Home

De klimaatschade loopt op. Hoe gaan we die betalen?

Kolkende watermassa’s sloegen in Slovenië huizen en bruggen weg. Op het Griekse Rhodos werden toeristen met boten gered van oprukkende bosbranden. De verzengende hitte en droogte in Spanje drukken de oogsten van onder meer uien en olijven. Ook Europa krijgt zo steeds nadrukkelijker de rekening gepresenteerd van weersextremen die zijn ontstaan of verergerd door klimaatverandering.

In de klimaatcrisis gaan de financiën een steeds belangrijker rol spelen, tussen verzekeraars en overheden, maar ook in de rechtszaal en het internationale klimaatoverleg. Daarbij gaat het niet alleen om de toekomst, maar net zo goed om vergoeding van de reeds ontstane schade.

Een van de plekken waar de bonnetjes neerdwarrelen, is bij verzekeraars als het grote Swiss Re. Deze Zwitserse herverzekeraar meldde woensdag dat natuurrampen in de eerste helft van dit jaar wereldwijd al 46 miljard euro aan verzekerde schade hebben aangericht. De invloed van klimaatverandering is daarbij overduidelijk, aldus Swiss Re’s hoofdeconoom Jérôme Jean Haegeli.

Er moet een gemeenschappelijk rampenfonds van verzekeraars en de overheid komen, bepleitte directeur Jos Baeten van verzekeraar ASR in februari de Volkskrant. Hij wijst op de groei van ‘de frequentie en de omvang van natuurrampen’. Ook waarschuwt hij voor de onverzekerde risico’s in Nederland, die in de miljarden euro’s gaan lopen.

Die discussie tussen verzekeraars en overheid wordt steeds actueler, zegt Wouter Botzen, hoogleraar Economie van klimaatverandering en natuurrampen aan de Vrije Universiteit. De overstromingen in Limburg maakten volgens hem duidelijk dat de schadedekking in Nederland niet goed is geregeld. De overheid kan bijspringen met onder meer de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen. ‘Er zijn echter geen heldere regels welke schade wordt gecompenseerd, voor wie en voor hoeveel. Dat is steeds weer afhankelijk van een politieke keuze van dat moment. Je weet het niet van tevoren.’

Het is een zaak van nationaal belang om een nieuw model van schadevergoeding te ontwikkelen, vindt Botzen. ‘We leven nu eenmaal in een land onder zeeniveau. Het risico van grootschalige natuurrampen is te groot en te duur voor alleen de verzekeraars. Mocht bijvoorbeeld een belangrijke waterkering doorbreken, dan is een snelle en efficiënte afwikkeling van de schade heel belangrijk. Niet alleen uit solidariteit, maar ook vanuit het economisch belang. We zijn allemaal gebaat bij een snelle wederopbouw.’

De hoogleraar pleit voor een nieuw verzekeringspakket, waarin de overheid met de verzekeraars financieel deelnemer is en de verzekeraars optreden als de professionele behandelaar van de schadeclaims.

Ook in de rechtszaal wordt vaker gestreden om financiële belangen, zoals een eis tot vergoeding van klimaatschade. Een Peruaanse berggids neemt het bijvoorbeeld bij de Duitse rechter op tegen energiebedrijf RWE. Op aangeven van een Duitse actiegroep eist hij dat de grote CO2-uitstoter meebetaalt aan het bestrijden van de gevolgen van het smelten van een gletsjer in de Andes.

Advocaat en (klimaat)schadespecialist Stijn Franken ziet een razendsnelle ontwikkeling van klimaatzaken, in Nederland en andere landen. ‘Allerlei gevestigde verdelingsmechanismen staan onder druk. We kennen de verzekeringen, de noodfondsen van de overheid en het aansprakelijkheidsrecht. Dat systeem is niet berekend op een probleem van de omvang van de klimaatverandering.’

De vraag of iemand de portemonnee zal moeten trekken is nog moeilijk te beantwoorden, zegt Franken. ‘Juridisch gezien gaat het om causaliteit, om oorzaak en gevolg. Wat is de rol van een specifiek bedrijf in de opwarming van de aarde, een fenomeen van ongekende proporties? Welke schade kan specifiek worden toegerekend aan klimaatverandering? Dat zijn buitengewoon ingewikkelde vragen.’

De Europese problemen zijn nog gering vergeleken met de rampspoed in de rest van de wereld, vooral die in het zuidelijk halfrond. In het internationale klimaatoverleg wordt steeds meer spreektijd besteed aan de financiën. Hoe worden de kosten van schade en klimaatbeleid verdeeld tussen het ‘rijke noorden’ en het ‘arme zuiden’? Uit onderzoek van Dartmouth College bleek dat de klimaatschade het grootst is in landen die een relatief kleine bijdrage hebben geleverd aan het klimaatprobleem.

Op de klimaattop in Egypte werd in november getekend voor een wereldwijd klimaatfonds. Hoeveel miljarden de ‘traditionele vervuilers’ in dat grote fonds zullen storten is nog onduidelijk. ‘Het is een gevecht om verantwoordelijkheden, met toenemende complexiteit’, ziet Botzen. ‘China en India bijvoorbeeld, ondervinden veel schade van klimaatverandering, grotendeels veroorzaakt door westerse economieën. Zij stoten inmiddels echter een toenemend deel van alle broeikasgassen uit. Mogen zij dan ook een beroep doen op het fonds?’

Uiteindelijk is het voorkomen van calamiteiten nog belangrijker dan schadevergoeding achteraf, vindt Botzen. ‘Uiteindelijk betalen we allemaal mee. Door hogere premies voor verzekering, hogere belastingen of meer algemene economische schade. Het tegengaan van klimaatopwarming is daarom uitzonderlijk belangrijk, net als klimaatadaptatie, bijvoorbeeld in de vorm van hogere dijken. Preventie is nu eenmaal veel goedkoper dan compensatie.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next