De meeste vakantiegangers drijven vooral in het zwembad. Dat is meer badderen dan zwemmen. Als je beter wilt leren zwemmen, begin dan met het verbeteren van de schoolslag.
De schoolslag wordt aangeleerd vanuit de gedachte dat je in het water moet kunnen overleven. Daarom leer je met je hoofd boven water te zwemmen. Maar als je efficiënt en ontspannen wil zwemmen, moet je met je hoofd onder water.
Over de auteur
Heleen van Lier schrijft voor de Volkskrant over praktische kwesties uit het dagelijks leven en (duurzaam) reizen.
‘In uitgestrekte positie moet je recht naar beneden kijken in het water. In die houding kun je lang doorglijden’, zegt oud-olympisch zwemmer Johan Kenkhuis. Dat doorglijden is de crux: het maakt je sneller, het spaart kracht en je kunt het moment benutten om te ontspannen. ‘Je hoeft tussen de slagen door even niets te doen.’
Ook is het van belang om een natuurlijke ademhaling te behouden. Om daarvoor genoeg tijd te hebben, is de truc om onder water tijdens het glijmoment ongeveer voor de helft al uit te ademen. Nog een tip van Kenkhuis: koop een zwembrilletje. ‘Het is fijn om onder water goed te kunnen kijken. Dat maakt het veel prettiger zwemmen.’
‘Het is een misvatting dat de borstcrawl vermoeiender is dan de schoolslag. Met een goede techniek kost de borstcrawl je juist minder energie per afgelegde meter’, zegt olympisch kampioen Maarten van der Weijden.
‘Je moet zo vlak mogelijk op het water liggen, dan heb je de minste weerstand’, doceert hij. ‘Voel je je onderlijf wegzakken? Hup, buikspieren aanspannen en trappelen met je benen. De punten van je tenen moeten daarbij recht naar achteren wijzen, dan gaat het ‘t makkelijkst.’
‘Dan de armen. Ga niet maaien, maar maak een rustige, lange slag. Je kunt dit goed oefenen door je handen in een V boven je hoofd te houden, en dan telkens met één arm een slag te maken.’
Nog een tip: tel je slagen van de ene naar de andere kant van het zwembad. Experimenteer bijvoorbeeld door je armen wat breder naast je lijf te houden, of juist wat dichterbij. Je wilt zoveel mogelijk meters afleggen in zo min mogelijk slagen.
In het zwemseizoen, van 1 mei tot 1 oktober, worden 240 Nederlandse zwemlocaties frequent (vaak wekelijks) gecontroleerd. Rijkswaterstaat, de waterschappen en de provincies publiceren waarschuwingen en adviezen op de website Zwemwater.nl en via de app Zwemwater. Ook staat bij zwemlocaties de waterkwaliteit vaak aangegeven op een bord.
Het is altijd verstandig om na te gaan of een plek officieel is aangewezen als zwemlocatie. Je weet dan dat de omstandigheden gecontroleerd zijn: dat er geen scherpe voorwerpen onder de oppervlakte liggen, en dat er geen grote hoogte- en diepteverschillen en sterke stromingen zijn.
Toch moet je ook bij goedgekeurde zwemlocaties waakzaam blijven, want de situatie kan snel veranderen. Blauwalg bijvoorbeeld kan onder de juiste omstandigheden in enkele uren ontstaan. Kijk dus ook zelf of je geen gifgroene waas op het water ziet drijven.
Op het strand geldt: als je een blauwe vlag ziet, is het water van uitstekende kwaliteit. Let ook op de waarschuwingsvlaggen van de reddingsbrigade. Een enkele rode vlag betekent dat het zeer gevaarlijk is om in de zee te zwemmen. Bij een dubbele rode vlag is zwemmen verboden. Bekijk hier wat de andere vlaggen betekenen.
Zwemmen in de grachten was nog niet zo lang geleden ondenkbaar, maar het kan nu af en toe. Door allerlei maatregelen, zoals de aansluiting van woonboten op het riool, is de waterkwaliteit in Nederland gedurende de afgelopen decennia aanzienlijk verbeterd.
Driekwart van de Nederlandse buitenzwemlocaties werd in een onderzoek van de European Environment Agency (EEA) uit 2021 als ‘zeer goed’ gekwalificeerd. Dat klinkt oké, maar van alle West-Europese landen is dat wel de laagste score. Het stempel ‘slecht’ ging naar 4,6 procent van de zwemlocaties, en daarmee scoort Nederland een stuk slechter dan het Europese gemiddelde (1,5 procent).
Dat in Nederland de kwaliteit relatief laag is, komt deels doordat binnenwateren vaak vervuild zijn door nabije landbouw, bebouwing en industrie. Aan de kust is het water vaak schoner.
Een van de gevaren is blauwalg. Blauwalgen groeien harder als het water warmer wordt dan 20 graden en als er veel fosfaat en stikstof in het water zit. Ook vuillozingen door industrie, overstort van het riool en mest kunnen de groei van blauwalg bevorderen.
Wie met blauwalg in contact komt, kan hoofdpijn, maag- en darmklachten krijgen. Soms leidt het tot ernstiger gezondheidsproblemen. Als je veel water met blauwalg binnenkrijgt, kan dat schade aan het zenuwstelsel veroorzaken. Het risico op zo’n overdosis is overigens klein: je zou er een aantal glazen vol stinkend, groen water voor moeten drinken.
Een ander risico is de Ziekte van Weill. Deze ziekte wordt verspreid door urine van ratten. Een veelvoorkomend symptoom van Weill is plotselinge hoge koorts.
Daarnaast kunnen in het water allerlei virussen, parasieten en bacteriën voorkomen. Bij het inslikken van vervuild water kan bijvoorbeeld misselijkheid, braken, koorts en diarree optreden. Ook kun je huiduitslag of oorontsteking krijgen van vies water.
Zorg er dus altijd voor dat je niet te veel water binnenkrijgt en dat je een douche neemt na het zwemmen in natuurwater.
Hoewel binnenzwembaden standaard volgens de regelgeving worden gedesinfecteerd, krioelen sommige Nederlandse zwembaden van de schimmels.
Waterspecialist Yuli Ekowati onderzocht in 2019 zeven binnenzwembaden. Van de daar door haar aangetroffen schimmels bleken er 42 mogelijke ziekteverwekkers. Ze vond Aspergillus fumigatus, een schimmel die infecties aan de luchtwegen tot gevolg kan hebben. En dermatofyten: een schimmelsoort die infecties kan veroorzaken aan huid, haar en nagels.
De meeste schimmels vond ze in de kleed- en doucheruimtes – schimmels worden bijvoorbeeld onder de schoenzolen meegenomen. Toch is dit alles niet direct reden voor alarm. Veel schimmels komen ook gewoon voor in je eigen badkamer. In principe kan je lichaam daar wel tegen, tenzij je een verminderde weerstand hebt.
Kinderen onder de 5 jaar lopen de grootste kans op verdrinking. Zij kunnen al verdrinken in een laagje water. Veel ouders weten niet dat kinderen die verdrinken vaak geen geluid maken of spartelen. Ze merken daardoor te laat dat het kind met zijn hoofd in het water ligt. Het allerbelangrijkste is dan ook dat je je kind niet uit het oog verliest.
‘We zien relatief veel verdrinkingen van jonge kinderen in en om het huis, in een badje of sloot’, zegt Titus Visser, directeur van de Nationale Raad Zwemveiligheid. Laat je dus niet afleiden door je telefoon, door de bezorger die een pakketje komt brengen of door iets anders.
De Nationale Raad Zwemveiligheid adviseert ouders om hun kinderen diploma A, B én C te laten halen. ‘Met diploma B kun je je prima redden in een zwembad. Maar wil je dat je kind in open water kan zwemmen en dat het is voorbereid op onverwachte situaties, dan heeft het ook diploma C nodig.’
Ook na het halen van het zwemdiploma moet een kind blijven oefenen, liefst minimaal één keer per maand.
Zwembandjes zorgen ervoor dat een kind blijft drijven, maar ze bieden nooit garantie tegen verdrinking. ‘Het zijn hulpmiddelen, geen reddingsmiddelen. Ook als je kind zwembandjes draagt, moet je altijd in de buurt blijven en opletten’, zegt veiligheidsexpert Mieke Cotterink. Zwembandjes kunnen lek gaan of losraken, en in zee kan een kind ermee afdrijven.
Er zijn tientallen soorten zwemhulpmiddelen. Om te beoordelen of deze veilig zijn, zijn volgens Cotterink twee dingen belangrijk: ‘Het drijfvermogen moet hoog op het lichaam zitten om het hoofd boven water te houden. En het hulpmiddel moet een goede bevestiging hebben die niet makkelijk kan loskomen.’
Zwembanden met zitjes kunnen kantelen, en bovendien kunnen jonge kinderen onderkoeld raken als je ze er te lang in laat ronddobberen, waarschuwt ze. ‘Als een kind nog niet kan lopen, zijn zwemhulpmiddelen sowieso geen goed idee. Je kunt je kind beter altijd vasthouden in dieper water.’
Veel mensen denken dat verdrinking gepaard gaat met geschreeuw en het wild zwaaien van de armen, maar dat is zelden het geval. ‘Drenkelingen zijn niet in staat om te schreeuwen om hulp’, zegt hoogleraar Joost Bierens, verbonden aan de urgentie- en ram Source: Volkskrant