Het CDA stelt maandagmiddag zijn nieuwe lijsttrekker voor aan de pers. Uitverkorene Henri Bontenbal is niet te benijden, want hij wordt leider van een partij die in een diepe crisis verkeert. Hoe is de neergang van de ooit zo machtige volkspartij nog te stoppen?
Toen Tweede Kamerlid Henri Bontenbal deze zomer solliciteerde naar het partijleiderschap, wist hij één ding zeker: de kans dat het volgende kabinet zijn naam zal dragen is nihil. En dat is niet alleen omdat in de functieomschrijving staat dat de opvolger van Wopke Hoekstra geen zitting mag nemen in het kabinet, maar de CDA-fractie in de Tweede Kamer moet aanvoeren. Ook zonder die arbeidsvoorwaarde is de aanstaande nummer 1 van het CDA geen serieuze premierskandidaat.
Tussen 1977 en 2010 was het lijsttrekkerschap van het CDA de geplaveide route naar het premierschap. De christen-democraten waren vrijwel altijd de grootste, en anders wel de op een na grootste, partij in de Tweede Kamer. Bij de verkiezingen in 2006 behaalde het CDA nog 41 Kamerzetels. Daarna kwam de klad erin. De partij heeft er nu nog maar 14. Het CDA is afgegleden naar de status van secundaire, maar nog altijd veelgevraagde regeringspartner. Dat het CDA de favoriete coalitiegenoot is van de VVD verschaft de partij ondanks de slinkende gelederen toch een stevige machtsbasis.
Maar ook die voorkeursbehandeling in de formatie staat onder druk. De twee belangrijkste peilingbureaus turfden in juli niet meer dan 5 of 6 Kamerzetels voor het CDA. Een partij die zo weinig kiezers trekt, kan geen hoofdrol spelen in de kabinetsvorming en evenmin in de oppositie. Zo’n partij kan ook weinig ministers-, burgemeesters- en wethoudersposten claimen.
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.
Voor oudere CDA-leden is dat verlies aan invloed moeilijk te verteren. Zij werden politiek actief voor een partij die macht uitoefende en veel belangrijke bestuursposten bezette. Wie carrière wilde maken in het openbaar bestuur, moest bij de brede volkspartijen PvdA en CDA zijn, en later ook bij de VVD. Scheidend partijleider Hoekstra zegt van zichzelf dat hij ‘meer bestuurder dan politicus’ is. Ongeacht zijn politieke opvattingen had hij zijn ambitie om minister – en misschien wel premier – te worden nooit kunnen waarmaken bij een kleine oppositiepartij.
De pijn van de gestage machtserosie leidt tot chagrijn en zelfs paniek onder CDA’ers. Onder druk van de aanhoudend slechte peilingen tiert kritiek op de partijleiders welig. Naar aanleiding van de boerenprotesten tegen het stikstofbeleid, waarvoor ook het CDA als coalitiepartner getekend had, kwamen CDA-leden en -bestuurders uit de provincies vanaf eind 2019 openlijk in opstand tegen de partijtop. Sinds de rommelige lijsttrekkersverkiezing van 2020 verkeert de partij in een permanente crisissfeer. Prominente CDA’ers als Pieter Omtzigt en Mona Keijzer raakten gedesillusioneerd en vertrokken na intern gekibbel. Twee partijvoorzitters gooiden het bijltje erbij neer, omdat ze geen greep kregen op de onvrede en verdeeldheid in het CDA.
Bontenbal (40) krijgt dus de verantwoordelijkheid over een wespennest. Hij moet niet alleen de somber stemmende trend in de peilingen keren, maar ook alle CDA-neuzen weer dezelfde kant op zien te krijgen. Maar hoe?
Als je het Rick Brink vraagt, CDA-lijsttrekker in Overijssel bij de recente Statenverkiezingen, dan moet de partij teruggaan naar zijn oorsprong. En die basis ligt volgens hem niet in de Randstad. Brink had liever iemand als de Zeeuwse gedeputeerde Jo-Annes de Bat als partijleider gezien dan de Rotterdammer Bontenbal, hoewel hij de laatste wel een goed Kamerlid vindt.
Tijdens het campagne voeren in zijn provincie hoorde Brink steeds hetzelfde van teleurgestelde CDA-stemmers. ‘Kiezers voelen zich niet gehoord door CDA’ers in Den Haag. Ik moet denken aan een verkiezingsdebat met fractievoorzitter Pieter Heerma en Caroline van der Plas van de BBB. Dan denk ik: het klopt wel wat Heerma zegt, maar hij vertelt het zo technocratisch dat niemand het meer snapt. Van der Plas legt alles uit in gewone, begrijpelijke mensentaal.’ De manier waarop de partij met Twentenaar Pieter Omtzigt is omgesprongen is in Overijssel ‘een enorme open wond die niet geneest’, zegt Brink.
De politicologen Tom van der Meer en Roderik Rekker wijten het electorale verval aan andere oorzaken. De ontkerkelijking, waardoor christelijke politiek steeds minder weerklank vindt, is al vaak genoemd. Net als het feit dat de verzuilingspartijen PvdA en CDA ooit gestut werden door een zeer trouwe, vaste achterban die niet langer bestaat.
Aan deze ontwikkelingen kan het CDA weinig doen, maar de partij heeft de malaise toch ook aan zichzelf te wijten, vinden de politicologen. Het grootste probleem is dat de partij zich te weinig onderscheidt van de VVD, vindt Rekker, universitair docent politicologie in Nijmegen. ‘Het CDA is onder de partijleiders Sybrand Buma en Hoekstra een mainstream rechtse partij geworden, een soort VVD-light.’
Van der Meer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, komt tot dezelfde conclusie. ‘In recente CDA-campagnes ging het veel over economie, migratie, veiligheid. Dat zijn thema’s die mensen niet zozeer met het CDA associëren, maar met de VVD. Kiezers die de economie belangrijk vinden, stemmen daarom liever VVD. Buma had het daarnaast ook over leiderschap, maar op dat thema is het heel moeilijk een zittende premier uit te dagen. Zeker als je zoals het CDA juniorpartner bent in Mark Ruttes coalitie.’
Bontenbal moet het CDA weer een duidelijk eigen smoel geven, luidt hun advies. ‘Het CDA moet zich profileren als een socialer dan wel conservatiever alternatief voor de VVD’, denkt Rekker. ‘De traditionele thema’s van het CDA zijn normen, waarden en moraal. Hier liggen kansen, want uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat Nederlanders dat een heel belangrijk thema vinden.’ Ook Van der Meer ziet het CDA als ‘eigenaar’ van het thema gemeenschapszin. De partij zou er volgens hem goed aan doen dat onderwerp te benadrukken in de verkiezingscampagne.
Het CDA moet dan wel het geluk hebben dat ‘zijn’ thema de campagne domineert. Bontenbal kan het wel hebben over gemeenschapszin, als de anderen daar niet op reageren kan die strategie zomaar doodvallen. De SP probeert telkens de problemen in de gezondheidszorg tot inzet van de verkiezingsstrijd te maken, maar dat lukt maar niet. De kans dat een thema aanslaat is groter als het CDA een natuurlijke tegenstander weet te vinden die er belang bij heeft de strijd aan te gaan. Zoals D66-leider Pechtold en PVV-leider Wilders ooit deden op het thema multiculturele samenleving en diversiteit. Rekker: ‘Het CDA zou zich kunnen afzetten tegen het individualisme en kosmopolitisme waar D66 en Volt voor staan.’
Kevin Klinkspoor, voorzitter van jongerenorganisatie CDJA, herkent zich wel in deze analyse. ‘Wanneer je mensen vraagt naar hun beeld van het CDA, hoor je dingen als: grijze muis, oudemannenpartij en verdediger van compromissen.’ Toch is hij optimistisch, want de tijdgeest beweegt zich volgens hem in de richting van het CDA. ‘We gaan van een individualistische, liberale tijd naar een periode waarin mensen weer verlangen naar gemeenschapszin.’ Klinkspoor vindt dat het CDA eerst moet schaven aan een nieuw, duidelijk eigen geluid. Meteen weer in een nieuw kabinet gaan zitten is wat hem betreft geen prioriteit. ‘Het is een echte CDA-tic om te denken: het land heeft ons nodig, we moeten meeregeren.’ Maar regeren betekent compromissen sluiten en dat gaat ten koste van het toch al bleke CDA-gezicht.
Daar is Peter Heijkoop, voorzitter van de CDA-afdeling Zuid-Holland, het helemaal mee eens. ‘Het is belangrijk dat de partij weer kleur op de wangen krijgt. Ik heb meermaals tegen Hoekstra gezegd: houd eens op met dat gedram over migratie, economie en veiligheid. De partijtop heeft onze kernwaarden niet voldoende uitgedragen. Publieke gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap, omzien naar elkaar, daarvan hebben we te weinig laten zien. We hebben wel meegewerkt aan zwalkend migratiebeleid en aan de rechtse, liberale afbraak van het volkshuisvestingsstelsel. De nieuwe partijleider zou afstand moeten nemen van dit verleden, dan maak je pas echt een nieuwe start.’
Ook het Overijsselse Statenlid Brink vindt dat ‘de politieke koers wel ietsje meer naar links mag’. ‘Er wonen in Nederland niet alleen maar boeren en het ging wel heel erg veel over de boeren. Er zijn genoeg andere doelgroepen die zich niet gehoord voelen door politiek Den Haag. Daar moet het CDA een antwoord op hebben.’ En inderdaad, die eeuwige hang naar meebesturen, daar moet de partij ook vanaf. ‘Ik zit voor het eerst sinds mensenheugenis in de oppositie en dat vindt de partijtop in Den Haag best ingewikkeld’, merkt Brink. ‘Maar ik heb er geen seconde slecht van geslapen. Gezien de huidige staat van de partij is een oppositierol gewoon prima. Nu kunnen we tenminste ons eigen verhaal houden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Volkskrant