De FSO Safer ligt voor de kust van Jemen in de Rode Zee. De Safer ligt daar al sinds de jaren tachtig en werd als olieopslag gebruikt. Zodoende was er ook flink wat olie aan boord: de in totaal 181 miljoen liter staat gelijk aan ruim 1,1 miljoen olievaten.
Maar vanwege de onrust in Jemen is het schip al sinds 2015 niet meer onderhouden. Daardoor brokkelt het langzaam af.
De Verenigde Naties (VN) maakte zich grote zorgen over eventuele onvoorziene gebeurtenissen bij het schip. Secretaris-generaal António Guterres van de VN waarschuwde eerder dat het schip zou kunnen scheuren of exploderen. Hij noemde de Safer een "tikkende tijdbom".
Als dat was gebeurd, was de olie in het schip de zee in gestroomd. Dat had tot een olieramp kunnen leiden die vier keer zo groot zou zijn als die van de Exxon Valdez in 1989. Met alle gevolgen van dien voor de omliggende gemeenschappen en de natuur. In totaal zou dan 20 miljard dollar (18 miljard euro) nodig zijn geweest om alles op te ruimen.
Het Nederlandse bergingsbedrijf SMIT voerde het leegpompen uit. De olie is overgepompt naar een andere tanker, de Nautica. Dat schip is speciaal door de VN gekocht vanwege de situatie met de Safer.
De kosten van de werkzaamheden kwamen vooraf uit op 130 miljoen euro. Nederland heeft 15 miljoen euro toegezegd.
We zijn benieuwd naar je mening over dit artikel. Klik hier om je feedback achter te laten in een korte vragenlijst van een minuut.
Source: Nu.nl algemeen