Home

Wat als we cocaïne nu eens gereguleerd zouden verkopen?

Opnieuw heeft de douane in Rotterdam een enorme drugsvangst gedaan. Volgens het Openbaar Ministerie gaat het dit keer om de grootste drugsvangst in Nederland ooit. Maar liefst 8.064 kilo cocaïne met een straatwaarde van 600 miljoen euro.

Ik ben vast niet de ­enige die denkt dat je met dat geld heel veel mooie dingen kunt doen. Ik ben vast ook niet de ­enige die ziet dat er ­zaken zijn die nu dringend geld nodig hebben. Denk maar even aan het onderwijs, aan de zorg, of aan hulpdiensten in het ­algemeen.

Graag denk ik dan even terug aan het alcoholverbod, tijdens de drooglegging in de Verenigde Staten in de jaren dertig van de vorige eeuw. In deze brief nu verder geen uitgebreide verhandeling over de Capones en kapsones van die tijd, maar liever even het volgende.

Ik ben 70 jaar oud. Ik ben gelukkig niet drugsverslaafd, maar ik drink wel graag een glas wijn. Net zoals sommige mensen uit jongere generaties graag een snuif cocaïne nemen. Ik hoef de Volkskrant-lezer niet wijzer te maken in deze, dat het een ­sociaal geaccepteerd fenomeen is, met name in het ­uitgaansleven.

Wat als we deze in beslag genomen cocaïne nu eens gecontroleerd zouden gaan verkopen? Zet een Snuiverij neer, naast de Slijterij. Iedereen blij, zou je denken: geen 18 geen alcohol, dus ook geen drugs. Het scheelt ook weer een hoop politiewerk, dat beter kan ­worden ingezet. Bijvoorbeeld voor meer blauw op straat.

Natuurlijk zie ik het een en ander over het hoofd. Bijvoorbeeld, wat zou onze criminele medemens nu weer ­bedenken om rijk te kunnen worden over de rug van een ander? Wie het weet mag het zeggen. Maar wat mij ­betreft mag de eerste winst uit drugsvangst naar de zorg en naar het onderwijs.
Aloys Oostrik, Wageningen

Wat voor ondernemerschap streeft Hugo de Jonge nu eigenlijk na? Ten tijde van de coronacrisis belde hij als minister van Volksgezondheid – in het bijzijn van een tv-ploeg – eigenstandig een medewerker op met de vraag waarom die duizenden mondkapjes niet in de enorme loods op voorraad lagen opgeslagen. Nou, wellicht omdat er juist bij zorginstellingen een enorme behoefte aan was?

Nu, als minister van Wonen, wilde hij de gemeenten flexwoningen slijten ­onder strakke standaarden. Maar van de tweeduizend flexwoningen zijn er slechts ­honderd afgenomen. In deze en andere voorbeelden laat De Jonge de verantwoording van zijn keuzen graag over aan woordvoerders.

Ik ben heel benieuwd wat de volgende baan wordt van De Jonge: directeur van een fabrikant van designfietsen?
Huub Brinkhof, Amstelveen

De president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, had er nog zo voor ­gewaarschuwd. Hogere lonen om de ­hogere prijzen te compenseren leiden tot nog hogere inflatie door de vermaledijde loon-prijsspiraal. Maar het voorbeeld ­België, dat een systeem van automatische prijscompensatie heeft, laat verrassend zien dat dit níét noodzakelijkerwijs leidt tot een hogere inflatie. En nu breken economen zich het hoofd met allerhande redeneringen hoe dit mogelijk is.

Is het niet eenvoudig zo dat werk­gevers een perverse prikkel hebben om de prijzen een paar procent meer te verhogen dan strikt noodzakelijk, in tijden van extreme prijsverhogingen van meer dan 10 procent door externe oorzaken? De doorsneeconsument ziet immers door de bomen het bos niet meer en is een beetje de weg kwijt in deze prijs­jungle. En is dit niet een van de hoofd­oorzaken van de extreme winsten van energiebedrijven en een lagere arbeidsinkomensquote?

Deze perverse prikkel bestaat in ­België in mindere mate, omdat hogere prijzen daar worden gecompenseerd met hogere lonen. Buitensporige ver­hogingen leiden in België door dit ­mechanisme niet tot meer winst, maar tot een ongewenste, minder sterke internationale concurrentiepositie. Met ­andere woorden, automatische prijs­compensatie leidt niet noodzakelijkerwijs tot meer inflatie, maar tot een systeem waarin perverse prijsprikkels – alléén voor meer winst van de aandeelhouders – worden voorkomen.
Hans Moonen, Utrecht

In een volgend leven wil ik graag directeur worden van een grootbank. Lijkt me heerlijk. Goede tijden komen me aanwaaien. Overtollig kasgeld kan ik zeer lucratief stallen bij de bank der banken, de ECB. En dit bedrag wordt alleen maar groter: het klootjesvolk spaart zich suf, hypotheekaan­vragen nemen af en boeren willen niet meer investeren. De balans (het eigen vermogen) moet versterkt worden, dus wat hóúd ik een geld over.

Mijn klanten mee laten profiteren van deze rentebaten? Nee, daar voel ik geen noodzaak toe. Liever koop ik van dit geld eigen aandelen in, zodat aandeelhouders tevreden zijn. Depositohouders ­zullen wel mopperen. Maar de ervaring leert dat die toch niet weglopen. En mochten er slechte tijden aankomen, dan kijk ik toch gewoon weer naar Den Haag? Dat komt wel weer met een ­reddingsboei.

Tjongejonge, wat een boevenbende.
Patrick Bakker, Grootebroek

Volgens de verantwoordelijke minister Yesilgöz – tevens lijsttrekker voor de VVD – moeten mensen die ten onrechte op een internationale lijst van terrorismeverdachten staan, dat zelf maar oplossen. Je vraagt je af wat dan de waarde nog is van de huidige VVD-­slogan: ‘Doen wat nodig is’.
Jan Tolsma, Leiden

In de ochtendspits is de bezettingsgraad van de trein veel te hoog, volgens NS-­directeur Wouter Koolmees. Oplossing? Een fors duurder kaartje in de spits. Ons inmiddels demissionaire kabinet vindt het een goed plan. Dat zal passagiers leren op een later tijdstip te gaan treinen. ’s Middags om 15.00 uur, bijvoorbeeld, wanneer de trein voor 70 procent warme lucht vervoert.

Echter, wie laat zich vroeg in de ochtend vrijwillig in een overvolle trein proppen? Burgers die zijn aangemoedigd om in slaapsteden te gaan wonen, met goed ov om de hoek. Mensen die ­gewoon netjes op tijd op hun werk moeten zijn. En dat zijn er, gezien de drukte, heel veel. Kortom, mensen met beperkte keuzen aangaande hun reistijdstip. De NS stelt een keuze voor die er in de meeste gevallen helemaal niet is. Niet iedereen heeft flexibele werktijden, of een thuiswerkmogelijkheid.

In plaats van de vaste treinreiziger te koesteren en creatieve oplossingen te zoeken die stimuleren (‘nudging’), straft de NS zijn reizigers nu voor zijn eigen ondercapaciteit en gebrek aan oplossend vermogen. De reizigers die, gelukkig voor milieu en files, de trein boven de auto hebben verkozen, zullen in het vervolg vaker de eigen auto pakken. Met als gevolg, met dank aan de NS, een drukkere ochtendspits.
Boukje Loopstra, Almere

Met stijgende verbazing lees ik dat het kabinet groen licht geeft aan de NS om een spitsheffing te introduceren. Dus als er in de ochtendspits files op de wegen zijn, leggen we meer asfalt neer. Maar als de trein vol zit, jagen we de passagiers eruit. Hoezo duurzaam?
Chris Bruijnes, Amersfoort

Tradwives(V, 9/8) bieden ons kansen: een diversiteit in manier van leven. Waarom zouden ze moeten gaan werken voor ‘als het misgaat en ze aankloppen bij de maatschappij’, zoals Ineke Wennink stelt in haar ingezonden brief? Aankloppen bij de maatschappij is geen schande en heel gewoon. Daar hebben we een sociaal systeem voor, dat iedereen laat meebetalen aan het algemeen belang. Gelukkig hebben we geen cafetaria­systeem, waarin je alleen betaalt voor wat je gebruikt. Dan wordt Nederland een gaaf land alleen voor de gaven.
Lisette Niemeijer, Schijndel

Een kiesdrempel invoeren, zoals Jarl van der Ploeg voorstelt in zijn column, is een slecht idee. Het verhoogt alleen maar de verdedigings­linie rond de Haagse bubbel. Dat steeds meer partijen in de Kamer komen, is het gevolg van de gaten die de gevestigde partijen laten vallen. Het bestaan van kleinere partijen bevordert de keuze­mogelijkheden van kiezers die verwaarloosde problemen willen agenderen.

De Tweede Kamer is een volksvertegenwoordiging, niet de vertegenwoordiging van de grote partijen. Dat laatste is wat mij betreft vloeken in de kerk. Hoe groter de diversiteit in de Kamer, Source: Volkskrant

Previous

Next