Of Bernardus Paludanus alstublieft aan de universiteit van Leiden wilde komen werken. En of hij dan zijn fantastische collectie planten, dieren, mineralen, vergiften en andere schatten wilde meenemen, die hij tijdens zijn reizen had verzameld. Daarmee zou hij het onderwijs aan de universiteit enorm verrijken.
Het was 1591 en de jonge Leidse universiteit, zestien jaar eerder opgericht, had vernieuwende plannen. Er moest een botanische tuin komen met medicinale planten die geneeskundestudenten zouden bestuderen. En ook bijzondere dieren, stenen en stoffen waren van harte welkom, want die konden studenten de rijkdom van de schepping laten zien.
Vandaar het verzoek aan Paludanus (circa 1550-1633). Die had als twintiger een groot deel van Europa bereisd, van Litouwen tot Malta. Hij had geneeskunde gestudeerd in Italië en nam tussendoor de boot om het Heilige Land en Egypte te bezoeken.
Over de auteur
Geertje Dekkers is journalist gespecialiseerd in geschiedenis en schrijft o.a. voor de Volkskrant en Historisch Nieuwsblad. Ze is schrijver van onder meer Veel, klein en curieus over de wereld van Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723).
Onderweg verzamelde hij een flinke hoeveelheid souvenirs, zoals indertijd in de mode was bij intellectueel geïnteresseerde reizigers. Eenmaal thuis legde hij, ook weer volgens de heersende trend, een privémuseum aan. Daar konden bezoekers zich verwonderen over de overvloed waarmee God de wereld had gevuld. Die collectie wilde Leiden dus graag hebben, samen met de man die zoveel van de wereld had gezien. Maar Paludanus zei nee en bleef in Enkhuizen, waar hij inmiddels stadsdoctor was.
Een andere verzamelaar nam de klus in Leiden wel aan. Hij heette Carolus Clusius en had net als Paludanus veel gereisd, door Spanje, Portugal en Oostenrijk. Onderweg sprokkelde hij planten bij elkaar en dankzij goede connecties bemachtigde hij zelfs een exotische Turkse plant: de tulp.
In de Leidse hortus liet Clusius studenten en andere nieuwsgierigen kennismaken met dit soort bijzonderheden en bovendien schreef hij boeken over ‘zijn’ planten. Op die manier legde hij, samen met andere verzamelaars, fundamenten voor wetenschappelijk onderzoek naar flora, en naar fauna, stenen en ander moois.
De verzamelaarsblik op dode en levende schatten verschilde wel flink van de moderne wetenschappelijke kijk op de wereld. Paludanus’ collectie laat dat duidelijk zien. Behalve planten, edelstenen, bewerkte vogelhuiden en vissen had hij namelijk ook mensenwerk in huis, zoals Egyptische mummies. Daarnaast verzamelde hij religieuze kostbaarheden, waaronder aarde van de plaats waar Adam zou zijn geschapen, een tand van het monster Behemot uit Bijbelboek Job (mogelijk een nijlpaard) en een stuk van een steen waarop Jezus moest hebben zitten wenen.
In deze serie duikt de wetenschapsredactie van de Volkskrant in de archieven op zoek naar verhalen waar we anno nu iets van kunnen leren.
Verzamelaars zagen hun collectie namelijk in de eerste plaats als een illustratie van het bijbelse wereldbeeld, dat in hun dagen standaard was. Bij Paludanus thuis konden bezoekers zich vergapen aan alles wat God en Zijn schepsels hadden gemaakt, opdat ze een dieper besef kregen van christelijke waarheden.
Maar het verhaal nam een onverwachte wending doordat Europeanen in Paludanus’ tijd vaker en vaker de oceanen opvoeren, en landen betraden waar ze nooit eerder waren geweest. Zeelui bezochten Azië en de Amerika’s en kochten of roofden er rariteiten, waardoor thuisblijvers met eigen ogen konden zien dat Gods werk nog veel grootser was dan gedacht.
Alleen viel dat alles soms lastig te rijmen met bijbelse verhalen. Hadden al die dieren uit onbekende gebieden bijvoorbeeld ooit op Noachs ark gezeten? Dan moest die wel onvoorstelbaar groot zijn geweest. Of moesten lezers het bijbelse zondvloedverhaal misschien met een korrel zout nemen? Was die overstroming misschien geen wereldwijd fenomeen geweest, maar een regionale ramp in het Midden-Oosten? En wat betekende dat voor het waarheidsgehalte van andere bijbelverhalen?
Nog meer vragen rezen door bevreemdende culturele inzichten, bijvoorbeeld over oostelijk Azië. Paludanus leerde veel over die regio van zijn vriend Jan Huygen van Linschoten. Die was in dienst getreden van een Portugees en was zo in 1583 naar het Verre Oosten gevaren, want indertijd beheersten Spanje en Portugal de oceaanroutes tussen Europa en de rest van de wereld. Beladen met kennis over Azië was hij in 1592 teruggekeerd en met hulp van Paludanus had hij die informatie gebundeld in een boek.
Rond dezelfde tijd breidde Paludanus zijn verzameling uit met onder meer mooie kleding en gebruiksvoorwerpen uit het Verre Oosten. Die schafte hij aan bij Europeanen die de verre tocht hadden gemaakt. Dat werkte verrijkend, maar ook verwarrend, want hoe kon het bijvoorbeeld dat de Bijbel zweeg over die rijke oosterse culturen, die duidelijk al heel lang bestonden? En waarom kwamen ze niet aan bod bij antieke auteurs? Die werden verondersteld heel wijs te zijn geweest, maar blijkbaar was hun kennis beperkter dan gedacht.
Die kwestie werd nog prangender toen geleerden zich verdiepten in Chinese teksten die ver terug bleken te gaan in de geschiedenis, tot in oudtestamentische tijden. Sommige Chinese verhalen leken zelfs ouder dan de zondvloed, maar verbazingwekkend genoeg bleef die ramp onvermeld. Opnieuw een reden, dus, om te twijfelen aan de letterlijkheid van dat verhaal.
Zo zaaiden verzamelaars, geheel onbedoeld, twijfel over de letterlijke interpretatie van bijbelse verhalen. Dat betekende niet het einde van hun geloof, want de overtuiging bleef nog lang overeind dat alleen een almachtige God zo’n bijzondere wereld had kunnen maken. Maar het bracht wel een zoektocht op gang naar een soepeler bijbellezing, die viel te rijmen met de nieuwe informatie.
En minstens zo belangrijk: de rariteiten nodigden uit tot onderzoek van planten, dieren, teksten en andere rariteiten uit bekende en uit ‘nieuwe’ landen. Zo gaf de liefde voor Gods schepping een belangrijke impuls aan de wetenschap in wording.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden