Alles is er al. Het is de gedachte die keer op keer door mijn hoofd schiet wanneer ik een kringloopwinkel binnenstap en kasten vol kleding, boeken, huishoudelijke apparaten en speelgoed zie. De planken bezwijken bijna onder de nu afgedankte spullen, die misschien niet eens zo lang geleden in een opwelling zijn gekocht.
Lage prijzen maken dat we achteloos van alles aanschaffen. Ze maken dat onze kinderen zo vaak en zo veel speelgoed krijgen, dat ze er nauwelijks nog naar omkijken en er direct weer op uitgekeken zijn. In de weekenden sluiten we dan weer aan in de rij bij de vuilstort of bij de kringloopwinkel om wat doosjes ‘rommel’ weg te brengen. Een lege kofferbak en een opgeruimd huis zorgen voor een prettige endorfineshot. Maar het bijbehorende voornemen om niet meer zo veel te kopen, houdt zelden stand.
Over de auteur
Aisha Dutrieux is oud-rechter en schrijver. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In een bekende drogisterijketen waar ze (waarom in vredesnaam?) speelgoed verkopen, zag ik laatst een Barbie. Tot mijn vreugde was het een vrouw van kleur, volslank bovendien, met een prachtig afrokapsel. Dit was in mijn jeugd ondenkbaar. Even kwam ik dan ook in de verleiding haar te kopen, ze was immers afgeprijsd. Voor slechts 3 euro – tegenwoordig de prijs van een kop koffie – was ze van mij. Toen zag ik oceanen vol plastic voor me, de nieuwe ‘steensoort’ die er is ontdekt, bestaand uit gesmolten plastic, zand en rots, en kwam bij zinnen.
Alles is er al. Er schijnt inmiddels voldoende kleding op aarde te zijn voor de komende zes generaties. Ondertussen draait de kledingindustrie – met als koploper fast fashion – op volle toeren en zijn onderbetaling en onveilige werkomstandigheden nog altijd aan de orde van de dag. Textielfabrieken stoten broeikasgassen uit en de kledingafvalberg groeit, met name in Aziatische en Afrikaanse landen, gestaag verder. Kortom, de nadelen wegen niet langer op tegen de voordelen. Dus waarom zouden we hiermee doorgaan?
Omdat we gevangen zitten in een vicieuze cirkel. Het is de basis van onze economie: mensen moeten consumeren, zodat bedrijven kunnen blijven produceren, zodat mensen in dienst van die bedrijven geld kunnen verdienen, waarmee ze weer kunnen consumeren. Er moet, zo wordt ons verteld, altijd economische groei zijn. Maar is dat nou echt zo? Wat als we zouden stoppen met het kopen van spullen? Of althans, nieuwe spullen. We zouden minder geld nodig hebben, want tweedehands is vrijwel alles voor een fractie van de nieuwprijs te koop. Bovendien hebben we helemaal niet zo veel nodig als mensen lijken te denken.
In zijn boek The Day the World Stops Shopping: How Ending Consumerism Saves the Environment and Ourselves beschrijft J.B. MacKinnon dat het wel degelijk mogelijk is de consumptiemaatschappij in kleine stapjes en met overheidsmaatregelen af te bouwen, zonder dat de economie instort en mensen massaal werkloos worden. De eerste stap is afscheid nemen van de heilige economische groei. Mensen bewegen tot minder kopen in plaats van alsmaar meer.
Omdat de kledingindustrie één van de meest vervuilende ter wereld is, voert Frankrijk een klimaatscore in voor kleding. Een score A tot en met E zou consumenten bewuster moeten maken bij iedere aankoop. Het is goed met de neus op de feiten te worden gedrukt. Om te zien hoe schadelijk de productie van je begeerde kledingstuk is geweest, zodat je je kunt afvragen of het je dat waard is. Helaas is Nederland nog niet zover.
Sinds 1 juli zijn kledingverkopers in Nederland – in navolging van producenten van elektrische apparaten, autobanden en blikjes – wel verantwoordelijk voor het inzamelen, en recyclen of hergebruiken van textiel. Er moeten beslist meer van dit soort maatregelen komen, want waarom is een drogisterijketen die het nodig vindt speelgoed tegen bodemprijzen te verkopen eigenlijk niet verantwoordelijk voor het inzamelen en recyclen van zijn eigen plastic rotzooi?
Niet alleen onze huizen bezwijken onder de hoeveelheid spullen en kleding, ook de aarde gaat er inmiddels aan onderdoor. Alles is er al. Toch zullen bedrijven niet vrijwillig minder produceren of uit zichzelf producten maken die langer meegaan. En op productiebeperkende maatregelen van de overheid hoeven we voorlopig ook niet te rekenen. Het is dus aan ons, consumenten, om nu eens écht radicaal te consuminderen. Trap niet in voordeeltjes, aanbiedingen en bodemprijzen. Want uiteindelijk betalen we met zijn allen de prijs voor ons consumptiegedrag.
Source: Volkskrant