Het Nederlandse zomerritueel is pas compleet als we het vaste stramien hebben afgedraaid van blaren bij de Vierdaagse, schietpartijen bij het Zomercarnaval, ophef over Zomergasten en uiteraard gedoe rondom de Pride.
Dit keer was er gedoe rondom de overheidsboot. Want naast de boten van zowel het ministerie van Onderwijs als Defensie, voer er ook een heuse Dutch Government Pride-boot mee, waar de Belastingdienst op ging deugpronken.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Managing Director van het Leiden-Delft-Erasmus Centre Governance of Migration and Diversity. In de maand augustus is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Daar kan je iets van vinden, en velen hebben dat ook laten merken, maar wat mij vooral opviel was dat – naast de gemeente Amsterdam, de provincies Noord-Holland en Gelderland – vrijwel álle ministeries van de Rijksoverheid ook aansloten in diezelfde deugpronkerij.
Zo benadrukte zowel het ministerie van Sociale als Economische Zaken het belang van ‘jezelf kunnen zijn’ en meende het ministerie van Buitenlandse Zaken ‘te staan voor het recht om jezelf te zijn’. En de Dutch Government Pride-boot vermeldt op de Pride-website zelfs dat ‘deze Rijksoverheid de wereld wil laten zien dat je in ons land jezelf mag zijn’.
Er werd dus druk over getwitterd en geïnstagramd (#youareincluded, #loveislove). Topambtenaren en bewindspersonen verdrongen zich op het water en maar liefst zes ministeries vermengden het rijkslogo met de kleuren van de Progress Pride-vlag. Maar hier gaat dus iets fundamenteel mis, want het is rechtsstatelijk volledig uit de toon.
Lieve Rijksoverheid, laten we eerst eens even duidelijk zijn tegenover elkaar. We kunnen en mogen helemaal niet ‘onszelf zijn’ tegenover u. Gelukkig maar, want anders zouden de gevangenissen uitpuilen met bijvoorbeeld belastingweigeraars, ‘eigen rechtertjes’, burgerlijk ongehoorzamen en naaktlopers. Ons zelfbeeld, zo leert filosoof Michel Foucault, is gebaseerd op de relatie die wij hebben ontwikkeld met onze overtredingen en uit ons (al dan niet onderdrukte) verlangen om die overtredingen te begaan. Voor het oog van de overheid verschijnen we als burger. En burgerschap ligt volledig buiten ‘jezelf’.
Ten tweede, u heeft op die Pride echt he-le-maal niks te zoeken. Pride Amsterdam is een mooi maatschappelijk initiatief, ooit geïnitieerd vanuit de Amsterdamse gay horeca. Net zoals de parades en optochten bij de bloemencorso’s, (Zomer)carnaval en de Sinterklaasintocht allemaal lokale, maatschappelijke en particuliere initiatieven zijn.
Maar het geeft geen pas dat de staat actief meedanst bij een initiatief dat hij nota bene zelf faciliteert en subsidieert. Overheidsdeelname loopt via een vergunning, niet door zelf onderdeel te worden van het programma. Bij een goed restaurant staat de chef-kok doorgaans ook niet zelf op het menu. Daarin meegaan is arbitrair, selectief, enigszins goedkoop maar vooral hoogst ongepast. We zouden vreemd opkijken wanneer er lukraak wat rijksambtenaren of bewindspersonen op de pakjesboot meedansen, tussen de bloemen springen in Zundert of met een verentooi door de Rotterdamse binnenstad daggeren. Net zo wereldvreemd is deze manifestatie in Amsterdam.
En ik zeg dit niet zonder reden. U heeft namelijk als voornaamste taak om minderheden te beschermen en geen onderscheid te maken. Laat staan dat je als Rijksoverheid moet ‘opkomen voor inclusiviteit en diversiteit’ of dat je je moet ‘uitspreken voor de gelijke rechten van lhbti’ers’, zoals de Belastingdienst meent. Dat is niet nodig. Sterker nog, daar mag ik als burger van uitgaan.
Nu kan ik begrijpen dit voor een organisatie waar het gangbaar is om onderscheid te maken op basis van nationaliteit, enigszins verwarrend is. Maar in juridisch en politiek opzicht zijn we namelijk altijd al voor de staat gelijk in ons verschillend zijn. En mocht dat niet het geval zijn, dan hebben we pas echt een serieus rechtstatelijk probleem. Als je als overheidsorganisatie denkt je daarover uit te moeten spreken, dan zegt dat wellicht meer over die organisatie dan over datgene wat moet worden uitgesproken.
Ach, we kunnen ook gewoon afspreken dat dit de zomerse speeltuin is van een aantal overheden, die jaarlijks willen deugpronken in deze botenparade. Prima. Maar laten we dan ook afspreken dat die Rijksoverheid er nooit meer een institutionele broek over aantrekt.
Alleen ben ik bang dat we volgend jaar weer precies hetzelfde gaan zien. En zolang die overheid niet inziet hoe ongepast en ongewenst dit is, hebben we een serieus probleem. Een probleem van een fundamenteel andere orde dan de rituele ophef bij Zomergasten of de Vierdaagse. Want als de Rijksoverheid zichzelf al niet meer serieus neemt, hoe kan ze dan verwachten dat haar burgers dat wel doen?
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant