Aan de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s wordt soms te zwaar getild, maar wie niet meedoet heeft wel wat uit te leggen aan de kiezers.
Is het dan toch aan het gebeuren? Na jaren van groeiende aarzelingen over de dominante rol van het Centraal Planbureau (CPB) haakt een wezenlijke groep partijen af bij de financiële doorrekening van hun verkiezingsprogramma’s. PVV, Denk, FvD en PvdD krijgen gezelschap van SP, BBB en van de nieuwe Pieter Omtzigt-beweging. Kiezers die nieuwsgierig zijn naar de kosten en de baten van de voornemens van partijen, zullen het dit keer moeten doen met de programma’s van de ‘oude’ partijen, slechts aangevuld met die van JA21 en Volt.
Daarmee overschrijdt het verzet de grenzen van de protestpolitiek: vooral de partijen van Van der Plas en Omtzigt zijn uit op een rol in het nieuwe landsbestuur. De keuzes die zij in hun verkiezingsprogramma’s maken, zijn potentieel van belang voor de nabije toekomst van het land.
De bezwaren van de afhakers zijn deels praktisch van aard. Een doorrekenwaardig programma maken vergt veel tijd en die is er dit keer nauwelijks. Maar de principiële aarzelingen wegen zeker zo zwaar. Een beweging als de Partij voor de Dieren gaat uit van een nieuwe economische orde, waarin niet groei maar het welzijn van al het leven op aarde centraal staat. Die filosofie past niet in de economische modellen van het CPB.
Maar ook andere partijen kampen met de beperkingen. Investeringen in het onderwijs hebben direct effect op het begrotingstekort en de staatsschuld, maar de financiële en maatschappelijke baten op de lange termijn laten zich lastiger voorspellen. Daar komt dan nog de groeiende weerzin bij tegen de manier waarop in de campagnes met de doorrekeningen wordt omgegaan. Te vaak ontaarden verkiezingsdebatten in gesteggel over minimale verschillen tussen de programma’s in koopkracht of economische groei (‘Maar wij scheppen 0,6 procent meer werkgelegenheid dan u!’), waar niemand wat mee opschiet. Zeker in een campagne moeten politici durven dromen en zich niet bij voorbaat in een al te strak keurslijf laten dwingen.
Maar dat gaat dus meer over de manier waarop partijen de doorrekeningen gebruiken dan over de doorrekeningen zelf. Die zijn dan misschien iets te dominant geworden, intussen bewezen ze wel hun nut. Het CPB heeft een disciplinerende werking: niet alles kan, en zeker niet tegelijk. De belofte van forse belastingverlagingen zonder bezuinigingen gaat niet samen met sluitende begrotingen. Wie geen plannen heeft voor de financiering van de zorg, zal in een vergrijzend land bezuinigingen op andere posten moeten inboeken.
Het CPB is bovenal de dam tegen een stortvloed aan gratis bier. Het dwingt partijen tot keuzes in tijden van schaarste. Dat is het wezen van de politiek. Als een groeiend aantal partijen zich aan die discipline onttrekt, wordt het voor kritische kiezers een stuk lastiger om hun keuze te maken. En zo groeit ook de kans dat pas in een nieuw regeerakkoord blijkt wat de schaduwzijden zijn van de beloften uit de campagne.
Meer nog dan anders moeten kiezers dit jaar op hun hoede zijn.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant