Met zijn in elastisch verband gewikkelde rechterhand veegt Ad van Oers misprijzend over een laagje stof op het wandkastje in zijn woonkamer. ‘Er moet hier nodig worden gepoetst’, zegt hij. Duidelijk is dat hij dat niet zelf kan. In zijn linkerhand zit een prothese, waar hij een brace over draagt. Zijn rechter pols heeft hij gebroken door een val van de trap, het gips is er net een paar weken af.
Wie de schoonmaak van zijn rijtjeshuis in IJsselstein dan wel moet regelen en bekostigen, daarover verschillen de meningen. Van Oers, die alleen in de koopwoning woont sinds zijn kinderen het huis uit zijn en zijn vrouw overleed, vindt dat zijn gemeente dat moet doen. ‘Ik heb wettelijk recht op die gemeentelijke ondersteuning.’
Over de auteur
Charlotte Huisman is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over jeugdzorg en de nasleep van de toeslagenaffaire
Maar IJsselstein stopte dit voorjaar met de bekostiging van zijn wekelijkse twee uur huishoudelijke hulp. De gemeente voerde dit jaar namelijk een inkomensgrens in: wie een inkomen heeft dat boven de 30 duizend euro bruto per jaar ligt, zoals Van Oers, moet zelf een schoonmaker zoeken en betalen.
Dit is volgens de IJsselsteiner tegen de wet. De huidige regelgeving voor maatschappelijke ondersteuning schrijft namelijk voor dat alle hulpbehoevenden, ongeacht hun inkomen, bij de gemeente huishoudelijke hulp kunnen krijgen voor 19 euro per maand. Van Oers begon dan ook een rechtszaak tegen zijn gemeente om weer hulp te krijgen. De rechter doet uiterlijk eind komende week uitspraak.
De zaak van Van Oers staat voor een discussie die al langer loopt: moet de overheid ook betalen voor het schoonhouden van huizen van hulpbehoevenden die dat zelf zouden kunnen betalen? Door de vergrijzing vragen steeds meer inwoners om zulke ondersteuning. Veel gemeenten raken in financiële problemen door de oplopende zorgkosten. Thuiszorgorganisaties kunnen door personeelsgebrek het werk bovendien niet aan.
Sinds 2015 voeren gemeenten veel zorgtaken uit voor het Rijk, volgens de nieuwe wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hulpbehoevenden betaalden toen een eigen bijdrage voor ondersteuning van hun gemeente, die gekoppeld was aan het inkomen. Voor ‘rijkere’ ouderen was het in die tijd nog voordeliger om zelf een schoonmaker in te huren.
Maar die eigen bijdrage kon bij een kleine groep leiden tot een onbetaalbare stapeling van zorgkosten, en het Kabinet schafte het systeem in 2019 weer af. Elke hulpbehoevende betaalt sindsdien, ongeacht zijn inkomen, 19 euro per maand voor maatschappelijke ondersteuning, waaronder huishoudelijke hulp.
Gemeenten waarschuwden vooraf: veel ‘rijkere’ hulpbehoevenden zouden hun schoonmaker opzeggen en om goedkope hulp van de gemeente vragen. En die vrees werd inderdaad bewaarheid. Staatssecretaris Maarten van Ooijen besloot daarom eind vorig jaar om weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren voor maatschappelijke ondersteuning. Maar die gaat op zijn vroegst in op 1 januari 2026.
Een aantal gemeenten, waaronder IJsselstein, wil daarop niet wachten. Vooruitlopend op de nieuwe wetgeving hebben zij alvast een inkomenstoets voor huishoudelijke hulp ingevoerd. ‘Deze regeling is bedoeld voor mensen die zich niet kunnen redden’, zegt de IJsselsteinse wethouder Mark Foekema. ‘Die komen nu in de verdrukking. Ze komen op een wachtlijst terecht, omdat de politiek in 2019 een verkeerd besluit heeft genomen.’
IJsselstein biedt aanvragers die het volgens de gemeente zelf kunnen redden, nu 750 euro aan als zij zelf de schoonmaak van hun huis gaan regelen. Foekema kan zich voorstellen dat zijn gemeente nu door de rechter wordt teruggefloten. Het gaat de wethouder om het ‘morele aspect’, zegt hij. ‘Mensen die zichzelf kunnen redden, moeten gaan denken: is het wel logisch dat ik bij de gemeente aanklop, heb ik deze hulp wel nodig? Dat is het gesprek dat wij willen voeren.’
Van Oers ziet dit anders. Hij vertelt dat ook hij in 2019 zijn schoonmaker heeft opgezegd en weer naar de gemeente is gestapt voor huishoudelijke hulp: ‘Dat is veel goedkoper’. ‘Daarvoor, toen een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gold, was het te duur. In 2019 dacht ik: ik kan weer instappen.’ Sindsdien, tot april van dit jaar, kreeg hij voor 19 euro per maand twee uur per week een door de gemeente betaalde thuiszorgmedewerker over de vloer, die voor hem stofzuigde en dweilde en ook het toilet en de badkamer onder handen nam.
Het gaat er volgens Van Oers niet om of hij in staat is zelf de schoonmaak van zijn huis te regelen en betalen, en hoe hoog zijn inkomen is. Dat is ook niet ‘heel veel’ hoger dan het gestelde maximum van de gemeente, zegt hij - een precies bedrag noemen vindt hij niet nodig. ‘Ik ben geen zielige man. Het gaat me erom dat IJsselstein die inkomenseis niet mag stellen. Gemeenten mogen dat niet doen.’
Behalve twee matig werkende handen heeft Van Oers rugklachten en artroseklachten. Het lukt hem nog net om thee te zetten en de twee warme mokken op te pakken. Langzaam schuifelt hij ermee zijn woonkamer in. Een buurvrouw is zijn belangrijkste mantelzorger. Zij brengt hem een paar keer per week maaltijden, of hij eet bij haar. Ook doet ze wel eens boodschappen voor hem of ze haalt een doekje over de tafel.
‘Ik ben een doodnormale man, geen villabewoner’, beklemtoont hij. Het doet er niet toe of je 1.000 euro per maand of een ton verdient, vindt hij. ‘Zolang die nieuwe wet niet is ingevoerd, moet de gemeente gewoon mijn schoonmaakkosten betalen. Als gemeenten vinden dat ze te weinig geld krijgen, moeten ze bij het Rijk zijn. En niet bij mij.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden