te worden. Je zíét onze motivatie, al zie je net zo goed dat we tegelijk behoorlijke idioten waren.’
Michael: ‘We wilden iets maken waar op YouTube geen plek voor is: een film met driedimensionale personages en een sterk verhaal. Een genrefilm, maar met een emotionele kern.’
Danny: ‘We hebben ons nooit volledig kunnen uiten op YouTube. Het was voor ons geen plek om persoonlijk te zijn. Het drong opeens door hoe we voor onze YouTubefilmpjes online personae hadden ontwikkeld. Durfals. Lolbroeken. We twijfelden ook altijd hoe we ons in die filmpjes moesten opstellen, wat het publiek van ons zou vinden. Zijn we te druk? Te flauw? We dachten véél aan het publiek. Met Talk to Me zochten we voor het eerst de emotie op. Ik denk dat deze film mij het idee gaf dat we ook iets voor onszelf aan het maken waren. Dat voelde bevrijdend.’
Danny: ‘Onze moeder lijdt aan hevige depressies. Haar moeder, onze oma, pleegde om die reden zelfmoord. Ik vrees om die reden geregeld dat Michael en mij op den duur iets vergelijkbaars te wachten staat. Het is een hardnekkige, knagende gedachte. De demonen in deze film zijn wat dat betreft een metafoor voor angsten die je niet loslaten. Alles in de film wat op de een of andere manier angstaanjagend is, is gerelateerd aan dingen waar we in ons eigen leven bang voor zijn.’
Danny: ‘Ik denk dat die scènes in de eerste plaats voortkomen uit wat we om ons heen zien – we willen zeker niet prekerig zijn. We waren in Australië een soort grote broers voor drie jongere buurjongens. Eentje experimenteerde eens met drugs en belandde stuiptrekkend op de vloer. Zijn vrienden schoten niet meteen te hulp, maar begonnen hem éérst te filmen. Dat beeld heeft me nooit losgelaten.’
Michael: ‘Dat is natuurlijk wel heel actueel. Je doet iets stoms op een feestje – we’ve all been there – maar waar zo’n gebeurtenis vroeger een vage herinnering werd waar je misschien een wijze les uit trok, wordt zo’n moment tegenwoordig via die filmpjes gestold in de tijd.’
Danny: ‘De statistieken liegen niet, natuurlijk: depressie onder tieners is sinds de komst van sociale media enorm gestegen. Maar ik voel niet de behoefte sociale media of telefoongebruik te veroordelen. Er komt ook iets goeds uit, we hebben er onze filmcarrière deels aan te danken.’
Danny: ‘Het is een vreemde gewaarwording. Alsof de deuren die tot voor kort gesloten bleven nu opeens allemaal tegelijk open vliegen. We leggen de aanbiedingen de komende maanden rustig op tafel. We willen iets kiezen waar ons hart sneller van gaat kloppen. We zoeken niet naar de lucratiefste deal.’
De tweeling zat in de maanden sinds dit interview – medio februari tijdens het filmfestival van Berlijn – bepaald niet stil. Ze worden genoemd als regisseurs van Street Fighter, gebaseerd op de populaire videogamereeks, ze filmden hun eigen microbudget-prequel van Talk to Me, volledig getoond vanuit het perspectief van mobiele telefoons en sociale media, en werden door de Amerikaanse producent A24 gestrikt voor een officieel vervolg, Talk 2 Me.
Michael, in Berlijn: ‘De tweede film is belangrijker dan de eerste, hoorden we inmiddels van de mensen die het kunnen weten. We zullen ons wéér moeten bewijzen.’
Na de wereldpremière van Talk to Me op het Sundance-filmfestival werd de debuutfilm van Australiërs Danny en Michael Philippou binnengehaald door A24. De afgelopen jaren groeide de Amerikaanse productiestudio en distributeur uit tot kwaliteitskeurmerk, zeker ook wat betreft goede, ge Source: Volkskrant