Toen ik op vakantie vertrok, was Mark Rutte nog voor altijd premier. Toen ik terugkwam, was hij verdwenen. In het artikel dat Rutte-o-loog Sheila Sitalsing bij zijn vertrek schreef, nu ongeveer een maand geleden, stond de volgende zin: ‘Hij is ook altijd blijven geloven in een overheid die mensen niet nodeloos moet beknotten in hun persoonlijke vrijheid en hun eigen keuzes, ook domme of slechte.’
Min of meer tegelijk met Ruttes vertrek ging het verbod op ‘ongerichte gokreclames’ in, dat de toename van het aantal jonge gokverslaafden enigszins moet beperken. Nog niet zo lang geleden werd online gokken in Nederland gelegaliseerd. Ooit een ideetje van Fred Teeven, toenmalig staatssecretaris, die gokken ‘een belangrijke vorm van entertainment’ vond.
Met het legaliseren, was de redenatie, kon de overheid de gokmarkt in de smiezen houden, en hoefden Nederlandse gokfanaten hun heil niet langer te zoeken op schimmige buitenlandse sites. Gevolg: een stortvloed aan reclames, de ene nog krankzinniger en agressiever dan de andere. En, wat bleek, heel gek: als je een bepaalde branche dus ontzettend veel reclame laat maken, trek je niet alleen de aandacht van bestaande klanten, maar creëer je ook nieuwe gokkers, merendeels kwetsbare mensen en jongeren. Nee, dat kon je onmogelijk zien aankomen. Daarnaast bleken de regels waaraan gokbedrijven moesten voldoen te abstract, en voerde de Kansspelautoriteit een ‘prioriteringsbeleid’, wat er op neerkwam dat er wel regels waren opgesteld, maar dat de naleving ervan onvoldoende gecontroleerd kon worden.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Die hele legalisatie van online gokken lijkt een grote gok te zijn geweest, het openzetten van een sluis waar nu wat wettelijke zandzakjes drijven die de ergste nattigheid moeten tegenhouden – maar dat is niet de enige verklaring. Het is ook het gevolg van een nauwelijks uit te roeien misverstand dat wetten en regels vrijheid per definitie in de weg zitten. De vrijheid om je geld over de balk te gooien – want the house always wins – kan immers leiden tot afhankelijkheid en onvrijheid.
Nu, stapje voor stapje, ontmantelt minister Weerwind de vrijheden van de goksites, in een terugtrekkende beweging die doet denken aan de Amsterdamse pogingen om Britse jongeren te ontmoedigen op hun vrijgezellenfeesten de binnenstad nog wat platter te walsen.
Je hoeft echt niet verslingerd te zijn aan online fruitautomaten of sportweddenschappen om ten onder te gaan aan falend overheidstoezicht. Je kunt bijvoorbeeld ook gewoon in de zorg werken, en plots onderdeel zijn van een private-equityfirma die in ouderenzorg een schitterende investering ziet, zonder grote risico’s – behalve dan voor hen die erin werken, of ervan afhankelijk zijn. Of je bent conducteur en je moet je elke dag voorbij zwetende, klagende en zich steeds blauwer betalende reizigers persen. Een land dat burgers niet wilde beknotten in hun persoonlijke vrijheid en keuzes is intussen een land waarin iedereen de hele dag krampachtig zijn eigen vrijheid aan het bevechten is.
Je kunt zeggen – en dat is verdraaid vaak gebeurd de afgelopen jaren: het is je eigen verantwoordelijkheid, maak er wat van. Je moet niet al je geld vergokken, en je kunt gewoon veel beter investeren in de ouderenzorg dan erin gaan werken. Maar vrijheid is ook dat je niet bij de eerste de beste keus door de markt verzwolgen wordt.
Source: Volkskrant