Home

Als de afgelopen crises iets hebben bewezen, dan is het dat onze overheid niet uitblinkt in regie

Goed nieuws klinkt soms verontrustender dan slecht nieuws. Deze week las ik dat we ons dankzij de vele regenval de laatste tijd voorlopig geen zorgen hoeven te maken om een acuut drinkwatertekort. Het is alsof het bedrijf waar je werkt opgelucht rondmailt dat faillissement is afgewend omdat een klant de herinneringsfactuur heeft betaald: fijn, maar vooral zorgelijk. Waren we daarvan afhankelijk? Wat als de volgende klant niet betaalt? Wat als het de volgende keer nog langer niet regent?

Waar een drinkwatertekort de komende jaren nog leidt tot sproeiverboden, aanpassing van het grondwaterpeil, of een goed bedoelde oproep om je auto even niet te wassen, hebben we over niet al te lange tijd een echt probleem. Om in 2030 schoon drinkwater voor iedereen te kunnen garanderen, moeten we nu in actie komen, waarschuwt het RIVM. Ik ben een liefhebber van kraanwater, dus de schrik sloeg me om het hart toen ik las dat het noodzakelijk is dat ‘de overheid regie neemt om de belangen van landbouw, scheepvaart, industrie, recreatie en natuur af te wegen’.

Want als de afgelopen crises iets hebben bewezen, dan is het dat onze overheid – zolang het probleem niet zo acuut is als een blindedarmontsteking – niet uitblinkt in regie. Pas als het eigenlijk al te laat is, grijpen we in. En dan blijkt telkens weer dat Nederland meer dan een samenleving een verzameling is van tegengestelde belangen. Er is draagvlak nodig en doorgaans blijkt er weinig steun voor de pijnlijke maatregel die echt zoden aan de dijk zet. Dat dit proces zich periodiek herhaalt, komt ook door ijdelheid; een bestuurder die nu knopen doorhakt om ons in 2030 van veilig drinkwater te voorzien wordt vergeten, in tegenstelling tot de leider die tegen die tijd onverschrokken de camera in kijkt en zegt: ‘We moeten dit samen doen, en ik beloof u: wij laten niemand achter.’

Als we niet willen dat het zover komt, moeten we volgens het RIVM ‘goede condities scheppen binnen de maatschappelijke uitdagingen zoals de klimaat- en energietransitie, klimaatadaptie, de overgang naar een circulaire economie, de woningbouw en de stikfstofopgave’. Begrijp me niet verkeerd; dat klinkt super-inspirerend, maar waar te beginnen? Het is vervelend om te zeggen, maar het antwoord is simpel: bij de boeren. Geloof me, ik had ook liever gezien dat de speelgoedwinkels aan de beurt zouden zijn. Of de podcastindustrie. Maar er gaat in Nederland nou eenmaal veel te veel stront, pis en gif de bodem in en het wordt steeds lastiger om dat eruit te filteren. Bovendien drinken koeien gigantisch veel en zijn boeren genoodzaakt bruikbaar water naar de rivieren af te voeren, omdat hun zware landbouwvoertuigen niet over drassige grond kunnen rijden.

Natuurlijk zijn er ook andere factoren: de burger kan zuiniger zijn met water, de industrie is te vervuilend en we kunnen overwegen de wc niet langer door te spoelen met drinkwater. Maar het terugdringen van de gigantische veestapel blijft noodzakelijk. Gezien de populariteit van partijen die er alles aan doen om dat te voorkomen, moeten we daarom rekening houden met een drinkwatercrisis in 2030.

Tegen die tijd is populairste argument nog steeds dat we met te veel mensen zijn. En asielzoekers zijn ook mensen. Er circuleert een filmpje waarop iemand in een azc minutenlang zingend doucht. Het leidt tot Kamervragen. Slimme ondernemers bieden ondertussen ‘om niet’ malafide waterfilters aan. Influencers filmen zichzelf tijdens de kraanwater-drinkchallenge. Een minister noemt dat ‘stommer dan stom’. Een watercrisis blijkt toch vooral een gezondheidscrisis en er vallen slachtoffers. Maar in ruim 90 procent van de sterfgevallen was er al sprake van onderliggend lijden.

Over de auteur
Thomas Hogeling is schrijver en deze zomer columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next