Home

Zelfs ruzie over waar de ruzie over ging: een kiesdrempel zou een hoop konkelarijen schelen

Wordt onze democratie beter met de jaren, zoals wijn, of wordt ze ouder als brood? Die vraag floepte door mijn hoofd toen ik afgelopen weekend in NRC een artikel las over de hondenbaan die het Nederlandse Kamerlidmaatschap de afgelopen jaren is geworden.

Het stuk ging over de vele parlementariërs die te maken hebben met een uitgedoofde geestdrift en daarom besloten te stoppen. Bijvoorbeeld SP-Kamerlid Peter Kwint, die op Twitter schreef dat hij een ‘bijna fysieke weerzin’ had ontwikkeld tegen zijn werkplek, mede omdat het hem ‘steeds minder goed was gelukt om de noden van mensen te adresseren en daadwerkelijk verbeteringen voor mensen af te dwingen’.

‘Nog nooit heb ik zo weinig vertrouwen gehad in het instituut van de Kamer’, zei Kwint.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Andere afzwaaiende Kamerleden noemden de huidige politiek lelijk, hekelden de taalverruwing en zeiden dat ons parlement was verworden tot een ordinair profileringsplatform waar debatten niet langer gevoerd worden om concrete problemen op te lossen, maar om campagnefilmpjes te produceren voor TikTok.

Eraan ten grondslag ligt de hevige strijd tussen de democratie en het populisme, grotendeels gevoerd door politici die zo verzot zijn geraakt op tegenspraak dat de waarheid geregeld aan die passie moet worden opgeofferd. Daardoor is er veel meer onderlinge onenigheid dan vroeger en zijn er dus veel meer Kamerleden die hun partijen tussentijds verlaten. Toen Olaf Ephraim vorige week brak met Groep Van Haga, bereikte het aantal Tweede Kamerfracties een treurig record: eenentwintig.

Ephraim kwam in 2021 in de Kamer namens Forum voor Democratie, vertrok daar na een paar maanden met ruzie, waarna hij zich aansloot bij Van Haga, van wie hij nu dus alweer afscheid neemt met ruzie. Waar die ruzie precies over ging, is sindsdien ook alweer onderwerp geworden van ruzie, waarmee de uiterste rechterkant van de Kamer doet denken aan de protestantse kerk: vanaf het spreekgestoelte knettert het continu tussen de vrijgemaakte gereformeerden en de gereformeerden in hersteld verband, maar zet drie stappen naar achter en je ziet dat ze allemaal geloven in hetzelfde sprookje.

Het zou een goed argument zijn om een kiesdrempel in te voeren, net zoals in Duitsland. In een stuk van een aantal jaar geleden legde correspondent Remco Andersen haarfijn uit dat de Duitsers dat deden omdat hun parlement tussen 1918 en 1933 uiteenviel in zoveel kibbelende partijtjes, dat veel inwoners hun vertrouwen in de democratie verloren en zich in plaats daarvan wendden tot de nazibeweging, die wel daadkrachtig overkwam.

Nu wil ik geen vergelijking maken tussen Nederland en de Weimarrepubliek, maar stel, wij hadden bij de vorige verkiezingen een Duitse kiesdrempel van 5 procent gehad, dan waren Partij voor de Dieren, ChristenUnie, Volt, Ja21, Denk, SGP, 50Plus, BBB en Bij1 er allemaal over gestruikeld. En op basis van de laatste peilingen zou de Kamer met zo’n zelfde kiesdrempel volgend jaar bestaan uit enkel VVD, PvdA/GL, BBB, PVV, D66, PvdD en eventueel de partij van Omtzigt.

Het zou een hoop gesmiespel en konkelarijen schelen, want versnippering is altijd slecht. Kijk alleen al naar het aantal columnisten op deze plek. Toen de kiesdrempel nog wat hoger was en enkel Bert Wagendorp en Sheila Sitalsing de lezer mochten vertegenwoordigen, was de wereld een stuk overzichtelijker dan nu er elke dag weer een nieuwe eenmansfractie zijn of haar mening mag verkondigen.

Source: Volkskrant

Previous

Next