Home

Met de exodus van Kamerleden stroomt ook veel ervaring weg

Kamerleden komen en gaan en dat is maar goed ook, vindt oud-CDA-Kamerlid Wim van de Camp. Maar dat zo veel parlementariërs nu de Kamer vroegtijdig verlaten of al na een paar jaar aankondigen dat ze na de verkiezingen niet terugkeren, baart hem zorgen. ‘Je levert kwaliteit en ervaring in als je bij elke verkiezing bijna de helft van de Kamerleden moet vervangen’, zegt hij. ‘En de Kamer heeft al enorm aan gezag verloren.’

Met meer dan 23 jaar ervaring (1986 - 2009) als Tweede Kamerlid was Van de Camp ook in zijn tijd een uitzondering. Binnen de CDA-fractie gold hij als mentor van nieuwe parlementariërs. In Den Haag werd ‘het klasje van Wim’, waarin Van de Camp op haast schoolse wijze het reilen en zeilen op het Binnenhof aan nieuwelingen bijbracht, een begrip.

Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid. Hij werd in 2022 genomineerd voor de journalistieke prijs De Tegel.

Een Kamerlidmaatschap is geen sinecure, vindt Van de Camp. ‘De eerste vier jaar leer je het vak, daarna heb je vier jaar om het optimaal uit te oefenen om vervolgens weer vier jaar kennis over te dragen aan nieuwelingen en te kijken wat je daarna eens gaat doen.’ Ronald van Raak, die namens de SP ruim veertien jaar in de Kamer zat, gaat in een interview op Radio 1 verder; ‘Na vier jaar dacht ik; dat vak snap ik wel ongeveer. Na acht jaar merkte ik dat dit niet het geval was en na twaalf jaar dacht ik, verdorie, nu krijg ik het onder de knie.’

Een verblijf in de Kamer van meer dan twee decennia, zoals Van de Camp, is sowieso voor weinigen weggelegd, maar tegenwoordig halen Kamerleden vaak al niet eens meer vier, laat staan acht jaar. Deze zomer lijkt de exodus van Kamerleden in een stroomversnelling te komen. Na de val van het kabinet wordt de lijst van Kamerleden die aankondigen niet terug te keren steeds langer. Om uiteenlopende redenen, van persoonlijke tot partijpolitieke, laten ze een eventuele nieuwe termijn in de Kamer aan zich voorbij gaan.

Sommigen zitten nog maar enkele jaren in de Kamer, zoals Sylvana Simons van Bij1 (2,5 jaar ervaring) en VVD’ers Mark Strolenberg (2 jaar ervaring) en Jan Klink (2 jaar ervaring). Maar ook parlementariërs die de Kamer als geen ander kennen, besloten om niet terug te keren. Onder meer D66-Kamerleden Steven van Weyenberg (11 jaar ervaring) en Sjoerd Sjoerdsma (11 jaar ervaring), CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma (10 jaar), PVV’er Lilian Helder (13 jaar) en PvdA-Kamerlid Henk Nijboer (10 jaar) stoppen na november.

Daarnaast is er een hele lijst aan Kamerleden die al vroegtijdig vertrokken. Zo verliet SP’er Renske Leijten begin juli na ruim 17 jaar de Kamer. Bij het CDA vertrokken eerder dit jaar al enkele ervaren Kamerleden zoals Agnes Mulder (10,5 jaar in de Kamer) en Jaco Geurts (10,5 jaar ervaring). In december trok oud-Kamervoorzitter Khadija Arib na beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag de deur achter zich dicht. Met bijna 25 jaar in het parlement was ze een van de langstzittende leden.

Daarmee vertrok al ruim 155 jaar ervaring uit de Kamer. Tel daarbij nog eens de Kamerleden op die sowieso niet terugkeren na de verkiezingen en je zit op bijna 270 verloren jaren ervaring. Dat lijkt veel maar is toch niet uitzonderlijk, zegt Bert van den Braak, hoogleraar parlementaire geschiedenis. ‘Vroeger kwam zoiets ook voor, maar toen zat je al met tien vertrekkende Kamerleden op dat getal. Dat is het grote verschil; er zit nu over het algemeen minder ervaring in de Kamer.’

De huidige uittocht is volgens Van den Braak wel opvallend omdat er relatief kort geleden, in 2021, nog verkiezingen waren. ‘Normaal gesproken zie je dan dat het aantal vertrekkers veel kleiner is.’ Bovendien kan het verlies aan ervaring deze keer uitzonderlijk groot worden door de opkomst van nieuwkomers als de BBB en mogelijk een partij van Pieter Omtzigt. Van den Braak: ‘Als BBB met twintig nieuwe mensen komt, dan keren twintig anderen niet terug. Dat is ook het versterkende effect van de afgelopen twintig jaar; niet alleen vertrekken politici sneller, er zijn ook meer wisselingen die de ervaring afkalven.’

Dat Kamerleden na verloop van tijd worden vervangen is op zichzelf heel goed, benadrukt de hoogleraar. ‘Vernieuwing is belangrijk voor de democratie. Maar je moet je wel realiseren dat er heel veel dossiers zijn waarin nieuwelingen zich moeten inwerken. Zeker als fracties kleiner worden en je dus met minder hetzelfde moet doen, is dat lastig. Bovendien moeten nieuwe Kamerleden een eigen netwerk opbouwen. Ze weten niet meteen bij wie ze voor wat moeten zijn. Ze hebben een kennisachterstand.’

Het Kamerlidmaatschap is een ambacht dat je moet leren, benadrukt ook hoogleraar staatsrecht Wim Voermans. ‘Als Kamerlid ben je in de eerste plaats wetgever. Je moet je bezighouden met amendementen. Soms komen er in een vergadering wel honderd voorbij. Daar word je helemaal tureluurs van’, zegt Voermans. ‘Als Kamerlid kun je ook echt fouten maken. Je kunt te laat zijn, verkeerd stemmen. Er is eens berekend dat je zeker drie jaar nodig hebt om het in de vingers te krijgen.’

Ook het politieke handwerk om het kabinet te controleren, moeten Kamerleden eerst leren. Het begrotingsdebat van september vorig jaar liet volgens Voermans goed zien dat een relatief onervaren Kamer dan tekortschiet. ‘De begroting rammelde en was in alle haast samengesteld. Maar de Kamer wist geen front te vormen. Ze hadden geen afspraken gemaakt om de beurten te verdelen; iets dat vijftien jaar geleden heel normaal was. En dan staat daar dirigent Rutte die er met al zijn ervaring doorheen komt. Het was een onevenwichtige wedstrijd.’

De komst van meer nieuwelingen levert op zichzelf al andere debatten op, denkt oud-Kamerlid Van de Camp. Dat ligt vooral aan hun positie. ‘De eerste periode zijn velen bezig met het opvoeren van hun naamsbekendheid. Zeker mensen die herkozen willen worden, moeten laten zien waar ze voor staan. Pas als je opgaat voor je tweede of voor je derde periode zit je er anders in. Dan gaat het veel meer om de inhoud.’

Daardoor raken grote thema’s sneller uit het zicht. ‘Het gaat soms om successen van 24 uur. Dan is er een wolf gezien in Drenthe en moet dat direct worden besproken’, aldus Van de Camp. ‘Er zijn nu Kamerleden die wel honderd schriftelijke vragen over iets stellen, dan heb je het echt niet begrepen.’

Een ander sluimerend probleem is dat de snelle wisseling van Kamerleden een onbalans veroorzaakt in het parlement, zegt hoogleraar Voermans. ‘Mensen die blijven zitten hebben een steeds groter voordeel ten opzichte van de nieuwkomers.’

Als voorbeeld neemt Voermans PVV-leider Geert Wilders die al bijna 25 jaar in de Kamer zit. ‘Hij is de koning van de regeling. Hij kent de procedures en weet hoe de agenda in elkaar zit. Als er in de Kamer een belangrijk debat aankomt, weet hij wat te doen om als eerste te spreken zodat hij de toon kan zetten. Dat is ervaring. ’

Dat is niet alleen frustrerend voor andere Kamerleden, het maakt ook dat een partij relatief meer invloed kan hebben dan een andere. Zo heeft de PVV inmiddels verreweg de meest ervaren fractie in het parlement. ‘Uiterst rechts vernieuwt nauwelijks Kamerleden en heeft in die zin een voordeel’, zegt Voermans. Of neem SGP-leider Kees van der Staaij (25 jaar ervaring) die met zijn senioriteit inmiddels een zwaarder politiek gewicht heeft dan je op basis van zijn drie zetels zou verwachten.

Oud-Kamerlid Van de Camp, zelf ooit ook zo’n ervaren politicus, vindt dat ervaren Kamerleden een verantwoordelijkheid hebben om het verlies van ervaring enigszins op te vangen. Zelf probeerde hij dat in 2002 te doen met zijn ‘klasje’. Nadat de verkiezingen in dat jaar mede door de moord op LPF-leider Pim Fortuyn het hele politieke landschap op z’n kop hadden gezet, trad er een Kamer vol nieuwkomers aan.

Het CDA van Van de Camp ging van 29 naar 43 zetels. ‘Doordat Kamerleden doorschoven naar het kabinet hadden we ineens 31 nieuwe fractieleden.’ Op dat moment had Van de Camp de meeste ervaring en vroeg zijn partij hem om de nieuwelingen op sleeptouw te nemen. ‘Een half jaar lang spraken we iedere donderdagmiddag af en gaf ik les. Ook daarna bleef er een wekelijkse terugkomdag om een beetje na te praten.’

In de lessen was er aandacht voor de technische kant, zoals het schrijven en indienen van moties en Kamervragen - ‘nooit meer dan vijf, anders mis je de point’-, maar ook het politieke handwerk zoals het plegen van interrupties kwam aan bod. ‘Ik had het voorbeeld van Jan Peter Balkenende die eerder als beginnend Kamerlid met z’n papier naar de microfoon stapte. Dat moet je juist niet doen, zei ik. Je moet flitsend ingaan op het betoog van de spreker. Een beetje pittig, met humor.’

Van de Camp denkt dat ook de huidige Kamer een klasje kan gebruiken zoals hij eerder oprichtte. ‘Het centrale woord is kennisoverdracht. Laat specialisten college geven aan Kamerleden.’ Nieuwelingen moeten bovendien de tijd durven nemen. De meesten zijn nog opgefokt van de campagne en denken dat die wordt voortgezet in de Kamer. Dat is misschien wel de grootste fout. Je moet het eerste jaar nemen om je in te lezen. Feitelijke kennis opdoen.’

Ook betere ondersteuning van Kamerleden kan al helpen, zegt hoogleraar Van den Braak. ‘Het Nederlandse parlement is zeker in vergelijking met andere landen wat dat betreft niet overbedeeld.’ Meer ambtelijke ondersteuning van bijvoorbeeld Kamercommissies kan een oplossing zijn, denkt Source: Volkskrant

Previous

Next