N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Op zaterdag liep ik met mijn Duitse vriend Friday door Amsterdam. We hadden elkaar elf jaar geleden in Nieuw-Zeeland ontmoet, toen ik Friday nog kende onder een andere naam en een ander persoonlijk voornaamwoord en we eindeloze gesprekken voerden over improvisatietheater, reizen en natuur. Nu waren we allebei met andere thema’s bezig – hij met transgenderidentiteit, ik met mijn kinderwens – maar de verbondenheid was er nog altijd.
Toevallig was er in fotomuseum FOAM een film waarin beide onderwerpen elkaar raakten: Seahorse Parents, van Miriam Guttmann. Transgendermannen vertelden openhartig over hun zwangerschap, over de liefde voor hun kind, over de opluchting dat hun baardgroei gewoon doorging bij een dikke buik. Zeepaardjes, zei Friday, zijn de enige dieren waarbij niet de vrouwen maar de mannen zwanger zijn.
Via een fenomenale overzichtstentoonstelling van de Turkse fotograaf Ara Güler kwamen we op de bovenverdieping, met werk van de eveneens Turkse Ece Gökalp over biodiversiteit. Juist vanwege dat onderwerp viel de reusachtige sprinkhaan op de muur eerst niet op. Pas toen hij bewoog en een bezoekster gilde, besefte ik dat het insect verdwaald was, mogelijk misleid door Gökalps fraaie bloemenfoto’s. Friday en ik haalden een glas in het museumcafé, maar het bleek te klein om de sprinkhaan te vangen: die was bijna 10 centimeter lang.
Uiteindelijk zette een medewerkster een joekel van een wijnglas over hem heen. De sprinkhaan steigerde. Hij leunde louter op zijn achterpoten en tastte met zijn voorpoten de zijkant van het glas af. Snel trokken we onze telefoons. Een ongewild fotomodel, omringd door paparazzi.
Algauw kwamen we bij zinnen en lieten hem vrij in de museumtuin, waar hij begon te zingen: een imposant geratel. „Vast een Europese bidsprinkhaan”, riep ik uit, maar Friday en de medewerkster schudden synchroon het hoofd. Dit was een grote groene sabelsprinkhaan, een van de grootste insecten van Nederland. Beschaamd mompelde ik dat ik dat heus wel wist maar het gewoon even vergeten was.
Het voorval versterkte mijn imposter syndrome; de angst dat ik faalde als wetenschapsjournalist. Op weg naar huis vertelde ik Friday dat ik binnenkort te zien zou zijn in de tv-quiz De Slimste Mens – de opname was al geweest, ik had glansrijk verloren. Al dagen draaide mijn innerlijke criticus op volle toeren: vrienden appten bemoedigende teksten als ‘je gaat vast winnen!’, maar straks zou heel Nederland zien hoe beperkt mijn feitenkennis was, en hoe gek ik eruitzag met veel make-up.
Friday moest lachen – niet omdat ik zou meedingen naar de titel ‘Der klügste Mensch’, maar omdat ik me er zo druk over maakte. Door het trans-topic lag hij voor z’n gevoel altíjd onder een vergrootglas. Steeds weer mensen die het niet begrepen, die een oordeel klaar hadden. „Doe zoals die sprinkhaan. Laat ze kijken, en zing gewoon je eigen lied.”
NieuwsbriefNRC Wetenschap
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC