Home

Een Nederlandse geleerde ontdekte in een Frans archief een onthullende brief van Montaigne

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Michel krielaars

Op zoek naar een troostrijk tegenwicht voor de oorlog in Oekraïne, lees ik de essays van de 16de-eeuwse filosoof en politicus Michel de Montaigne (1533-1592). Ze doen me beseffen dat rampspoed van alle tijden is, dat de mensheid onveranderlijk is en dat het allemaal nog veel erger kan. Montaigne is een sympathieke kerel. Wars van gewichtigdoenerij, vol twijfel over zijn eigen kunnen en, zoals hij schrijft, ‘een gezworen vijand van gekunsteldheid’.

Aangezien hij als burgemeester van Bordeaux tijdens de godsdienstoorlog in Frankrijk bemiddelde tussen protestanten en katholieken, zijn er ook officiële brieven van zijn hand bewaard gebleven. Die brieven laten zien dat hij behalve een bijzonder denker ook een diplomatiek genie was.

Onlangs vond Evelien Chayes, een Nederlandse specialist in de vroegmoderne Joodse geschiedenis die verbonden is aan het prestigieuze onderzoeksinstituut CNRS in Parijs, een onbekende brief van Montaigne in een notarisarchief in haar woonplaats Bordeaux. Ze haalde er de Franse kranten mee. Ook omdat niemand had gedacht dat er ooit nog een handschrift van Montaigne gevonden zou worden sinds in de 19de eeuw al zijn handschriften zijn verzameld en uitgegeven.

Chayes deed haar vondst toen ze een pak met 16de-eeuwse notariële akten bestudeerde, waarin ze sporen van Joodse kooplui uit het Bordeaux van die tijd hoopte te vinden.

En omdat ze in het verleden betrokken was bij een Montaigne-project en ze zijn handschriften had gelezen, herkende ze ineens zijn naam en handtekening. „Toen heb ik het pakket, dat dichtgenaaid was, door de archiefmedewerkers laten openmaken en zag ik de hele tekst”, vertelt ze tijdens een bezoek aan Amsterdam. „Zo’n vondst is de droom van iedere onderzoeker.”

De brief uit 1584 was geschreven op de keerzijde van een vel papier waarop Montaigne een contract met werklieden had laten opmaken voor de bouw van een grote opslagplaats in zijn stad. „We wisten dat hij die opslagplaats had laten bouwen en daarbij gedwarsboomd werd door ultra-katholieken die hem zwart probeerden te maken bij koning Henri III”, vertelt Chayes. „Maar dat contract was nooit gevonden. Die notaris moet het hebben meegenomen naar zijn kantoor om het te archiveren. En toen hij geen opvolger had, belandde zijn archief in het stadsarchief.”

Op de verso-zijde van dat contract staat de tekst waarom het gaat. „Het is het begin van een kladversie van een missive aan de hertog van Épernon, een beschermeling van Henri III”, zegt Chayes. „De uiteindelijke versie is nooit gevonden. We wisten niet eens van het bestaan.”

Het unieke aan dat kladje is dat je er uit kunt opmaken hoeveel moeite Montaigne had met het formuleren van een diplomatieke brief. „Tot nu toe kenden we alleen een twintigtal brieven van zijn hand en die zijn in een vlekkeloos net handschrift geschreven. Maar in dat kladje begint hij steeds opnieuw en zie je hem zwoegen op de juiste woordkeuze en het juiste begin, om die hertog maar niet te kwetsen.”

Montaigne’s essays geven de oplossing van dit ‘raadsel’. Zo schrijft hij in Gedachten over Cicero: ‘De brieven waar ik mij de meest moeite geef, zijn mij het minste waard.’ Zoiets bevestigt maar weer eens zijn voorkeur voor ongekunsteldheid. En alleen dat al maakt zijn essays de moeite van het lezen waard.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next