Home

Degrowth: ecomarxistisch gevaar of nodig voor de planeet? Het knettert als Hoogduin en Stegeman daarover discussiëren

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Degrowth Moet er een einde komen aan economische groei in rijke landen? Dat is de inzet van een aanzwellend debat onder economen. Hans Stegeman van Triodos ziet er wel wat in, econoom Lex Hoogduin absoluut niet.

Wat als je koelkast stuk is en niemand hem kan of wil maken? Moet er een ‘recht op reparatie’ komen? Moet fabrikanten verplicht worden om onderdelen makkelijk vervangbaar te maken zodat de consument niet meteen een hele nieuwe koelkast hoeft te kopen? Moeten overheden de markt beteugelen om dat voor elkaar te krijgen, zoals de Europese Commissie wil doen?

Ja, zullen economen zeggen die zogeheten degrowth aanhangen: het idee dat overheden moeten afdwingen dat de economie stopt met eindeloos groeien. Telkens een nieuwe koelkast kopen is dan wel goed voor bedrijfswinsten en de economische groei, maar tegelijkertijd zó slecht voor de planeet dat het niet langer kan. Het repareren van een koelkast laat volgens hen ook zien dat er geen verband hoeft te zijn tussen economische groei en welzijn: ook met dezelfde koelkast kun je weer prima gelukkig zijn zodra hij is gefixt. Zet nou ecologie en welzijn centraler dan groei op zich, zeggen degrowthers.

Nee, zeggen tegenstanders van degrowth: de markt kan en zal dit vanzelf oplossen, als het probleem groot genoeg wordt.

Als het probleem van te veel nieuwe koelkasten groot genoeg wordt, zorgt bijvoorbeeld grondstofschaarste vanzelf voor hogere prijzen, en zullen er vanzelf nieuwe bedrijven komen die in de markt springen met óf koelkasten die langer meegaan, óf betere reparaties. Door zich zo ingrijpend met een markt te bemoeien, kunnen overheden broodnodige innovatie, marktwerking en concurrentie lamleggen. En mogelijk zelfs meer middelen verspillen dan besparen. Misschien kun je als staat technische standaarden afspreken, maar bemoei je er vooral niet te veel mee.

Ja, degrowth is uiteindelijk een utopie, een ideologie. Maar dat geldt voor álle economische scholen, ook het vrijemarktkapitalisme

Hans Stegeman hoofdeconoom Triodos Bank

Bij het voorbeeld van de kapotte koelkast gaat het gesprek knetteren tussen Hans Stegeman en Lex Hoogduin, in een Utrechts café. Stegeman is hoofdeconoom van de op duurzaamheid gerichte bank Triodos en ziet wel wat in degrowth. Hoogduin is emeritus hoogleraar en docent economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en waarschuwt de afgelopen tijd voor het „totalitaire en ecomarxistische” gevaar ervan.

„Als genoeg mensen hun koelkast willen repareren, dan kun je dus gewoon een reparatiebedrijf opzetten”, zegt Hoogduin.

„Dat is natuurlijk niet zo,” zegt Stegeman, gekleed in een snel, slank gesneden, zwart pak met sneakers. „Bedrijven doen er alles aan om de vraag aan te wakkeren naar spullen die je niet nodig hebt en die snel weer stuk gaan zodat ze je weer wat nieuws kunnen verkopen. Kijk naar fast fashion, de elektronica-industrie. Dat heeft niks meer met vrije keuze te maken, maar met het opwekken van nutteloze behoeftes die aantoonbaar voor niemand goed zijn.”

Hoogduin, iets minder snel gekleed in een overhemd met korte mouwen, leunt naar voren, en verzucht: „Maar wie bepáált wat goed voor je is anders dan jijzelf?”.

Stegeman: „Het is juist de doorgeslagen markt die mensen tot gedrag verleidt dat niet in het belang is van de samenleving en de planeet.”

Op verzoek van NRC gaan Stegeman en Hoogduin het gesprek aan over degrowth, een onderwerp dat de laatste tijd tot felle debatten leidt onder economen en beleidsmakers. De twee nemen vaak tegengestelde posities in via sociale media en opiniestukken in kranten en vakbladen, gaan ook regelmatig met elkaar in discussie. Maar aan de espresso in de zonnige Utrechtse binnenstad praat het toch wat makkelijker met elkaar, blijkt.

Hoogduin: „Dat is wel wat degrowthers voorstellen. De consequenties van degrowth gaan veel verder dan alleen maar een recht op reparatie van je koelkast. We moeten het hebben over die zeer ingrijpende implicaties. Degrowth-econoom Jason Hickel heeft als een van de weinigen een serieuze doorrekening gemaakt. ‘Ontgroeien’ betekent dat de landen in het mondiale noorden, waaronder dus Europa en de VS, vrijwel direct op de rem moeten gaan staan. Dat rijke landen zoals Nederland heel radicaal beleid moeten gaan voeren om economische groei actief te stoppen. En dat niet alleen. Om het mondiale zuiden te helpen om zich te ontwikkelen op een ecologisch verantwoorde manier, moeten landen uit het rijke mondiale noorden grote sommen geld overmaken naar arme landen. Dat gaat volgens sommige berekeningen om een bedrag tot ruim 4.000 dollar per persoon per jaar in rijke landen zoals Nederland, tot aan ongeveer 2050. Dat lijkt mij politiek volstrekt onhaalbaar, en ook onwenselijk. Het komt neer op ecosocialisme, en dat kan niet goed aflopen.”

Stegeman: „Het eerlijke verhaal bij degrowth is inderdaad dat dat niet gaat zonder grote ingrepen van overheden in het economische systeem. Het betekent grootschalige, mondiale verschuivingen van waar belasting op wordt geheven. In plaats van belastingen te heffen op zaken die afhankelijk zijn van economische groei, zoals inkomen en winst, moeten belastingen komen op vermogen, vervuiling, grondstoffengebruik en uitstoot van broeikasgassen. Er zullen ook zaken nodig zijn om sociale zekerheid te garanderen, zoals een basisinkomen. Degrowth is een breed sociaal, ecologisch en economisch programma. Het gaat ook over andere duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN, sociale rechtvaardigheid, bestaanszekerheid.”

Hoogduin: „Oké, Hans wordt premier. Sterker nog, president! Wat ga je doen de komende vier jaar? Stel dat je wil dat de economische groei naar 0 procent gaat. Dat betekent om te beginnen al dat de overheid fors minder belastinginkomsten zal krijgen. Even achter op een envelop uitgerekend, kom je in Nederland dan op een gat in je begroting van ongeveer 25 miljard euro in de volgende kabinetsperiode. Welke harde keuzes maak je dan over zorg, onderwijs, woningbouw, pensioenen? Je zult toch rekening moeten houden met de overheidsinkomsten die je zou hebben gehad in de bestaande economie, in de bestaande orde, die je dan niet meer hebt.”

Stegeman: „De vooruitzichten voor groei zijn per definitie al minimaal de komende jaren. Er is al nauwelijks groei, dus laten we onze samenleving en economie aanpassen aan die realiteit door beleid te maken op degrowth. Harde financiële keuzes moeten sowieso gemaakt worden. De degrowth-beweging plaatst ecologische doelen voorop. En in Nederland is het al nauwelijks aantoonbaar dat je echt economische groei nodig hebt voor meer welzijn. Laat staan in de Verenigde Staten. De economie groeit, maar de levensverwachting daalt daar. Het verband tussen groei en gezondheid, een van de belangrijkste indicatoren van welbevinden, is daar allang niet meer duidelijk. In Nederland zijn mensen al decennialang ongeveer even tevreden terwijl de economie blijft groeien. Dus wat groei op zichzelf de laatste tijd heeft toegevoegd aan ons welbevinden is maar de vraag.”

Hoogduin: „Maar gaat het wel zo bar als jij voorstelt? Dat slik ik niet voor zoete koek. Dit moet je wereldwijd bekijken, dit is niet alleen een Nederlands vraagstuk. En dan zie je gewoon dat door economische groei de armoede enorm is gedaald. De ongelijkheid – als je het wereldwijd bekijkt – is gedaald door de welvaartsgroei in China en India. De luchtvervuiling is de afgelopen decennia verbéterd. Dus ik zit wat dat betreft meer in het kamp van mensen als Steven Pinker, Hans Rosling, Peter Hein van Mulligen [schrijvers van optimistische boeken over vooruitgang], net als zij zie ik veel redenen voor optimisme over langetermijnvooruitgang.”

Stegeman: „Dat is zo voor opkomende landen ja. In rijke landen is dat veel minder het geval. En degrowth ís ook een rijkelandenproject.”

Stegeman: „Je kan de krant niet openen of je ziet gewoon dat dingen instorten: bosbranden, overstromingen, temperatuurrecords. We weten dat we aan alle kanten een heleboel grenzen overschrijden wat betreft ecologie en klimaat. Niet alleen qua uitstoot maar ook de staat van ecosystemen. Dat is wetenschappelijk genoeg bewezen. We weten dat dat heel sterk te maken heeft met de economische activiteit. Dat het te maken heeft met veel te veel rijkdom, en een systeem dat ingericht is op zoveel mogelijk produceren ten koste van alles.”

Hoogduin: „Oké. Maar wát zijn die grenzen? Wie bepaalt dat? Zonder dat je precies weet wat grenzen zijn aan ecosystemen of temperatuurstijging, wordt beleid dat op die grenzen stuurt per definitie zeer arbitrair. Terwijl ontgroeien ongekend grote opofferingen vergt die op hun beurt óók extreme gevolgen zullen hebben voor welzijn.”

Stegeman: „Er is inderdaad veel onbekend. Maar je hoeft ook geen perfecte informatie te hebben om te zien dat er een andere richting gekozen moet worden. Je weet wel wat je níét moet doen. Je moet niet in kwetsbare natuurgebieden een mijn openen of de bodem leegschrapen – toch blijft dat gebeuren. Om dat te stoppen heb je fundamenteel ander economisch beleid nodig. Bovendien: het overschrijden van planetaire grenzen gaat er hoe dan ook toe leiden dat economische activiteit moet worden gematigd. In feite is er dus geen keus: Source: NRC

Previous

Next