Sparen werd ooit gezien als een deugd, als financieel verstandig ook, maar sinds 2012 is iemand die geld opzij zet op een spaarrekening eerder een dief van de eigen portemonnee. Om de eurocrisis te bezweren verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) de rente naar nul, waardoor sparen jarenlang niets opleverde. Schulden maken was daarentegen bijna gratis.
Inmiddels is de rente omhoog geschoten, maar het lot van de spaarders is nog niet veel verbeterd. De rente die de grootbanken rekenen, ligt ver onder de rente die de banken zelf krijgen als ze het geld uitlenen aan huizenkopers of stallen bij een rekening bij de ECB. De gevolgen laten zich raden: de winsten van de ABN Amro, ING en Rabobank zijn ook het afgelopen kwartaal snel gegroeid.
De woede onder veel spaarders is voorstelbaar. Het is moeilijk te accepteren om aan de ene kant 4 procent hypotheekrente te betalen om aan de andere kant slechts 1,5 procent spaarrente te ontvangen, wat betekent dat spaargeld door de inflatie snel in waarde daalt. Om aan die woede tegemoet te komen, heeft de populistische regering in Italië al gedreigd met een bankenbelasting.
Sinds de financiële crisis van 2008 ligt de woede op banken dicht onder de oppervlakte. Die crisis werd veroorzaakt doordat banken in hun zucht naar hogere winsten te veel risico’s hadden genomen, zich te veel door hebzucht hadden laten leiden ook. Toen ze omvielen, moesten ze door de staat, door de belastingbetaler worden gered. Sindsdien worden banken ten diepste gewantrouwd en volgt op elke daad van hebzucht een golf van woede.
Banken kunnen weinig goed meer doen. Fouten worden niet meer geaccepteerd. Zo werden de banken door de toezichthouders gedwongen een topzwaar anti-witwasbeleid te voeren, waar inmiddels duizenden medewerkers bij betrokken zijn en dat de winst drukt. Andere toezichthouders eisen gezonde rendementen om te voorkomen dat banken in de toekomst weer in de problemen zullen komen en weer door de overheid moeten worden gered. En dan zijn er ook nog de aandeelhouders die knarsentandend moeten toezien hoe hun aandelen al jarenlang veel minder renderen dan de meeste andere aandelen.
Het is vanuit deze perspectieven te begrijpen dat bankenbestuurders alle ruimte benutten om hun winsten te verhogen. Zolang de spaarders niet weglopen en dus impliciet instemmen met de lagere rente, zou de bank een dief van de eigen portemonnee zijn als ze de rente zou verhogen.
De banken wijzen naar de markt – zoals ze eerder ook naar de markt wezen om hun hoge salarissen te rechtvaardigen. De rente wordt door vraag en aanbod bepaald. Hoe hoger het aanbod van spaargeld, hoe lager de rente kan zijn. En het aanbod van spaargeld is blijkbaar ruim voldoende.
Maar naast de markt is er ook nog de moraal. Is de lage rente rechtvaardig? Zet de huidige economische ordening aan tot gewenst gedrag? Kan de minimale hoogte van de spaarrente – als percentage van de ECB-rente – wettelijk worden vastgelegd? Dat zijn vragen die eerder door de staat of door de ECB beantwoord moeten worden.
Tot die tijd hebben boze spaarders geen andere keuze dan hun geld bij een bank te stallen die wel een fatsoenlijke rente betaalt. Die zijn er gelukkig genoeg.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant