Home

Ook voor de erkende vluchteling dreigt de straat in Griekenland, nu er steeds minder opvang is

Op het Victoriaplein in het centrum van Athene hangen aan het eind van een hete zomermiddag vier Afghaanse twintigers rond een bankje. Vanachter een lantaarnpaal gooit een graatmagere heroïneverslaafde vrouw in gescheurde hotpants kiezeltjes naar het groepje, om hun aandacht te trekken.

Nasrad (22) kijkt geërgerd haar kant op en maakt een afwerend gebaar. ‘Ik ben al vier jaar in Griekenland’, vertelt de Afghaan uit Jalalabad. Na lang wachten kreeg hij de vluchtelingenstatus, maar veel makkelijker heeft die uitkomst zijn leven nog niet gemaakt.

Want wie in Griekenland erkend wordt als statushouder, moet binnen dertig dagen op eigen benen staan. De periode is de afgelopen jaren drastisch ingekort, al waren de eerdere zes maanden ook al geen ruime marge om zelfvoorzienend te worden.

Daarnaast sloot de rechtse regering van Kyriakos Mitsotakis, die sinds 2018 aan de macht is en in juni herkozen werd, veel verblijfplaatsen voor vluchtelingen, zoals het VN-huisvestingsprogramma Estia. Tussen juni en november vorig jaar moesten 6.700 mensen de gesubsidieerde huizen verlaten, nadat hun aanvraag was afgewezen óf juist nadat ze een vluchtelingenstatus gekregen hadden.

Zo bekeken is het verschil tussen een positieve en een negatieve beslissing in de straten van Athene vaak akelig klein. Statushouders worden – in elk geval in theorie – ook binnen dertig dagen uit de vluchtelingenkampen gezet, waarvan er sowieso steeds minder zijn. Het kamp Eleonas in Athene, waar de leefomstandigheden bekendstonden als relatief goed, is vorig jaar gesloten. De 670 laatste bewoners moesten plotseling voor zichzelf zorgen.

‘Ik huur nu een klein kamertje voor 100 euro per maand’, vertelt Nasrad, die eerder in het noorden van Griekenland verbleef. ‘Maar ik weet vaak niet hoe ik dat moet betalen.’ Soms krijgt hij geld van familie in andere landen, soms werkt hij een dag zwart in de bouw. Het is een van de weinige sectoren waarin statushouders en irreguliere migranten voet aan de grond krijgen. Griekse bouwondernemers komen bijvoorbeeld hier op het Victoriaplein langs, zeggen de jongens, als ze arbeidskrachten nodig hebben.

Voor een dag zwoegen in de hitte krijgen ze 35 à 40 euro. ‘Maar er is lang niet elke dag werk’, legt Nasrad uit. ‘Eerder één keer per week.’ Zijn vrienden Habib (24), Amin (21) en Usmane (25) knikken instemmend. De rest van de tijd hangen ze hier wat rond, turend naar hun telefoonscherm. Het plein in het noorden van Athenes centrum is al sinds de vluchtelingencrisis van 2015 een verzamelplaats voor vluchtelingen, irreguliere migranten en daklozen, berucht vanwege de drugs en minderjarigenprostitutie.

‘De spotlight staat niet meer op Griekenland’, zucht Matina Stamatiadou, medewerker van de ngo Intersos, in een door de airco gekoeld kantoor een paar straten verderop. ‘Maar de mensen en hun behoeften zijn er nog steeds.’ Zo ziet ze geregeld alleenstaande minderjarigen die hun toevlucht moeten nemen tot wat hulpverleners survival sex noemen: seksuele handelingen in ruil voor een slaapplaats, vaak bij een oudere landgenoot in huis.

Ook andere vormen van uitbuiting zijn schering en inslag, zegt Stamatiadou, vooral onder de jongste groep vluchtelingen. ‘We zien kinderen onder de blauwe plekken, die volhouden dat alles goed gaat.’ Soms verdwijnen ze weken van de radar. Vandaag is Stamatiadou opgelucht, omdat een meisje dat zij helpt na twee weken radiostilte net weer een teken van leven gegeven heeft.

Een deel van het probleem schuilt erin dat de kwetsbare migranten nu minder zichtbaar zijn dan een paar jaar geleden, meent haar collega Apostolos Veizis, directeur van Intersos. Ze zijn verspreid over het vasteland, terwijl de kampen op de eilanden veel kleiner zijn dan een paar jaar geleden. Op Lesbos verblijven bijvoorbeeld 2.600 mensen; iets meer dan enkele maanden geleden, maar nog steeds onvergelijkbaar met het oude kamp Moria dat meer dan 12 duizend bewoners had.

Tegelijkertijd groeit de problematiek in steden juist. Stamatiadou en Veizis publiceerden in mei het rapport Being Hungry in Europe, waarvoor bijna tweeduizend bezoekers van hun voedselbank-project werden ondervraagd. 60 procent van de deelnemers verklaarde hooguit drie keer per week toegang tot voedsel te hebben. De afgelopen anderhalf jaar hielp het project naar eigen zeggen bijna negenduizend mensen, die eens per maand een grote tas boodschappen konden ophalen.

Anastasia Gichuhi (41) is daar een van. Terwijl haar energieke zoontjes Elijah (8), Israel (6) en Elisha (6) in de grote zaal van het Intersos-kantoor tikkertje spelen, vertelt de Keniaanse hoe ze de situatie voor haarzelf en andere vluchtelingen en migranten de afgelopen jaren zag verslechteren.

Gichuhi vluchtte zestien jaar geleden naar Griekenland vanwege tribaal geweld in Kenia. Ze heeft allang een vluchtelingenstatus, maar nog altijd geen Griekse nationaliteit. ‘Onder de vorige regering was er meer gelijkheid tussen ons en Grieken’, stelt ze. ‘Nu is het anders.’ Sinds Mitsotakis regeert is het verlengen van verblijfspapieren bijvoorbeeld ingewikkelder en bureaucratischer, zegt Gichuhi. Ook is er minder toegang tot zorg, sociale voorzieningen en werk. ‘En ik heb drie zoons, die veel eten. Genoeg op tafel krijgen is een probleem.’

Ze kan de steun van de tijdelijke voedselbank, waarvan het nog niet duidelijk is hoelang die open blijft, dus goed gebruiken. ‘Dit is belangrijk voor me. Nu kan ik wat ik met schoonmaken verdien gebruiken voor de energierekening. Anders wordt de stroom afgesloten.’

En dan hebben Gichuhi en haar partner het met hun tweekamerappartement voor een gezin van vijf nog goed voor elkaar, vergeleken met de situaties die Apostolos Veizis soms ziet. ‘Gisteren sprak ik een vrouw uit Afghanistan die na zes maanden een plek had gevonden: 30 vierkante meter met acht mensen. En er zijn mensen die per dag een slaapplaats huren, vaak een plek op de grond voor een paar euro.’

In het kielzog van de vluchtelingen en migranten begint ook de ngo-hulpsector, prominent aanwezig in Griekenland sinds de vluchtelingencrisis van 2015, zich steeds meer te verplaatsen van de leeglopende eilanden naar Athene. Ze koken maaltijden, vangen mensen overdag op of bieden andere vormen van steun. Ook de Nederlandse Stichting Bootvluchteling, die al jaren op Lesbos aanwezig is, heeft nu een vestiging in de hoofdstad. De organisatie biedt psychologische hulp en maatschappelijk werk.

Naast de verhuizing is er onder de ngo’s ook een andere beweging gaande, ziet medewerker Nick van der Steenhoven in het Atheense kantoor van de stichting; organisaties die er helemaal mee stoppen in Griekenland. ‘De ruimte voor ngo’s is steeds beperkter’, stelt de Nederlander. ‘Terwijl ons werk nog net zo hard nodig is.’

Van der Steenhoven houdt zich onder meer bezig met de uitgebreide bureaucratische eisen die de Griekse regering stelt aan ngo’s. Hij besteedt veel van zijn tijd aan een nieuw registratiecertificaat, dat voor sommige kleinere organisaties de doodssteek betekent. Ze hebben geen geld en mankracht om aan de strenge eisen – officiële vertalingen, juridische documenten – te voldoen. ‘Wij hebben nu al vele duizenden euro’s aan certificering uitgegeven.’

De regering zal van die ontwikkeling waarschijnlijk niet wakker liggen. Het vertrek van ngo’s maakt de migratieproblematiek minder mediageniek, net als het sluiten of het naar afgelegen plekken verplaatsen van kampen. Mitsotakis laat zich erop voorstaan de problemen de afgelopen vijf jaar te hebben opgelost via zijn zelfbenoemde ‘harde maar eerlijke’ migratiebeleid, niet alleen aan de buitengrenzen, maar ook na binnenkomst.

De situatie van vluchtelingen is in Griekenland zo slecht dat de Nederlandse rechter al in 2021 besloot dat vluchtelingen niet naar het land mogen worden teruggestuurd, al is een statushouder officieel verplicht om de procedure in het eerste EU-land van aankomst te doorlopen. Datzelfde oordeel velde de Raad van State dit voorjaar ook voor de omstandigheden in Italië.

Zo dwingen rechters Nederland tot een klein deel van de solidariteit waar de Zuid-Europese landen al lang en vaak om vragen. Maar, zegt Intersos-directeur Apostolos Veizis, het zou beter zijn als de Noord-Europese politici daarvan zelf de noodzaak zouden inzien. ‘De Nederlandse regering geeft geld, maar solidariteit is iets anders. Het is de last verdelen.’

Op het Victoriaplein valt de avond. Verreweg de meeste vluchtelingen en migranten die er rondhangen zien hun toekomst niet in Athene voor zich. ‘Griekenland is slecht, slecht, slecht’, zegt de Afghaanse Nasrad mistroostig. Het liefst zou hij doorreizen, maar hij wacht nog op zijn reisdocument.

Statushouders kunnen met het papiertje vrij eenvoudig naar een andere lidstaat, al mogen ze daar officieel maximaal drie maanden blijven. Zijn vriend Usmane haalt het felbegeerde lichtblauwe paspoort uit de zak van zijn trainingsbroek. Hij weet niet of hij weggaat; hij heeft geen idee waar hij dan heen moet, zegt hij. Nasrad kijkt jaloers toe. ‘Als ik kon, zou ik meteen vertrekken.’

Sinds 2016 krijgt Griekenland gemiddeld 51 duizend eerste asielaanvragen per jaar. Het drukste aanvraagjaar was 2019, toen ruim 77 duizend mensen een eerste verzoek indienden. Het rustigste was coronajaar 2021, toen er 28 duizend eerste aanvragen werden ingediend. Waar Syriërs tussen 2016 en 2018 de grootste groep aanvragers vormden, is de meestvoorkomende nationaliteit sinds 2019 ieder jaar Afghanistan. Het percentage toegekende vluchtelingenstatussen lag in 2016 iets onder de 30 procent, maar sch Source: Volkskrant

Previous

Next